Márton Kárpáti, oprichter van Telex: ‘Sla alarm bij inmenging in je onafhankelijkheid’

Nieuws | Medialandschap

Na zestien jaar is in Hongarije het tijdperk-Orbán voorbij. Behalve de politiek zette de president tijdens zijn leiderschapsperiode ook de media naar zijn hand. Márton Kárpáti weet er alles van. Hij is mede-oprichter van Telex, de grootste onafhankelijke nieuwssite van Hongarije, die onder de vorige president volledig werd genegeerd door de politiek. Wat verwacht hij dat er nu gaat veranderen voor de Hongaarse journalistiek, en wat kunnen we daar in Nederland van leren? 

Jarenlang zuchtten de media in Hongarije onder het autocratische bewind van president Viktor Orbán. De publieke omroep werd ‘gezuiverd’ van kritische journalisten, onafhankelijke media werden genegeerd of actief tegengewerkt en bedreigd. Die slaken nu een zucht van verlichting, nieuwe tijden breken aan. Márton Kárpáti (49), een van de oprichters van Telex, vertelde vorig jaar al in een interview dat hij optimistisch was over de toekomst, ondanks alle aanvallen van Orbán op de integriteit van zijn journalisten. 

Uw optimisme bleek terecht te zijn.

‘Ja! Zoals je ziet is het de moeite waard om positief te blijven. We weten nog steeds niet helemaal wat we kunnen verwachten, maar de eerste tekenen zijn veelbelovend. Bij zijn eerste persconferentie liet Magyar [de nieuwe minister-president, red.] de onafhankelijke media de eerste vragen stellen. Dat is een goed teken en een grote verandering. Eerder werden we, áls we al waren uitgenodigd, niet aan het woord gelaten. Tegen de tijd dat wij vragen konden stellen, was de tijd zogenaamd op. Er zijn ook minder bemoedigende tekenen. Tijdens de campagne gaf alleen de partijleider officiële interviews; niemand anders. Maar het wordt hoe dan ook beter dan het was.’

Volgens Reporters Without Borders stond ongeveer tachtig procent van de media aan de kant van de regering-Orbán. Wat betekende dat voor de journalistieke situatie in uw land?

‘Ik zou dat geen journalistiek noemen, maar een enorme propagandistische hersenspoelmachine. De mensen die daar werkten stelden niet de juiste vragen, wilden niet neutraal zijn maar de belangen van Orbán dienen. Ook zakelijk gezien zou ik ze geen echte nieuwssites noemen. Er waren meer dan vijfhonderd media aan de regering gelinkt. Die konden niet functioneren volgens de logica van de markt. Ze hadden het bereik niet, de kennis niet, eigenlijk niets om dat niveau te halen. Ze hadden geld nodig, en dat kregen ze. Heel veel.’

In een semi-autoritaire staat kan dat ook leiden tot een grotere behoefte aan echte journalistiek, toch? 

‘Dat is wat wij denken, en de cijfers laten zien dat die behoefte er is. Maar het klinkt ook makkelijker dan het is. In werkelijkheid stonden we juist extra onder druk omdát we onafhankelijk waren. We leefden jarenlang met een constante dreiging vanuit de regering. Ze konden ons op elk moment laten verdwijnen. 

Voordat we Telex oprichtten, werkten we bij de grootste nieuwssite van Hongarije, Index. Op een gegeven moment verscheen er een aan de regering gelinkte zakenman in het bestuur van de uitgever. Later kwamen ze met ideeën over hoe we moesten werken. Uiteindelijk ontsloegen ze onze hoofdredacteur.

Telex werd in oktober 2020 gelanceerd door een groep van circa 60 à 70 voormalige Index-journalisten, met Veronika Munk als hoofdredacteur en Márton Kárpáti als uitgever.

Dat was het moment waarop we opstonden. Bijna iedereen nam op dezelfde dag ontslag. We wilden niet dat iemand ons zou gaan vertellen wat we moesten doen. Het eerste moment dat we merkten dat er écht behoefte was aan ons werk, was toen we aankondigden Telex te beginnen. We hadden niets, dus vroegen we lezers om te doneren als ze geloofden in ons eerdere of toekomstige werk. En dat deden ze. Dat was niet alleen een sterk signaal voor ons, maar ook voor de samenleving: als je niet wilt dat de regering, of welke autoriteit dan ook, zich bemoeit met je onafhankelijke werk, dan kun je nee zeggen.’

Volgens de Democratie Monitor staat de Nederlandse samenleving op 18 van de 45 onderdelen in het rood. Zo worden journalisten steeds vaker bedreigd en staat de financiering van de Nederlandse publieke omroep onder druk. Kunnen Nederlandse journalisten volgens u lessen te trekken uit de Hongaarse situatie?

‘Het belangrijkste is: als je ook maar enige inmenging voelt in je integriteit, je onafhankelijkheid of je beroep, dan moet je alarm slaan. Dat mag je nooit laten gebeuren. Je moet vasthouden aan je principes, geloven in jezelf en in je publiek. Wat er ook gebeurt, je moet vechten tegen iedereen die dat in gevaar probeert te brengen.’

Hebben jullie achteraf bezien waarschuwingssignalen gemist of onderschat? 

‘Nee. We hadden eigenlijk geen optie. Fidesz had een tweederdemeerderheid in het parlement. Ze konden elke wet aannemen die ze wilden. In zo’n situatie kun je niet veel doen. Ik geef vaak dit voorbeeld: als ze op het idee waren gekomen om een belasting van 90 procent in te voeren voor een bedrijf waarvan de naam begint met een T en eindigt op ‘elex’, dan hadden ze dat kunnen doen.’

Wat beschouwt u als het dieptepunt van de afgelopen periode?

‘Een jaar geleden diende de regering een wetsvoorstel in dat de Transparency Law werd genoemd. In werkelijkheid was het een ingrijpende ‘buitenlandse-agentenwet’, net als in Rusland. Waarom zouden we geen geld mogen ontvangen uit de EU, waar Hongarije onderdeel van is? Of van een Hongaar die in het buitenland woont? Er zou een bureau komen met een door de regering benoemde baas. Dat kon iedereen op een lijst zetten, zonder opgaaf van redenen en zonder recht op verdediging. Een krankzinnig plan. Zodra je op die lijst stond, zou het onmogelijk worden om nog te functioneren. Dat nieuws zorgde tegelijkertijd voor een enorme veerkracht bij onafhankelijke nieuwssites en hun publiek. Het werd opnieuw een moment om op te staan en te zeggen: dit is een rode lijn, die mag je niet overschrijden. Maar op managementniveau moesten we noodscenario’s uitwerken in plaats van ons te richten op het maken van een goede nieuwssite. Een heel jaar lang.’

De Russische ‘buitenlandse-agentenwet’ verplicht personen, media en organisaties die volgens de staat buitenlandse steun of invloed ontvangen én ‘politiek actief’ zijn zich te registreren als foreign agent. In de praktijk is het een breed inzetbaar repressiemiddel: betrokkenen krijgen zware rapportageplichten, publieke stigmatisering en risico op boetes, verboden of strafvervolging.

Hoe staat Telex er momenteel voor?

‘In oktober bestaan we zes jaar. We zijn de grootste onafhankelijke nieuwssite van Hongarije. Afgelopen maanden zijn we zelfs de grootste site van het land geworden, marktleider. We hebben dagelijks meer dan 800 duizend lezers en hebben 130 mensen in dienst. We hebben in feite drie inkomstenbronnen: donaties van lezers, advertentie-inkomsten en ongeveer 8 procent uit internationale subsidies. Dus zonder betaalmuur, we vinden dat publieke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn.

We hoeven nu gelukkig niet meer de hele tijd bezig te zijn met overleven. We kunnen ons richten op journalistiek, het uitbouwen van het bedrijf, het ontwikkelen van nieuwe bedrijfsonderdelen en formats. Eindelijk!’

Hoe is de sfeer op de redactie op dit moment?

‘De redacteuren zijn natuurlijk blij dat ze vrijer kunnen werken. Maar ze zijn ook extreem vastbesloten om onafhankelijke journalistiek te blijven bedrijven. Het is dus niet zo dat iedereen nu achteroverleunt en feestviert. We wilden niet dat Orbán verloor. We wilden niet dat de andere kant won. Het gaat erom goede verhalen te brengen met de intentie om de waarheid te achterhalen, of in elk geval beide kanten te laten zien. Zodat lezers zelf kunnen oordelen. We blijven gewoon ons werk doen. We zijn journalisten.’