Roy Khemradj werkt aan journalistiek fonds in Suriname: ‘Tijd dat daar wat tegels worden gelicht’

Nieuws | SVDJ

Toen Roy Khemradj in 2012 bestuurslid werd van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, ging het bij het fonds nog voornamelijk over innovatie en had het een bescheiden budget. Nu hij tien jaar later afscheid neemt, gaat het er ook over onderzoeksjournalistiek en lokale journalistiek en is de organisatie flink verjongd. Khemradj blikt terug én vooruit: hij richt zijn pijlen nu op de journalistiek in Suriname, die daar ‘op zijn gat ligt’.

Hij zag Blendle, De Correspondent en LocalFocus hun eerste stappen zetten. Hij maakte drie verschillende voorzitters mee en maar liefst twee naamswijzigingen van het fonds. Na tien jaar zwaait Roy Khemradj (67) af als bestuurslid van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. ‘Door de afwezigheid van fysieke bijeenkomsten in coronatijd begon ik er minder plezier in te krijgen. Maar nu het moment daar is, denk ik toch: eigenlijk is het veel te leuk om weg te gaan.’

En dan nu een afscheidsinterview, welke gevoelens brengt dat teweeg?

‘In ieder geval dankbaarheid. De interactie met het veld, alle mensen die ik heb ontmoet. Mijn bestuursfunctie is de connectie geweest met de sector. Het absolute hoogtepunt voor mij persoonlijk was een studiereis naar de VS in 2017. Op bezoek bij onder meer The Huffington Post, Bloomberg, Vice Media en AP in New York om te zien hoe zij werken. Maar ook bij Netflix, Google en Spotify in San Francisco om te leren over algoritmes.’

Wat is het grootste verschil tussen het fonds toen u binnenkwam als bestuurder en het fonds nu?

‘Dat er veel meer geld is. Toen ik begon zaten we altijd te klagen over die lousy 2,2 miljoen euro die we jaarlijks kregen. Echte verandering kwam toen het kabinet besloot om onderzoeksjournalistiek met extra geld te ondersteunen. Vervolgens kwam er het coronasteunfonds. Dit soort regelingen vereisen een professionelere organisatie die nauwkeurig is in toewijzen en controleren.

En we hebben natuurlijk nu een nieuwe directeur, Peter Smet. Het fonds is jonger en dynamischer geworden.’ Lachend: ‘Eigenlijk een prachtige omgeving om als ouwe lul te werken.’

Wat is de belangrijkste verdienste van het fonds geweest de afgelopen tien jaar?

‘Het is het enige platform voor de sector om met elkaar te debatteren over de toekomst van de journalistiek. Van de hoofdredactie van de NOS en RTL tot Elsevier en de krantenuitgevers: we brengen iedereen bij elkaar. We organiseren thematische sessies, zoals De Regio Vecht Terug. En inmiddels twee edities van het scenario-onderzoek waarin we vooruitkijken. Verder hebben we natuurlijk een wezenlijke bijdrage geleverd aan voortdurende journalistieke vernieuwingen in Nederland: start-ups, de ontwikkeling van datajournalistiek, journalistieke cartoons. Veel mensen vergeten het, maar al die innovaties zijn mede mogelijk gemaakt door het fonds.’

Wat had je graag willen bereiken, maar is niet gelukt in de afgelopen tien jaar?

‘Wat me altijd een doorn in het oog is geweest: de grote regionale omroepen blijven heel erg wit. Het Amsterdamse AT5 is een uitzondering, maar kijk eens naar Omroep West in Den Haag, Rijnmond in Rotterdam, RTV Utrecht en NH Noordholland. 60 procent van de inwoners van Rotterdam is divers, maar in de programmering hoor en zie ik daar veel te weinig van terug. Vanuit het fonds is het niet gelukt daar echt iets aan te veranderen.

Verder doen jonge journalisten tegenwoordig alles vanachter hun bureau. Ze googelen in plaats van dat ze fysiek de wijken ingaan en een netwerk aanleggen in de Turkse, Marokkaanse of Kaapverdische gemeenschap. Daarover moeten we als bestuur het gesprek aan met programmamakers en leidinggevenden. Ik hoop daarom dat een eventuele opvolger een vinger aan de pols houdt op het gebied van diversiteit en inclusie. Daarmee wil ik niet zeggen dat het per se iemand van kleur moet zijn, maar wel dat het onderwerp op de agenda blijft.’

Wat zijn je plannen nu je bestuurslid-af bent?

‘Zelf heb ik een Surinaamse achtergrond en ik heb tijdens mijn tijd bij het fonds weleens gedacht: wat zou het mooi zijn als zoiets in Suriname ook mogelijk is. De journalistiek ligt daar echt op zijn gat. Ik heb het idee eens geopperd bij mensen die ik ken in Suriname, maar ik kreeg nauwelijks reacties terug. Toen sprak ik Jeroen Trommelen, die veel Suriname-kennis heeft en jarenlange onderzoeksjournalistieke ervaring als hoofdredacteur van Investico. Ik was moedeloos geworden omdat een paar mensen niet reageerden, maar Jeroen is in september vorig jaar naar Suriname op vakantie geweest en is daar het hele journalistieke veld langsgegaan. En toen bleek er toch draagvlak te zijn.’

Hoe nu verder?

‘Inmiddels hebben Jeroen en ik een ‘initiatiefgroep’ gevormd, met Sheila Sitalsing en oud-FBJP-directeur Jessica Swinkels. We hebben een projectplan geschreven. Nu zoeken we 30 duizend euro om het fonds op te starten, of een ton om het twee of drie jaar in de lucht te houden. We willen het niet beheren, alleen helpen opstarten. De absolute voorwaarde is dat men daarna in Suriname op zoek gaat naar middelen om het in stand te houden. We hopen dat het eind dit jaar een feit wordt. Ik wens Suriname een eigen Follow the Money toe. Al die boeven die daar de staatskas leegroven… Ik zou willen dat er een collectief van journalisten zou komen dat, misschien met hulp van buitenlandse collega’s, uitzoekt: wie zijn dat? Waar gaat dat geld naartoe? Op dit moment is het onveilig, voor individuele journalisten die in Suriname wonen, dat soort dingen te onderzoeken. Maar de samenleving zou erbij gebaat zijn als er eens wat tegels worden gelicht. Dat kan alleen met een goed vangnet en goede financiële steun. Ik hoop dat we met dit initiatief de journalistiek in Suriname op allerlei manieren naar een hoger niveau kunnen tillen.’

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Hidden
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.