Van sport naar misdaad of van zorg naar politiek: hoe bevalt zo’n redactieswitch?
Nieuws | Op de werkvloer
Elke week stapt er wel een journalist over van redactie X naar redactie Y. Hoe begin je opnieuw? Wat heb je op de nieuwsdienst aan de ervaring die je opdeed op de sportredactie? En hoe vaak zou je als journalist eigenlijk moeten veranderen van rol? Judith Harmsen van Trouw, Rik Spekenbrink van het AD en Sara Berkeljon van de Volkskrant wisselden onlangs van portefeuille. ‘Op een gegeven moment heb je alles wel gezien, zo’n wissel zorgt voor een frisse blik.’
Rik Spekenbrink werkt sinds oktober op de nieuwsdienst van het AD, waar hij zich richt op maatschappelijke onrust. Een flinke ommezwaai, na bijna 20 jaar sportverslaggeverij voor dezelfde krant, Brabants Dagblad en De Persdienst.
‘Sportverslaggeving is geweldig, en toch heb ik altijd het gevoel gehad dat er meer was. Al jaren riep ik dat ik ooit iets anders zou gaan doen. Toch was er altijd wel een reden om dat niet te doen. Want als het ene grote toernooi achter de rug was, dan stond het volgende alweer voor de deur.
Maar het bleef knagen. Het leek me leuk om ook weer eens over andere, serieuzere onderwerpen te schrijven. Dus toen vorig jaar deze vacature online kwam, dacht ik: ik probeer het gewoon. Kort na het eerste gesprek stapte ik nietsvermoedend in het vliegtuig naar Japan om het WK atletiek te verslaan. Op dat moment stond ik er niet bij stil dat dit misschien wel mijn laatste grote toernooi zou zijn.

Toen tijdens het tweede gesprek duidelijk werd dat ik zou gaan schrijven over de randen van de criminaliteit, over extreem links en rechts, boze boeren en soevereinen, wist ik: dit wil ik. Ik kreeg de baan en daarna ging het snel. Er ging een streep door de Olympische Spelen, wat best een beetje pijn deed, en ik had mijn laatste reis als sportverslaggever al gemaakt. Achteraf gezien was het WK atletiek een prachtige afsluiter.
Ik kan weer naar verjaardagen zonder laptop mee te nemen, en dingen plannen wanneer anderen ook vrij zijn
Rik Spekenbrink, redacteur nieuwsdienst Algemeen Dagblad
In de eerste weken was ik enorm aan het zwemmen. Ik werd er onzeker van: ging dit me wel lukken? Gelukkig verdween dat gevoel snel. Een compleet nieuw netwerk opbouwen kost tijd, maar de kop is eraf. Ik kijk er naar uit om alles te weten over “mijn” onderwerpen. Om een aantal keren per jaar leading te zijn en het nieuws te bepalen met verhalen waarin ik mijn tanden heb gezet.
Tot nu toe zijn de meer afgebakende werkdagen en -tijden misschien wel het grootste verschil tussen beide banen. Ik kan weer naar verjaardagen zonder mijn laptop mee te nemen en dingen plannen op momenten waarop de meeste andere mensen ook vrij zijn. De afgelopen tien jaar ben ik veel van huis geweest. Dat deed ik met plezier en die reizen waren niet de reden om te wisselen van functie. Toch merk ik dat vaker thuis zijn ook een groot bijkomend voordeel is, vooral omdat ik inmiddels een dochter heb.
Natuurlijk volg ik sport nog steeds hobbymatig, maar een stuk minder intensief dan voorheen. Of ik ooit terugga? Dat is een lastige. Ik ben nu 42 jaar – het gat tussen mij en de sporters wordt steeds groter. Ik weet niet hoe leuk ik het zou vinden om straks als vijftiger tegenover sporters van twintig te staan.’
Sara Berkeljon werkte 15 jaar voor Volkskrant Magazine en bijlage V, waarvoor ze de laatste jaren voornamelijk grote interviews maakte. Vorig jaar stapte ze over naar de politieke redactie. Tijdelijk, was het idee, maar het beviel zo goed dat ze bleef.
‘Er was een vacature, onder het mom van ‘Wie wil er vier maanden naar Den Haag om te helpen met het verslaan van de campagnetijd?’ Juist omdat het tijdelijk was, stak ik mijn hand op. Ik had zin om weer eens iets heel anders te doen. Aan de andere kant wilde ik niet zomaar mijn leuke baan opgeven voor iets waarvan ik niet wist of het bij me past.
Het was wennen. Ineens werkte ik vanuit Den Haag met een kleine groep collega’s die ik nog niet zo goed kende. Naast lange verhalen, interviews en analyses, moest ik nu ook korte artikelen schrijven, iets wat ik al jaren niet had gedaan.
Aan het ene stuk, zoals het onderzoeksverhaal over wat er vooraf ging aan het aftreden van Hans Wijers dat ik samen met collega Frank Hendrickx maakte, werk ik een paar weken. Kortere nieuwsartikelen moet ik binnen twee uur leveren. Inmiddels vind ik de mix aan vertelvormen en de verschillende werktempo’s juist leuk. Het maakt het werk heel afwisselend.
Het zou goed zijn als er vaker tijdelijke vacatures zouden zijn, zodat mensen iets proberen buiten hun comfortzone
Sara Berkeljon, politiek redacteur de Volkskrant
Mijn interviewervaring werkt in mijn voordeel. Toch zijn de interviews met politici totaal anders dan die voor het magazine. Een gesprek is per definitie lastig, omdat hun voorlichter erbij zit en ze niet vrijuit praten. Persoonlijke vragen vinden ze vaak fijn, omdat ze daarmee kunnen laten zien dat ze echte mensen zijn die van hun kinderen houden. Terwijl ik juist kritisch wil zijn op de inhoud en door hun campagne praatjes heen wil prikken. Dat is een uitdaging, omdat ze getraind zijn om lange, nietszeggende antwoorden te geven.
Na vier maanden dacht ik: waarom zou ik teruggaan naar mijn oude functie? Ik had hard gewerkt, het ging goed en ik had het naar mijn zin. In overleg met de hoofdredactie werd mijn tijdelijke aanstelling omgezet in een vaste.
Ik had dit veel eerder moeten doen, de verandering geeft me energie. Het zou goed zijn als er vaker dit soort tijdelijke vacatures zouden zijn, zodat mensen eens iets proberen buiten hun comfortzone. Op een gegeven moment heb je alles wel gezien in een functie, zo’n wissel zorgt voor een frisse blik. Voorlopig zit ik op mijn plek in Den Haag, maar na een jaar of zes wil ik wel weer iets anders doen. Sommige journalisten lopen twintig jaar in Den Haag rond, dat gaat mij niet gebeuren.’
Judith Harmsen is sinds afgelopen zomer politiek verslaggever bij Trouw. Daarvoor schreef ze twee jaar over zorg op de redactie binnenland.
‘Op mijn eerste werkdag als politiek verslaggever viel het kabinet. Dus in plaats van handen schudden en koffietjes drinken, stapte ik met mijn collega op de fiets naar het Catshuis. Daar stond ik meteen tussen al die andere journalisten in de frontlinie.
Omdat ik al eens tijdelijk een collega in Den Haag had vervangen, wist ik een beetje hoe de dingen daar werken. Dat scheelde enorm. Toch zorgde die kabinetsval voor een chaotische start. Normale Kamerweken zijn sinds mijn aanstelling op een hand te tellen. Het was meteen in het diepe springen, werk oppakken dat gedaan moest worden – en er was veel te doen. Nu pas komt er wat ruimte om kennis te maken en na te denken over onderwerpen waar ik mijn stempel op wil drukken.

Ik zat na twee jaar net lekker in mijn onderwerpen. Wilde ik dat wat ik had opgebouwd nu alweer opgeven? Ja dus
Judith Harmsen, politiek verslaggever Trouw
Al klaag ik niet, hoor, want het was juist de dynamiek in Den Haag die me aantrok. Dáár worden grote, belangrijke beslissingen genomen. Sinds ik er een poosje had rondgelopen, wist ik dat ik ooit terug wilde. Toch heb ik flink zitten dubben of ik zou solliciteren. Ik heb al veel redactiewissels achter de rug en zat na twee jaar net lekker in mijn onderwerpen. Wilde ik dat wat ik had opgebouwd nu alweer opgeven? Ja dus.
De onvoorspelbaarheid is het grootste verschil met mijn vorige functie. Dagen die rustig beginnen, veranderen regelmatig in complete chaos, zoals toen er laatst zeven leden van de PVV-fractie opstapten. Die middag zou mijn zus komen koffiedrinken in de Tweede Kamer, en dat gaat dan niet door.
Toch zit ik voorlopig helemaal op mijn plek. Al heb ik wel gemerkt dat het in mijn voordeel werkt dat ik al veel portefuillewissels heb gedaan. Inmiddels weet ik dat ik gewoon moet beginnen, gáán, mijn eigen nieuwsgierigheid volgen. Dan kom ik er wel.’
