Wat vinden journalisten van het CMS waarin ze werken? Deel 1 van een serie

cms

Het is misschien wel het belangrijkste gereedschap waar veel journalisten tegenwoordig mee werken, maar toch wordt er maar weinig over gesproken en geschreven: het Content Management System, kortweg CMS. In een driedelige serie nemen we het onder de loep. We vroegen journalisten naar hun ervaringen met het systeem waarin zij werken, en hun wensen: wat zouden ze wíllen dat ‘hun’ CMS allemaal kan? ‘In een CMS werken is nog steeds moeilijker dan iets in Word doen.’

Om meer inzicht te krijgen in het gebruik van CMS’en door journalisten hebben we een enquête uitgezet. Uit de 34 reacties kunnen we geen cijfermatige conclusies trekken, maar ze leverden wél interessante inzichten op. Al was het maar over de definitie van de term CMS, want wat verstaan we er eigenlijk onder?

Wat is een CMS eigenlijk?

Een CMS is een systeem dat het makkelijk maakt om informatie op het internet te publiceren. Veel ondervraagden omschrijven het dan ook als een publicatiesysteem. Op de vraag wat er mogelijk moet zijn met zo’n CMS kwamen antwoorden binnen als ‘verhalen publiceren en opmaken’, ‘direct online publiceren’ en ‘artikelen maken en verrijken’. 

Er zijn ook mensen die vinden dat een CMS een compleet redactiesysteem moet zijn. Medewerkers van landelijke en regionale omroepen gaven bijvoorbeeld antwoorden als ‘overzicht geven van producties, database voor agenda en contacten’ en ‘alles, inclusief audio- en videomontage’. Onlogisch is dat niet, want zij werken over het algemeen met redactiesystemen waarin alles kan, van het maken van tv-draaiboeken tot de publicatie op internet.

Redactiesysteem waarmee je kunt publiceren

Dat klinkt heel handig, maar in de praktijk blijkt het lastig als een systeem zoveel mogelijkheden biedt. Koen Peeters werkt op de redactie van Omroep Flevoland met het systeem NIS Newsroom. ‘Het systeem wordt voor bijna alles gebruikt,’ vertelt hij. ‘Online publiceren, het maken van draaiboeken voor de uitzendingen op radio en tv, het lezen van de redactiemailbox, het bijhouden van de agenda en de planning… Je kunt er alles mee, maar op specifieke onderdelen is de functionaliteit erg basic. Er zijn zoveel wensen vanuit allerlei verschillende disciplines, wat het voor een fabrikant lastig maakt om een compleet systeem te bouwen.’

Veel ondervraagden geven aan dat de wensen van de redactie niet voldoende zijn meegenomen bij de keuze voor ‘hun’ cms

Peeters merkt dat bij NIS Newsroom als hij artikelen publiceert  op de website van Omroep Flevoland. ‘Het is vrij minimaal: je kunt je bericht tikken en foto’s en video’s eraan hangen. Foto’s online plaatsen kan wel, maar is omslachtig omdat dit via een embedcode moet. Het systeem heeft geen WYSIWYG-editor (waarbij je in het CMS meteen kunt zien wat je doet, red.), zoals bijvoorbeeld WordPress.’

Het lijkt echter wel mogelijk om een redactiesysteem te hebben waarin alles kan. De NOS introduceerde in 2016 een zelfgebouwd redactiesysteem en gebruikers hiervan die de enquête invulden zijn allemaal positief. NOS-redacteur Sven Schaap zegt erover: ‘Je schrijft artikelen op basis van blokken. Een tekstblok, een fotoblok, je voegt het allemaal makkelijk in. Het werkt precies zoals je als journalist wilt dat het werkt.’ Online publicatie lijkt dan ook geen sluitpost te zijn in het systeem, zoals dat bij NIS wel is. ‘De online-redactie zit in de kern op de nieuwsvloer bij de NOS en is leidend bij veel berichtgeving. Berichten die voor online geschreven worden, worden gebruikt binnen de rest van de NOS. iNOS is daar ook echt op ingericht.’

In het volgende deel van deze serie: wat willen journalisten nog meer van een CMS? En wat kunnen we in de toekomst allemaal verwachten van bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie? In het derde en laatste deel gaan we in op hoe de NOS haar eigen droomsysteem heeft gebouwd.

Beperkende factor voor freelancers

Bij online media en print zie je veel meer de traditionele content management systemen terug. WordPress en Drupal worden veel gebruikt, maar de lijst genoemde CMS’en is lang: van ExpressionEngine tot DNR en van MNT tot Joomla. 

Inge Janse werkt als freelancer en vindt de grote verscheidenheid aan CMS’en een beperkende factor voor het werk van freelancers. Hij vertelt: ‘Ik ben al heel lang bezig met internet, dus na een tijdje begin je de logica wel in te zien van hoe dingen werken. Maar elk CMS heeft zijn eigen eigenaardigheden, wat het godsonmogelijk maakt om ze te begrijpen. Als je dit niet gewend bent, omdat je niet met ‘het digitale’ bent opgegroeid, dan is het als freelancer heel lastig.’

Bij zijn belangrijkste opdrachtgever werkt Janse met Wagtail. Een systeem dat in zijn ogen solide en snel is, maar niet veel kan. ‘Daardoor is het juist ook wel weer makkelijk te leren.’

Aandacht voor de gebruikerservaring

In het algemeen valt hem op dat de gebruikerservaring van dit soort systemen de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen. ‘Maar toch lijken de technische functionaliteiten nog steeds het belangrijkste. In een CMS werken is nog steeds moeilijker dan iets in Word doen.’

Dat zie je ook terug in de antwoorden op de enquête. Veel ondervraagden geven aan dat bij de keuze voor het CMS dat hij of zij gebruikt de belangen of wensen van de redactie niet voldoende zijn meegenomen. Vaak lijkt de voorkeur van de IT-afdeling leidend te zijn geweest in het keuzeproces.

Desondanks krijgt het gebruikte CMS van bijna alle ondervraagden een voldoende. Slechts één iemand gaf een onvoldoende: een 5. Traagheid, bewerkelijke werkprocessen en niet gebruikersvriendelijke interfaces worden veelvuldig genoemd in de enquête, maar zijn blijkbaar geen reden voor een onvoldoende.

Foto: Camilo Jimenez 

Over Elger van der Wel

Elger van der Wel is gespecialiseerd in de digitale ontwikkelingen in de journalistiek en media. Hij werkte onder meer acht jaar bij de NOS, eerst als redacteur; later was hij Product Owner van NOS.nl en zette hij het NOS Lab op. Tegenwoordig adviseert als freelancer (nieuws)organisaties en produceert hij podcasts.