Fotografie © Freek van den Bergh

De ombudsman houdt redacties scherp: ‘Geef je fouten toe, anders onderschat je je publiek’

Nieuws | Medialandschap

Media liggen regelmatig onder vuur vanwege hun journalistieke keuzes. Daarom willen ze transparant zijn over hun werkwijze, maar hoe pak je dat aan? In gesprek met ombudsmannen Wybo Algra (Trouw), Fons Elbersen (De Limburger), Margo Smit (publieke omroepen) en adjunct-hoofdredacteur Wilma Haan (NOS Nieuws). 

Hoe ingewikkeld de rol van ombudsman in de praktijk kan zijn, bleek toen Herman Staal in januari na minder dan een half jaar opstapte als ombudsman van NRC. Aanleiding was de foutieve berichtgeving over informateur Hans Wijers. Het solistische karakter van de functie viel hem zwaar, zei Staal, en zijn reconstructie van de kwestie-Wijers vond hij ‘op onderdelen niet scherp genoeg’. Wie Staal opvolgt is nog niet duidelijk.

Ik ben blij dat ik niet elke dag hoef te verkeren met de redactie, want dat zou me hinderen

Fons Elbersen, ombudsman De Limburger

NRC is nog op zoek naar een nieuwe ombudsman. De Volkskrant heeft er onlangs een gevonden in Loes Reijmer, en ook Wybo Algra en Fons Elbersen zijn nog maar kort aan het werk als ombudsman voor respectievelijk dagbladen Trouw en De Limburger. Algra en Elbersen hebben allebei iets waar het Staal aan ontbrak: statutaire bescherming. Zo mag de hoofdredactie van Trouw Algra niet eenzijdig ontslaan of aanpassingen doen in zijn rubriek. Voor De Limburger is Elbersen, net als voorganger Huub Evers en als enige nieuwsombudsman in Nederland, volledig ‘extern’, dus niet in dienst.

Vertrouwen

‘Daar ben ik heel blij mee,’ zegt Elbersen. ‘Ik hoef niet elke dag te verkeren met de redactie. Als dat wel zo was, zou het me hinderen. Dat ik autonoom kan zijn, geeft me peace of mind.’ Algra is dat met hem eens. ‘Het geeft me veel ruimte om mijn rol zelf te bepalen. Natuurlijk kan de hoofdredactie met me in discussie gaan, en dat is ook in mijn belang, maar als mijn boodschap ze een keertje niet aanstaat, kunnen ze er niet voor gaan liggen.’

¬  Fons Elbersen, ombudsman De Limburger

Hij is blij met de statutaire afstand, maar houdt zijn hoofdredactie professioneel graag dichtbij, benadrukt Algra. ‘Zij moeten mij vertrouwen in wat ik doe, en ik moet erop kunnen vertrouwen dat ze me bijvoorbeeld over belangrijke dingen die er spelen tijdig informeren. Dus je bent afhankelijk van een goede werkrelatie, waarbinnen het op enig moment heel erg kan gaan schuren. Daar ben ik me ook van bewust.’

Kanttekeningen

Desondanks zien Algra en Elbersen het niet als hun taak om de redactie wekelijks van harde kritiek te voorzien. Elbersen beschouwt zichzelf vooral als brug tussen de redactie en de lezer. ‘Ik plaats kanttekeningen en soms geef ik kritiek. Maar ik ben er niet om journalisten een bepaalde kant op te sturen. Dat doet de hoofdredactie. Mij is gevraagd om De Limburger een spiegel voor te houden, maar daar hoeven ze niet in te kijken als ze dat niet willen.’

Ik wil niet per se een oordelende ombudsman zijn, maar meer een onderzoekende ombudsman

Wybo Algra, ombudsman Trouw

Ook Algra heeft zich nadrukkelijk voorgenomen om niet alleen maar kritisch te zijn. ‘Dan ben je bij Trouw ook snel uitgepraat. Ik wil niet per se een heel oordelende ombudsman zijn, maar meer een onderzoekende ombudsman.’ Hij vult zijn rubriek op een journalistieke manier in: hij laat de lezers aan het woord, de relevante redactieleden, en eventueel een externe expert. Het artikel moet vooral een dialoog op gang brengen, vertelt hij, en daarmee tekst en uitleg bieden aan het publiek. 

Algra kiest zelf onderwerpen uit, maar reageert dus ook op vragen uit het publiek. ‘Lezers reageerden bijvoorbeeld massaal op een nieuwe rubriek over seks. Ze vonden het taalgebruik te expliciet en plastisch. Dan krijg ik zoveel mailtjes dat ik denk: ik moet hier wat mee.’ Met de kop ‘Masturberen tot je vinger lam is en je vibrator leeg’ sloeg de redactie de plank mis, oordeelde de ombudsman: hij vond de kop ‘zwart-op-wit’ toch ‘te cru’, schreef Algra. ‘Dit gaat over enerzijds je eigen trouwe lezer, en anderzijds de jonge lezer die de redactie ook wil binnenhalen met stukken met een wat andere toon. Dat wringt soms en daar probeer ik een dialoog over te laten ontstaan,’ zegt hij. 

¬  Wybo Algra, ombudsman Trouw

Uitleggen

Uiteindelijk komt het erop neer dat een ombudsman vaak bezig is om journalistieke afwegingen en werkwijzen uit te leggen aan het publiek, zegt ook Margo Smit, ombudsman voor de publieke omroepen. ‘Wij journalisten denken vaak dat het publiek snapt wat wij doen, maar dat is niet altijd het geval. En waar er gaten zitten, merk je dat mensen dat zelf gaan invullen. Dan is het fijn als er iemand is die kan zorgen dat een redactie zelf, of via ons, vertelt wat hun keuzes waren en waarom.’

Smit becommentarieert de NOS, maar de omroep communiceert ook steeds vaker zelf over journalistieke keuzes. Adjunct-hoofdredacteur Wilma Haan schreef meerdere artikelen onder de noemer ‘journalistieke verantwoording’. ‘We zijn soms kritischer op onszelf dan Margo, maar vaak komt het ook neer op uitleggen hoe we ons werk doen. Zoals rond de aanslag op Bondi Beach, waar veel vragen over kwamen. Dan leg ik uit: hoe werkt het als er breaking news is? Hoe gaat de nieuwsredactie dan in de eerste lijn te werk?’ 

Oordelen doen we alleen als er aantoonbaar wordt afgeweken van de Code Journalistiek Handelen

Margo Smit, ombudsman publieke omroepen

In een uitzonderlijk geval zag de NOS zich onlangs gedwongen om zich te verdedigen, zoals toen toenmalig vicepremier Mona Keijzer de omroep aanviel op X. ‘Zoiets had ik nog nooit eerder meegemaakt. Toen heeft mijn hoofdredacteur daarop teruggeduwd bij Eva Jinek. Het was niet zozeer om de vicepremier ergens van te overtuigen, maar om toelichting te geven aan het brede publiek én om voor onze redactie te gaan staan,’ zegt Haan.

Oordeel

Smit kan als ombudsman geen bindende uitspraken doen, maar wel ‘aandringen op rectificatie’ als een redactie van een publieke omroep de Code Journalistiek Handelen overtreedt. ‘Redacties zijn autonoom, dat staat in de Mediawet. Wij delen geen boetes uit, we halen geen publicaties van de buis of van het internet. Wij zijn er voor het gesprek over de kwaliteit.’ 

¬  Margo Smit, ombudsman publieke omroepen

De Code gaat over zaken als transparantie, bronvermelding en hoor en wederhoor, maar zegt niets over discriminatie. Daarom stelt de ombudsman niet vast of bijvoorbeeld reportages van Ongehoord Nederland over ‘omvolking’ racistisch zijn, als mensen daarom vragen. Wel kan ze wijzen op de nazistische oorsprong van het begrip. ‘We nemen mensen mee in het journalistieke proces, maar oordelen niet. Alleen als het gaat om een aantoonbare afwijking van de code. In andere gevallen is het vooral beschrijven en analyseren wat de redacties doen. Ethiek zit in je maag, en is niet zwart-wit.’ 

Gaza

Wie het tegenwoordig over journalistieke ethiek heeft, heeft het over Gaza. Veel van de e-mails die Smit de laatste jaren kreeg, gingen over dat onderwerp. En ook bij de NOS ‘ontplofte’ de mailbox van de hoofdredactie met berichten over de genocide in Gaza, vertelt Haan. Ze kregen brieven van woedende lezers met een sterke Palestijnse of Israëlische invalshoek, ‘maar ook hele genuanceerde, lange mails van mensen die iets in de berichtgeving pijnlijk vinden om te zien, of die ons op onvolledigheden of fouten wijzen.’

We concludeerden dat het journalistiek gezien nauwkeurig was om te wijzen op het genocidale karakter van het geweld

Wilma Haan, adjunct-hoofdredacteur NOS Nieuws

Haan noemt de berichtgeving over de explosie bij het Al-Ahli-ziekenhuis in Gaza, die internationale media inclusief de NOS in eerste instantie aan Israël toeschreven, een ‘onwijze fout’. Maar vaker gaat de reflectie ‘veel meer over nuance, woordkeuze, invalshoeken, brongebruik of perspectieven op het onderwerp.’ Ze noemt de langlopende discussie over het gebruik van het woord ‘genocide’ of ‘genocidaal geweld’ om de Israëlische aanvallen op de Gazastrook te omschrijven. 

Kantelpunt

De NOS is van mening dat genocide een ‘primair juridische term’ is dat pas na vonnis van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) ingezet kan worden. De hoofdredactie wijdde er in juli 2025 een artikel aan, waarin Haan schreef dat er desondanks begin 2025 iets was ‘gekanteld’, er een ‘nieuwe fase’ was aangebroken en de wereld sindsdien getuige is van een blokkade, massale vernietiging van infrastructuur, etnische zuivering en ‘een regering die onomwonden de intentie uitspreekt om de Palestijnse bevolking uit het gebied te verwijderen’. 

Al die zaken vonden toen al ruim een jaar lang plaats, maar in mei besloot ook het NIOD van ‘genocidaal geweld’ te spreken, waarop de NOS volgde. Haan: ‘Het was de fase waarin ook steeds meer oorlogsdeskundigen en rechtsgeleerden van genocide of ‘genocidaal geweld’ gingen spreken. Het NIOD wees heel duidelijk op de optelsom van feiten en was voor ons een belangrijke bron, ook omdat die handelingen van Israël ook door journalisten vast te stellen waren. We concludeerden dat je de werkelijkheid preciezer beschrijft door te wijzen op dat genocidale karakter van het geweld, dat dit journalistiek gezien dus nauwkeurig was. Uiteraard hebben we dit zoveel mogelijk toegelicht.’

¬  Wilma Haan, adjunct-hoofdredacteur NOS Nieuws

Ook Smit behandelde de kwestie uitvoerig. ‘Ik vond het een interessante casus,’ zegt ze. ‘Zeker als je ziet dat het wachten op die juridische stap in de buitenwereld en in de samenleving niet gebeurt. We noemen van alles genocide.’ In haar artikel somt Smit acht voorbeelden op van genocides die we breed geaccepteerd zo omschrijven zonder vonnis van het ICJ, alvorens de journalistieke discussie in kaart te brengen. ‘Ik heb die inconsistentie willen beschrijven, maar wij vellen daar geen oordeel over. Het publiek wil dat graag, maar dan zeggen wij: nee, dat mogen redacties zelf kiezen.’

Hele meneer

‘Er is een toenemende roep om stelling te nemen,’ ziet ook Haan. ‘Maar dat past niet bij onze journalistieke opdracht. Het enige wat we kunnen doen is daar supertransparant over zijn, en vertellen wat je wél bij de NOS kan krijgen.’ 

Alle vier zien dat het publiek mondiger is geworden en om meer transparantie vraagt, en juichen dat toe. ‘Vroeger was de krant een hele meneer, maar nu moet je met de billen bloot,’ zegt Elbersen. ‘Mensen laten zich niet meer zomaar vertellen hoe de wereld in elkaar zit, en dat is alleen maar goed.’

Paradox

Transparantie stelt het publiek niet automatisch gerust, maar dat kan ook niet, vinden ze. Haan: ‘Er zit een paradox in transparant willen zijn. Ik denk dat het leidt tot meer vertrouwen, maar door transparant te zijn roep je ook weer vragen op die mensen daarvoor nog niet hadden.’

Journalisten zijn vaak bang om fouten toe te geven, omdat ze zelf de hele dag iedereen de maat nemen

Fons Elbersen, ombudsman De Limburger

Dat transparantie ook kwetsbaarheden kan blootleggen, maakt het ongemakkelijk voor journalisten. Smit ziet dat ook. ‘Redacties hebben soms een aarzeling omdat ze denken: het kost ons vertrouwen, we komen over als mensen die fouten maken. Ja, maar je bent een mens, we maken allemaal fouten! Ga niet doen alsof je feilloos bent. Dan onderschat je ook een beetje het intellect van je publiek.’

 ‘Journalisten zijn vaak bang om fouten toe te geven,’ ziet ook Elbersen, ‘omdat ze zelf de hele dag iedereen de maat nemen. Maar mijn betoog is: doe het gewoon, want mensen vinden dat prettig om van je te horen en geven je daar ook het krediet voor.’ 

Dat zag hij ook bij NRC rond de kwestie-Wijers. ‘Inmiddels heb ik geleerd dat verkramptheid de verkeerde attitude is. Als je zelf kritische vragen zo transparant mogelijk beantwoordt, ben ik ervan overtuigd dat je bouwt aan het vertrouwen bij je achterban.’ Zijn advies: ‘Vertel het gewoon. Vertel hoe het tot stand is gekomen, waarom iets is fout gegaan – vaak is er een goede verklaring voor –  en vertel wat je gaat doen om het niet meer fout te laten gaan.’

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier