Erik-Jan van Drieënhuizen, Noah Moeys en Eugenie D’Hooghe

Je bent jong en wordt buitenlandcorrespondent: ‘Kwestie van brutaal mailen, leuren en langsgaan’

Nieuws | Vernieuwing

Waar veel Nederlandse buitenlandcorrespondenten vroeger met een vast contract op zak naar het buitenland vertrokken, werkt het gros van de Nederlandse buitenlandcorrespondenten tegenwoordig als freelancer. Het gevolg is dat veel jonge avonturiers het erop wagen. Drie van hen vertellen hoe ze dat vergaat.

Zo’n vier jaar geleden besloot Erik-Jan van Drieënhuizen (28) met zijn vriendin te verhuizen naar het zuiden van Frankrijk, zonder te weten hoelang ze daar zouden verblijven. Het leek de twee francofielen leuk een tijdje in het land te wonen. Zij had Frans gestudeerd en hij geschiedenis en internationale betrekkingen, met een scriptie over de Franse interventie in de Sahel. Ze belandden uiteindelijk in Marseille, waar Van Drieënhuizen aan de slag ging als regiomanager voor een Frans brillenmerk. 

Parallel daaraan zette hij een blog op met artikelen over onder meer de Franse politiek. De respons vanuit Nederland was positief, dus bleef hij schrijven. Na een publicatie in De Groene Amsterdammer en een afgeronde pitchcursus waagde Van Drieënhuizen de sprong in het diepe: na anderhalf jaar verliet hij het brillenbedrijf en begon hij zijn bestaan als freelance journalist.

Trappenhuis

‘Terwijl ik beetje bij beetje naar opdrachtgevers zocht, werkte ik nog als tourgids in de stad,’ vertelt Van Drieënhuizen, die aangeeft dat slechts 20 procent van zijn inkomen destijds afkomstig was uit de journalistiek. Inmiddels is die verhouding omgedraaid en schrijft hij voor verschillende Nederlandse tijdschriften. ‘De Nederlandse mediawereld is een soort trappenhuis,’ aldus Van Drieënhuizen. ‘Je begint met kleine opdrachten tegen slechte betaling, maar door die opdrachten te doen kun je binnenkomen bij bepaalde tijdschriften. Die ervaring kun je weer uitbouwen naar de grote landelijke bladen.’

Pitchen is mijn grootste vriend en vijand

Noah Moeys, freelance correspondent in Peru

Van Drieënhuizen onderstreept het belang van pitchen en netwerken, iets waar Noah Moeys (29) ook het gros van haar tijd aan kwijt is. Voordat ze een half jaar geleden met haar vriend naar Arequipa, Peru, vertrok, bezocht ze zoveel mogelijk redacties. Gewoon een kwestie van ‘brutaal mailen, leuren voor een afspraak en langsgaan,’ zegt Moeys. ‘Ook ging ik naar allerlei conferenties en meet-ups, waar ik iedereen vertelde dat ik ging verhuizen. Verschrikkelijk om te doen, maar ik voelde me daarna wel hyped.’ 

Ondertussen zit Moeys aan de andere kant van de oceaan en gaat al het netwerken digitaal, vaak via een pitch. ‘Pitchen is mijn grootste vriend en vijand,’ zegt ze. ‘Het is zo moeilijk, maar tegelijkertijd echt kicken als een pitch aanslaat en wordt geaccepteerd.’ Zo publiceerde het Belgische dagblad De Standaard laatst een reportage van haar na een zogenoemde cold pitch. ‘Hoewel ik het liefst in vaste dienst had gezeten als correspondent, is een voordeel van het freelancen dat je mag pitchen aan heel de wereld. Hoe meer ik pitch, hoe meer publicaties, hoe meer mijn verhalen worden verteld. In plaats van het bewandelen van het gebaande pad, opent het dus veel andere deuren.’

Financiële ademruimte

Voor de Belgische Eugenie D’Hooghe (31) begon haar tijd als freelance correspondent Midden-Oosten bijna drie jaar geleden. Na al een aantal jaren tussen die regio en België heen en weer gependeld te hebben als documentairemaker wilde ze de omslag maken naar de geschreven pers. De Belgische krant De Tijd gaf haar uiteindelijk een freelanceovereenkomst, wat de journalist in staat stelde om naar Jeruzalem te verhuizen. Op 1 oktober 2023 begon ze als correspondent, zeven dagen later viel Hamas Israël aan. 

‘Om genoeg te verdienen, moest ik het eerste jaar ook veel voor andere media werken, zoals radio en tv,’ vertelt D’Hooghe. ‘Multimediaal werken spreekt me niet zo aan, dus ik was blij toen ik in 2024, na de val van Assad, ook voor dagblad Trouw mocht gaan schrijven. Daar kwam vorig jaar ook Het Financieele Dagblad bij. Dit geeft financiële ademruimte, waardoor andere media geen must meer zijn.’ 

Door al die verschillende opdrachtgevers krijgt D’Hooghe ook opdrachten toebedeeld, wat haar weer tijd en energie scheelt. ‘Hierdoor hoef ik minder zelf te pitchen,’ aldus D’Hooghe. ‘Tegelijkertijd heb ik mijn voelsprieten uitstaan in de regio, waardoor ik zelf ook verhaalideeën aan blijf dragen. Die wisselwerking is fijn.’ Haar freelancebestaan vereist naast schrijfvaardigheden ook planning- en onderhandelingsskills. ‘De planning loopt volledig door elkaar. Je moet niet alleen onderhandelen over wie wat wanneer wil hebben, maar ook over de verdeling van de kosten.’

Zorg dat je weet waar de interesses liggen van degene die jouw pitches beoordeelt

Erik-Jan van Drieënhuizen, Frankrijk-correspondent

Dit soort gesprekken verlopen gemakkelijker als je een goede band hebt met je opdrachtgevers, zegt D’Hooghe. ‘Een grote tip van mij is naar de redacties gaan waarvoor je schrijft,’ aldus de Midden-Oosten-correspondent, die zelf ongeveer eens per jaar binnenspringt bij redacties waarvoor ze werkt. ‘Face-to-face kun je persoonlijkere dingen vertellen dan over de telefoon. Dat creëert een vertrouwensband.’

 Andere correspondenten aanvullen

Van Drieënhuizen, die nog nooit een van zijn opdrachtgevers in het echt heeft ontmoet, ziet hier bij zichzelf nog ruimte voor verbetering. ‘Ik ga hooguit drie keer per jaar naar Nederland,’ zegt hij. ‘Dan zit de agenda zo vol met familie- en vriendenbezoekjes dat er niet veel tijd overblijft voor netwerken. Bovendien hebben redactiechefs het zelf ook hartstikke druk.’ Gelukkig, zegt hij, zijn er andere opties om je opdrachtgever beter te leren kennen. ‘Zorg dat je duidelijk hebt aan wie op de redactie je je pitch moet sturen. Leer die persoon kennen, kijk wat voor stukken diegene accepteert en waar zijn of haar interesses liggen.’

Een andere tip die Van Drieënhuizen geeft is thema’s verslaan die de vaste correspondenten van de gevestigde media niet behandelen. Daar liggen volgens hem mogelijkheden. ‘Het is belangrijk om complementair te zijn aan de echt grote onderwerpen die andere correspondenten oppikken,’ zegt de Frankrijk-correspondent. ‘Zo bespaar je jezelf veel tijd, moeite en teleurstelling.’ 

Net als Van Drieënhuizen probeert ook Moeys zich van andere correspondenten te onderscheiden met haar onderwerpkeuzes. Zo focust ze in tegenstelling tot veel klassieke buitenlandjournalisten deels op onderzoeksjournalistiek. ‘In Nederland ben ik opgeleid tot onderzoeksjournalist, wat me de vaardigheden heeft gegeven om het geld te volgen en bedrijven in kaart te brengen,’ zegt ze. ‘Ik zie het als mijn taak om dat vanaf hier te blijven doen.’

Nog geen euro gezien

Op het moment is Moeys bezig met een onderzoek naar misstanden in Peru, waar ze inmiddels al een aantal maanden mee bezig is. ‘Hoewel ik er al aardig wat energie en tijd in heb geïnvesteerd, heb ik nog geen euro gezien,’ vertelt ze. ‘Dat komt pas als het gepubliceerd wordt.’ Dat is volgens haar de reden dat freelance correspondenten nauwelijks aan onderzoek doen. Ze is daarom ook blij dat ze af en toe wat voor de Belgische en Nederlandse radio mag doen. ‘Per keer dat ik inbel, krijg ik zo’n 100 euro. Dat is niet veel, maar wel snel en handig.’ Verder raadt Moeys aan om ook voor buitenlandse media te schrijven: ‘Amerikaanse media betalen in vergelijking met Nederlandse en Belgische media veel beter, soms zelfs een dollar per woord!’

Alle drie de correspondenten zijn het erover eens dat de financiële onzekerheid van het werk de grootste uitdaging vormt en dat het om die reden essentieel is een goede financiële buffer op te bouwen voor je vertrekt. ‘Het komt vaak voor dat je op korte termijn weinig inkomsten hebt en pas een maand later wordt gecompenseerd,’ zegt Van Drieënhuizen. ‘Een buffer zorgt ervoor dat ik die periode kan overbruggen en geen acute financiële stress ervaar.’ 

Volgens D’Hooghe is het belangrijk realistisch te zijn over deze financiële kant van het freelance correspondentschap. ‘Men vertrekt vanuit het gevoel ergens de couleur locale op te snuiven en in alle vrijheid mooie verhalen te kunnen vertellen aan de hand van reportages,’ zegt ze. ‘Dat is mooi, maar je bent naast journalist ook ondernemer die facturen schrijft en onderhandelt over tarieven en reiskosten.’ Hoewel ze begrijpt dat veel jonge journalisten het niet doen voor het geld, herinnert ze eraan dat je ‘uiteindelijk van je passie niet kunt eten.’ Haar belangrijkste advies is dus: heb een plan van aanpak.

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier