Impactgedreven onderzoeksjournalistiek: wat is het, en moeten we het willen?

Impactgedreven werken. Het lijkt na constructieve journalistiek en civiele journalistiek de nieuwste rage in journalistenland. Niet in de laatste plaats omdat subsidieverstrekkers, adverteerders en andere geldschieters erop hameren dat het belangrijk is. Maar wat is impact eigenlijk, en hoe belangrijk is het? Tijdens een thema-avond georganiseerd door het Stimuleringsfonds blijkt dat de meningen erg verdeeld zijn. Is het de taak van de journalistiek om maatschappelijke verandering teweeg te brengen?

In Nederland zijn er verschillende (journalistieke) initiatieven die het concept ‘impact’ hebben omarmd. Impact Makers bijvoorbeeld, dat voor elk project een duidelijk doel formuleert, zoals ‘een nieuw positief verhaal rondom klimaat’, en dan probeert dit door middel van bijvoorbeeld film, theater of een marketingcampagne te bereiken. Een klassieke vorm van activisme, maar dan met moderne middelen. De vraag is of de journalistiek zich ook zo’n doel zou moeten stellen. De Correspondent doet dit duidelijk wel. De site wil niet ‘neutraal’ zijn, maar zoekt naar ‘oplossingen voor de kwesties van deze tijd’.

Impact Architects

Ook de Amerikaanse Lindsay Green-Barber is een groot voorstander van impactgedreven journalistiek. Met haar bedrijf Impact Architects helpt zij redacties strategieën te ontwikkelen om al in een vroeg stadium ‘de potentiele impact te maximaliseren’. Wat klinkt als vage managementtaal, hoeft in de praktijk niet heel ingewikkeld te zijn. ‘Bedenk bijvoorbeeld hoe je het verhaal bij mensen krijgt die het aangaat. Je kunt ook verschillende versies van het verhaal maken voor verschillende doelgroepen,’ zegt ze. ‘Journalisten zouden bij elke stap in het werkproces even moeten stilstaan en nadenken wat de impact ervan zou kunnen zijn en dan eventueel bijsturen. Bijvoorbeeld door al tijdens het onderzoek naar gemeenschappen toe te gaan en contacten te leggen.’

Lindsay Green-Barber van ImpactArchitects

Ze vindt het niet alleen de ethische plicht van journalisten om verhalen bij de mensen te brengen over wie het gaat – zoals omwonenden als het gaat om milieuvervuiling -, ze denkt ook dat deze aanpak kan helpen het vertrouwen in de journalistiek te herstellen. ‘Als we de positieve veranderingen laten zien die de berichtgeving teweeg heeft gebracht, demonstreren we de waarde die journalistiek heeft in de maatschappij.’

Dit soort impact meet je niet kwantitatief, stelt Green-Barber. Ze denkt dat juist kwalitatief gekeken moet worden naar wat een verhaal heeft bereikt. Dat kan door middel van een case study, enquête, maar ook door een netwerkanalyse van waar het verhaal terecht is gekomen en welke consequenties het heeft gehad. Bekijk hier de presentatie van Lindsay.

Campagnejournalistiek

Jeroen Trommelen en Thomas Muntz van onderzoeksplatform Investico hebben hun twijfels bij die activistische aanpak. Ze schreven er eerder het essay Weg met de Impact over. Trommelen: ‘Impactgedreven werken, dat is een vorm van campagnejournalistiek. Dan ga je vooringenomen te werk en dat gaat ten koste van je nieuwsgierigheid.’ Met zo’n activistische insteek beperkt een journalistiek zichzelf, stelt hij. Bovendien vindt hij het gevaarlijk: ‘Het is goed als een journalist geëngageerd is, maar je moet niet zelf gaan actievoeren. Dan word je ongeloofwaardig.’

Bovendien weet je van tevoren nog helemaal niet wat de impact gaat zijn, want vaak is het niet één verhaal dat het verschil maakt, vult Muntz aan: ‘Het is meer een steen in een vijver die steeds grotere golven veroorzaakt. Uiteindelijk kan dat leiden tot maatschappelijke veranderingen, maar het zijn de instituties die daarvoor zorgen. De journalistiek gooide alleen het steentje, het onderzoeksverhaal.’

Natuurlijk wil je dat je verhaal impact heeft, maar daar houd je je achteraf mee bezig. Als het af is

Ook Bas Haan, onderzoeksjournalist bij Nieuwsuur, vindt dat de zoektocht naar impact geen plaats heeft in een journalistiek onderzoek. ‘Natuurlijk wil je dat je verhaal impact heeft, maar daar houd je je achteraf mee bezig. Als het af is.’ Hij noemt zijn scoop over de bonnetjes-affaire als voorbeeld. ‘Dat was eerst gewoon een mooi verhaal. Pas later werd het groter en werd het een metafoor voor een politiek systeem waarin de waarheid ondergeschikt is aan politiek opportunisme. Zoiets gebeurt juist op het moment dat je niet aan impact-management doet.’

Zijn advies voor journalisten is simpel: ‘Je moet gewoon oprecht luisteren. Dan krijg je altijd een ander verhaal dan je had verwacht.’ Hij geeft wel meteen toe dat hij in een luxepositie verkeert, als journalist in dienst van een grote publieke omroep, die hem niet afrekent op het aantal pageviews of clicks. Bovendien gaan zijn verhalen over grote, landelijke thema’s, dus als hij een misstand blootlegt, creëert het verhaal vaak vanzelf impact.

Vaag begrip

Het begrip ‘impact’ blijkt niet verhelderend te werken. Integendeel. Als impactgedrevenheid betekent: het bereiken van een zo groot mogelijk publiek, dan is het duidelijk, dat wil iedereen wel. Hoe kleiner het onderwerp, hoe meer moeite journalisten er soms voor moeten doen. Tijdig nadenken over zo’n strategie kan dan helpen. Als impactgedrevenheid echter betekent dat je als journalist de maatschappij wilt veranderen en dus op de stoel van de actievoerder gaat zitten, dan wordt het link, stellen de aanwezige journalisten. Trommelen: ‘Juist het bewaken van de grens tussen activisme en journalistiek is de sleutel om het vertrouwen in de journalistiek te vergroten.’

Wat verstaat het Stimuleringsfonds onder impact?

Volgens Steffan Konings, projectmanager onderzoeksjournalistiek bij het Stimuleringsfonds, heeft de thema-avond laten zien dat er wat verwarring heerst over het begrip impact. Het gaat het fonds niet om activistische journalistiek, noch wil het scoringsdrang aanjagen, zegt hij. ‘Wat we wel zinvol vinden is aandacht te besteden aan wie men met een verhaal wil bereiken en op welke manier, en dat ook al tijdens het maakproces.’

Dat moet geen doel op zich worden en hoeft de keuze voor een onderzoeksonderwerp niet te beïnvloeden, stelt hij. Konings wil daarom ook het begrip ‘bereik’ nuanceren. ‘Het gaat er niet om zoveel mogelijk mensen te bereiken met het verhaal, maar de juiste mensen. Het vertalen van een stuk over arbeidsmigranten naar het Pools, zoals Investico deed, is daar een voorbeeld van.

Bovendien zou hij redacties willen aanmoedigen over de impact van verhalen te communiceren. ‘Laat zien waar een verhaal terecht is gekomen, waar het toe heeft geleid. Dat is goed voor je organisatie, want journalisten zien dat het werk nut heeft gehad, maar het is ook goed voor de binding met je lezers of leden.’

Foto’s: A.M. Minnaard Fotografie

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.