Nieuws

Kruisbestuiving tussen wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksjournalistiek: waarom is dat zo zeldzaam?

Nieuws | Nieuws

Wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksjournalistiek lijken niet alleen in naam op elkaar, de disciplines hebben ook inhoudelijke én methodische raakvlakken. Toch komt het in Nederland zelden tot een samenwerking tussen de twee. Wetenschappers en journalisten kunnen elkaar alleen maar versterken, zou je denken. Waarom gebeurt het dan niet vaker?

Het is vaak een gebrek aan wederzijds begrip dat samenwerking in de weg staat, denkt Tamara Witschge, lector Crossmedia aan de Hogeschool van Amsterdam: ‘De vraag is snel: wat kunnen we aan elkaars werk toevoegen? Er wordt te weinig geïnvesteerd om elkaar echt te kunnen verstaan.’ In haar onderzoekswerk, waarin ze journalisten en andere creatievelingen actief bij de onderzoeken betrekt, heeft ze gezien hoe lastig dat is. ‘Dan denken wij als wetenschappers toch snel: wij doen de analyse en de journalist produceert het verhaal. Terwijl je eigenlijk complementair zou willen werken. Ieder heeft een eigen expertise, maar we hebben een gemeenschappelijk doel: dingen inzichtelijk maken, en een positieve impact op de samenleving hebben.’

Wisselwerking

Coen van de Ven, redacteur bij De Groene Amsterdammer, maakt deel uit van een samenwerking met de Utrecht Data School waarin wetenschap en journalistiek al vanaf de beginfase van een project samen optrekken. Samen hebben ze inmiddels meerdere grote projecten gedaan, zoals een onderzoek naar corona-complotdenkers en onlangs naar haat tegen vrouwelijke politici. ‘Het grootste misverstand is dat wij een rapport bestellen en daar een verhaal over maken. Het is juist een constante wisselwerking waarbij wij elkaar op ideeën brengen. We beïnvloeden het wetenschappelijke proces en omgekeerd,’ benadrukt hij.

Media hebben een andere belangstelling dan de wetenschap

Dat kan Mirko Schäfer, projectleider van de Utrecht Data School en universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, alleen maar beamen. Al was het in het begin wel even wennen, zegt hij: ‘Media hebben een andere belangstelling dan de wetenschap. Journalisten zijn meer geïnteresseerd in het symptoom en dagelijkse actualiteit, wij in de onderliggende structuren en maatschappelijke veranderingen.’ Als voorbeeld noemt hij fake news. ‘Het fenomeen an sich vind ik niet spannend. Wel interessant is hoe dit het vertrouwen in kennisinstellingen en expertise aantast. Daar is fake news een symptoom van. In zo’n samenwerking proberen we beide interesses samen te brengen.’

De kwalitatieve methode van de journalisten en de kwantitatieve analyses van de wetenschappers vullen elkaar hierbij goed aan. Van de Ven: ‘Het anekdotische is geen verhaal op zich, ruwe data ook niet, maar samen versterken ze elkaar. Zeker bij een blad als De Groene, waar wij in onderzoek proberen om het minder over poppetjes en vooral over structuren te hebben.’

Wetenschap concreet maken

Die combinatie levert niet alleen diepgaand onderzoek op, de partners leren ook veel van elkaar. Bijvoorbeeld hoe onderzoekers hun verhaal concreet kunnen maken, vertelt Schäfer: ‘De journalisten zorgen dat we aansluiten bij het maatschappelijke debat. Neem het stuk over vrouwenhaat: de journalisten hebben de lijsttrekkers ook echt gesproken. Dat is niet mijn opdracht, moet ik ook niet willen, maar het stuk wordt er wel beter en relevanter van.’ Ook zijn de onderzoeksmethodes door de input van de journalisten uitgebreid: ‘De journalisten komen met ‘real life questions’, die willen we dan oplossen met data-analyse en dus gaan we op zoek naar methodes waarmee dat kan.’

De journalisten van De Groene hebben vooral veel opgestoken van de terughoudendheid waarmee wetenschappers te werk gaan. Van de Ven: ‘In de wetenschap is het gebruikelijk om dissonanten te vermelden, delen van de analyses die niks hebben opgeleverd. Dat doe je in de journalistiek niet zo snel, maar nu publiceren we die delen wel, net als een uitgebreide onderzoeksverantwoording.’

Verschillen in aanpak overbruggen

De samenwerking is dus vruchtbaar, maar dat ging niet vanzelf. Vooral in het begin was veel tijd nodig om een samenwerkingsmethode te definiëren en gezamenlijke onderzoeksvragen te bepalen. Ook de onderzoeken zelf zijn arbeidsintensief. De wetenschappers en de journalisten overleggen veel, verschillen in aanpak moeten overbrugd worden. Dat is volgens Schäfer ook een van de redenen waarom dit soort samenwerkingen niet vaak voorkomen.

Zonder voldoende overleg als gelijkwaardige partners kan het snel misgaan, weet Schäfer uit ervaring: ‘In het verleden hebben we wat minder goede ervaringen gehad met samenwerkingen met media. Die wilden te veel toewerken naar hun verhaal en negeerden onze disclaimers, waardoor ze tot conclusies kwamen die je niet op basis van onze data kon trekken.’

Geld

Een andere reden waarom wetenschappers mogelijk aarzelen om zo’n samenwerking aan te gaan is geld. Journalistieke publicaties tellen niet mee voor de evaluatie van de onderzoeker en leveren dus erkenning noch extra financiering op. Voor journalistieke publicaties krijgen wetenschappers geen budget. Schäfer: ‘Daardoor is er ook geen tijd over om van zo’n project nog een wetenschappelijk paper te maken. Daar krijgen we van de universiteit geen geld voor, terwijl de resultaten wel geschikt zouden zijn.’

Het zou helpen als er meer speciale fondsen waren voor dit soort samenwerkingen, zegt Tamara Witschge. Dan hoeven wetenschappers niet steeds te verdedigen wat ze doen en kunnen wetenschap en journalistiek elkaar aanvullen. ‘Als je ziet dat we hetzelfde doel hebben, namelijk de samenleving een spiegel voorhouden en kritische vragen stellen, dan hoop je dat er ook meer samenwerking komt.’

Gedeelde interesse

Zowel Schäfer als Van de Ven zijn positief gestemd over toekomstige samenwerking tussen wetenschap en journalistiek. De belangstelling vanuit de journalistiek groeit en jonge wetenschappers zitten minder in de traditionele academische ivoren toren dan de generatie voor hen, zegt Schäfer: ‘Onze agenda’s zijn dan misschien wel verschillend, maar we hebben een gezamenlijke interesse: het bieden van betrouwbare informatie.’ Gedegen onderzoek in combinatie met boeiende verhalen erover kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Fotografie: Nathan Dumlao