Interviewen in de onderzoeksjournalistiek: ‘Let the silence suck out the truth’

interviewen onderzoeksjournalistiek

Graven, spitten, speuren – dat is wat een onderzoeksjournalist doet. Vaak in documenten of archieven, maar ook in gesprek met bronnen. Het interview speelt daarom een belangrijke rol in de onderzoeksjournalistiek en goede voorbereiding is daarbij essentieel. Net als timing, toon en de juiste hoeveelheid stilte. ‘Probeer niet te onderbreken. Je weet nooit wat ze nog wilden gaan zeggen.’

‘In het gesprek mag geen antwoord je verrassen. Je moet de antwoorden als het ware al kennen’ zegt Scott Zamost, Senior Investigative Producer bij CNBC. Samen met Cheryl W. Thompson, onderzoeksjournalist bij NPR en daarvoor bij The Washington Post, sprak hij onlangs op de tweejaarlijkse Global Investigative Journalism Conference in Hamburg over the investigative interview. Een goed interview is altijd balanceren. Hoe beter de voorbereiding, hoe beter het evenwicht, blijkt uit hun verhaal.

Benader iemand niet te vroeg…

Zamost oefent met zijn team soms zelfs de toon van zijn vragen en mogelijke reacties en heeft dan tot in de puntjes in zijn hoofd hoe het gesprek zou moeten gaan, al laat hij altijd ruimte voor een onvoorziene wending. Een journalist moet daarom nooit te vroeg een interview ingaan, maar pas als alle details zijn uitgezocht, stellen zij.

…maar ook niet te laat

Tegelijkertijd is het belangrijk om een gesprekspartner niet te laat te benaderen, want bij een goede voorbereiding hoort eerlijkheid, zegt Thompson. Dat betekent openheid over doel en onderwerp van het interview, maar ook over de timing. ‘Wacht niet tot het laatste moment’, zegt zij daarom. Vaak willen journalisten eerst alle feiten rond hebben, voordat ze iemand ermee kunnen confronteren, maar als het onderzoek draait om een persoon, dan is het wel zo eerlijk om diegene dat tijdelijk te laten weten.

Met valse voorwendselen komen of zelfs druk uitoefenen om iemand te spreken te krijgen, is uit den boze, vult Zamost aan. Vasthoudendheid is daarentegen noodzakelijk. Soms kan het weken of zelfs maanden duren voordat iemand instemt met een vraaggesprek. ‘In het begin zeggen ze altijd nee. Dan leg ik nog een keer uit wat we willen gaan doen en waarom ik ze graag wil spreken, maar ik zeg ook: de keuze is aan jou. Jij bepaalt of we dit interview doen.’

Niet te veel zeggen…

Om de gesprekspartner aan de praat te krijgen, zijn de onderzoeksjournalisten grote voorstanders van stiltes. Let the silence suck out the truth, zei Watergate-onthuller Bob Woodward al. Hij had dit tijdens een van zijn onderzoeksprojecten afgekeken van de CIA, die deze methode volgens hem aan nieuwe agenten leert. Stiltes voelen ongemakkelijk, dus blijft de interviewpartner doorpraten. Vaak komen pas na het eerste antwoord de veel interessantere uitspraken. Thompson: ‘Probeer daarom ook niet te onderbreken. Je weet nooit wat ze nog wilden gaan zeggen.’

… maar ook niet te weinig

Dat betekent niet dat de interviewer het gesprek niet stuurt, integendeel. ‘De interviewer moet altijd ‘in control’ zijn. Herformuleer dezelfde vraag, net zo lang totdat je het antwoord hebt,’ zegt Thompson.

De ervaren interviewer en docent Brigit Kooijman is het hiermee eens. Hoewel haar interviews meestal gaan over culturele of human interest-onderwerpen, ziet zij overeenkomsten met interviewen voor een onderzoeksverhaal. ‘En stel de vraag ook als je weet dat diegene geen antwoord gaat geven. Je krijgt nooit spijt van een vraag, maar wel van een vraag die je niet gesteld hebt, zeg ik altijd tegen mijn cursisten.’

Interviewers moeten bovendien ook de vragen durven stellen die te voor de hand liggend lijken, waarvan ze het antwoord zelf zouden kunnen opzoeken, of waar ze een geïnterviewde niet mee willen lastigvallen, zoals de uitleg van afkortingen en spelling van namen. ‘Je laat het je liever drie keer uitleggen dan dat je het een keer verkeerd opschrijft,’ zegt Thompson. ‘Het helpt om in het begin duidelijk te maken waar je voor schrijft, dat je geen expert bent, dan leggen geïnterviewden het graag uit,’ weet Kooijman uit ervaring.

Niet te vijandig…

Kritische vraaggesprekken worden weleens geassocieerd met een gespannen of zelfs vijandige sfeer. Onterecht, stellen de journalisten. Zamost: ‘In de beste interviews is de toon rustig, serieus, maar niet agressief. Het klinkt misschien voor de hand liggend, maar je moet altijd beleefd en respectvol blijven, zelfs al breken de geïnterviewden het interview af of worden ze boos.’ De bedoeling van een interview is immers het verkrijgen van informatie en niet ruziemaken of je gelijk proberen te halen. In een vijandige sfeer zal een geïnterviewde niet snel geneigd zijn te vertellen.

… maar ook niet te aardig

Tegelijkertijd moet een journalist niet te graag aardig gevonden willen worden, zegt Kooijman. ‘Het is een van de grootste valkuilen: een vraag niet durven stellen uit angst voor een ongemakkelijke situatie. Maar een interview is een professionele setting, geen gewoon gesprek, dus de rolverdeling is duidelijk. Hoe hogergeplaatst de geïnterviewde bovendien is, hoe meer die gewend is afgekapt te worden of scherpe vragen te beantwoorden.’ Ook als het gesprek pijnlijk wordt, moet de journalist daarom doorvragen, stelt ze. ‘Het er niet bij laten zitten als je merkt dat de gesprekspartner het onprettig begint te vinden. Dat is de grootste uitdaging.’

Foto: Daniel Foster

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.