Minder geld, meer begeleiding, meer resultaat: hoe het SVDJ nu helpt innoveren

Twee jaar geleden werd de Accelerator geboren: een snelkookpan voor innovatieve plannen. Het is het kindje van de Persinnovatieregeling en de Challenge, waarmee veel meer geld gemoeid was. Wie nu wil innoveren, moet veel kleine experimenten uitvoeren onder intensieve begeleiding. ‘Als je mensen geld geeft en vervolgens laat doen waar ze zin in hebben, gaan ze een jaar bouwen aan hun droomidee zonder onderweg te checken of dat idee wel zo goed is.’

 

‘Voor een partij die zegt ‘durf te experimenteren’ zie ik wel erg weinig experimenten.’ Het is een dinsdagavond in Utrecht. In een krappe ruimte op de tweede verdieping van zalencentrum Social Impact Factory is Pieter Zwart aan het woord. Zwart is hoofdredacteur van Voetbal International, maar vanavond zit hij als assistent jurylid naast marketingstrateeg Aukje Metz. Tegenover het juryduo zit een team van het kunstzinnige online tijdschrift Hard//hoofd, dat meedoet aan de SVDJ Accelerator. Zwart vervolgt: ‘De tijd waarin jullie bezig zijn met een experiment is veel te lang. Knip het op in kleinere experimenten, dan leer je veel sneller en veel meer.’

Leren en experimenteren: het zijn woorden die vaker vallen op dit ‘sprint-event’ van de Accelerator, het programma dat vorig jaar de subsidieregeling voor innovatie verving. Wie een idee heeft dat de journalistiek vooruithelpt, krijgt niet langer een bedrag dat naar eigen inzicht kan worden besteed, maar doorloopt een intensief programma van ruim een half jaar.

45 jaar Stimuleringsfonds

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek bestaat 45 jaar. In die periode veranderde er nogal wat: hield het fonds zich in de begintijd uitsluitend bezig met de steun aan noodlijdende kranten en tijdschriften, de laatste jaren ligt de focus op innovatie. Dit is het laatste deel van een drieluik over de ontwikkeling van het fonds én de Nederlandse journalistiek.

Experimenteren in fases

Dit programma is opgedeeld in zes ‘sprints’, oftewel fases, waarin de teams telkens verschillende aannames testen over hun idee. Aan het eind van iedere sprint worden de resultaten gepresenteerd aan een jury en worden er voorstellen gedaan voor nieuwe experimenten. Als een experiment wordt goedgekeurd, wordt het gefinancierd met subsidie. Zo kan een team bijvoorbeeld een developer inhuren of een marketingcampagne uitvoeren. Gedurende het gehele programma wordt er 800.000 euro aan subsidie verstrekt.

Je ziet nu veel meer resultaat dan toen we nog vooral geld uitdeelden

Geen grote zakken geld dus, maar de uitkomsten liegen er volgens programmacoördinator Peter Smet niet om: ‘Het opleiden van een lichting mensen die weten hoe ze moeten innoveren is belangrijker dan het resultaat, maar je ziet ook veel meer resultaat dan toen we nog vooral geld uitdeelden. Je ziet nu startups die na vier maanden al keiharde omzet boeken, terwijl ze een fractie van het geld gebruiken dat eerder werd besteed.’

De regeling van Plasterk

Hoe zag die innovatieregeling er voorheen dan uit? In de vorige aflevering van dit drieluik viel te lezen dat de wortels van de huidige Accelerator liggen in het begin van deze eeuw, toen het Stimuleringsfonds zich realiseerde dat de Nederlandse journalistiek een steuntje in de rug nodig had bij de digitale omslag en pleitte voor een innovatieregeling.

Het duurde tot 2009 tot dit advies werd opgepakt door de Tweede Kamer. Deze stelde de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers in, die na onderzoek adviseerde om het Stimuleringsfonds voor de Pers ­– zoals het fonds toen nog heette – een rol te geven bij het bevorderen van ‘de innovatie in de journalistieke productie en infrastructuur’.

Hierna besloot minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om eenmalig acht miljoen euro uit te trekken via de ‘tijdelijke Regeling Persinnovatie’. Dit bedrag was afkomstig uit de inkomsten die werden verkregen via reclames op de publieke omroep, en maakte daar vier procent van uit.

Modderige praktijk

‘Aanvankelijk was de gedachte dat dit snel zou resulteren in duizend bloeiende bloemen’, zo herinnert Nol Reijnders zich, die als adviseur mediabeleid op het ministerie van OCW dicht betrokken was bij deze regeling. ‘Maar in de modderige praktijk van alledag bleek dat moeilijker.’

Veel projecten gingen ten onder aan goedbedoeld enthousiasme

In de regeling kregen mediaorganisaties een bedrag van het fonds. Voorwaarde hiervoor was dat hun plannen innovatief waren en dat de onderweg geleerde lessen werden gedeeld met de rest van de sector. ‘Maar het inschatten van dat innovatieve karakter bleek nog weleens moeilijk te zijn’, aldus Reijnders. ‘Sommige organisaties hadden erg veel moeite met het doorvoeren van innovaties; het bleek dat er meer aandacht nodig was voor begeleiding. Veel projecten gingen ook ten onder aan goedbedoeld enthousiasme. Mensen geloofden heilig in hun eigen ideeën en vergaten daardoor naar andere mogelijkheden te kijken.’

Minder geld, meer begeleiding

René van Zanten, die in 2011 aantrad als algemeen directeur van het Stimuleringsfonds, bevestigt dit: ‘Aan het begin wist niemand precies hoe het moest. Dat hebben we geleidelijk ontdekt. Van projecten die minder liepen, leerden we dat we andere eisen moesten te stellen aan de kwaliteit van innovatie. Ook hebben we al snel het subsidieplafond verlaagd, wat aanvragers dwong om meer na te denken over hoe ze het geld besteedden. Bovendien zagen we dat we meer moesten gaan inzetten op begeleiding.’

Die grotere inzet op begeleiding werd mogelijk doordat het fonds ook na 2012 – toen de eerste acht miljoen euro op was – jaarlijks een (kleiner) bedrag bleef ontvangen om de ‘tijdelijke’ innovatieregeling uit te kunnen blijven voeren. Bovendien was er in 2012 al een nieuwe subsidieregeling bijgekomen voor jong talent: The Challenge.

The Challenge

Aan The Challenge konden studenten en net-afgestudeerden deelnemen die een vernieuwend idee voor de journalistiek hadden. In het voorjaar vond er intensief  programma van een aantal weken plaats, waarin de teams cursussen kregen, maar er tegelijkertijd deelnemers afvielen. Aan het einde van de race wonnen drie teams een subsidie van 20.000 euro, plus een jaar lang huisvesting en coaching.

Veel mensen vonden het stressvol om een startup te beginnen, omdat ze dachten dat ze het nieuwe Blendle moesten worden

In eerste instantie kwamen er veel aanmeldingen binnen voor The Challenge, maar toen Peter Smet in 2016 voor het Stimuleringsfonds ging werken, zag hij dat dit aantal al een paar jaar terugliep. ‘Het viel midden in het academisch jaar, waardoor veel studenten het te druk hadden. Ook vonden veel mensen het stressvol om een startup te beginnen, omdat ze het gevoel hadden dat ze het nieuwe Blendle moesten worden.’

Tegelijkertijd werd in de innovatieregeling duidelijk dat ook professionele mediaorganisaties wel wat begeleiding konden gebruiken bij hun innovaties. Smet: ‘Als je mensen geld geeft en vervolgens laat doen waar ze zin in hebben, gaan ze een jaar bouwen aan hun droomidee zonder onderweg te checken of dat idee wel zo goed is. Dat is zonde, want als ze die droom eerst toetsen aan de realiteit, komt er waarschijnlijk meer van terecht.’

Denken als ondernemer

Daarom werd in 2017 het roer omgegooid: de innovatieregeling en The Challenge werden samengesmeed tot de Accelerator. ‘Het voordeel aan dit programma is dat het geschikt is voor iedereen die een idee verder wil ontwikkelen’, vertelt Smet. ‘Voor studenten die iets willen beginnen is het aantrekkelijk omdat ze een half jaar de middelen krijgen om iets op poten te zetten. Voor grote partijen is het weer interessant dat ze advies krijgen van mensen die minder als journalist denken, maar meer als ondernemer. En doordat beide meedoen, breng je jonge mensen samen met ervaren rotten.’

Dat diverse teams profiteren van de Accelerator, is goed te zien tijdens het sprint-event. Niet alleen de jongelingen van Hard//hoofd gaan naar huis met aangescherpte ideeën. Ook teams van bijvoorbeeld Follow the Money en de Volkskrant krijgen feedback waarmee ze naar eigen zeggen vooruit kunnen.

Smet is tevreden over de eerste twee edities van de Accelerator: ‘Het inzetten op experimenten is echt nieuw, ook voor grote partijen. Journalisten werken vaak heel intuïtief, maar door een beetje te tornen aan hun gevoel en hen meetbare doelen te laten toetsen, kun je beter inzicht geven in welke waarde journalisten precies toevoegen aan de maatschappij en hoe ze deze waarde kunnen vergroten.’

Voor de toekomst ziet Smet het netwerk rond de Accelerator graag groter worden. ‘Hier zijn we al een beetje mee begonnen door het oprichten van een denktank voor studenten en starters, die willen misschien op een bepaald moment wel met hun ideeën aan de slag in de Accelerator. Verder lijkt het me gaaf als we initiatieven die net uit de Accelerator komen nog een beetje kunnen ondersteunen tot ze zichzelf een beetje kunnen bedruipen. Dan heeft zo’n programma meer impact.’

Verschil maken

Gevraagd naar zijn ideeën over de impact van de innovatieregeling, zegt Nol Reinders: ‘De journalistieke sector is zo groot dat je het kan zien als een vliegdekschip en het Stimuleringsfonds als een kano die het probeert bij te sturen. Met een paar miljoen kan je niet de wereld veranderen, maar ondanks het kleine budget maakt het fonds toch op heel veel momenten net het kleine verschil.’

René van Zanten is nog stelliger: ‘Noem mij maar vijf succesvolle innovatieve projecten in Nederland die niet uit de koker van het Fonds komen. Dat gaat je niet lukken.’

Foto: alle deelnemers van de Accelerator 2019 door A.M. Minnaard Fotografie 

Lees ook:

Eindeloos subsidiëren was geen optie: hoe het Stimuleringsfonds besloot in te zetten op innovatie

Was vroeger alles beter? Waarom het fonds 45 jaar geleden al nodig was

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkt als freelance journalist voor onder meer de Volkskrant, SvdJ.nl en Omroep West. Eerder werkte hij voor Blendle en Vrij Nederland.