De techredacteur is belangrijker dan ooit: ‘Ik wil kritisch zijn over AI, omdat de hype zo groot is’
Nieuws | Vernieuwing
Nog niet zo lang geleden waren techredacteuren een soort recensenten van nieuwe snufjes. Hoe anders is dat nu: door de opkomst van AI en de groeiende macht van Big Tech, hebben ze een cruciale rol bij media, blijkt uit onderzoek. Hoe zien ze dat zelf?
Laurens Verhagen schrijft al sinds de jaren negentig over technologie, vanaf 2017 voor De Volkskrant. In 2023 werd hij fulltime redacteur AI bij de krant.
‘Ik probeer zo goed mogelijk verslag te doen van de ontwikkelingen rondom AI, en vooral van de impact die het heeft op ons leven. Ook als expert denk ik soms: ik kan het niet meer bijhouden. Er is elke week wel weer een andere hype, lijkt het wel. Daar moet je keuzes in maken.

Ik zie het als een van mijn grote taken om de balans te houden tussen neutraal aandacht besteden aan de hypes en kritische verslaggeving. De beloftes van de techbedrijven zijn een heel hardnekkig en aantrekkelijk verhaal. En je hebt ook de doemporno, die ook weer onderdeel is van de hype. Als journalist moet je daar iets tegenover zetten en het heel kritisch benaderen. Tegelijkertijd is dat lastig, omdat niemand zeker weet wat er gaat gebeuren.
Elon Musk en Sam Altman zijn de rijkste en machtigste mensen ter wereld, dus die worden door heel veel mensen ook heel serieus genomen. De doemverhalen zijn vaak ook lekkere verhalen. Die spreken meer tot de verbeelding dan ‘we moeten het allemaal nog maar zien’. Vanuit het hypekamp, het kamp dat enthousiast is over AI, word ik er regelmatig van beticht dat ik veel te cynisch en kritisch ben. Om eerlijk te zijn ben ik juist geneigd kritisch te zijn omdat de hype zo groot is. Daar moet ik mee oppassen. Ik probeer zoveel mogelijk mensen te spreken uit beide hoeken. Mijn eigen bubbel is de meer kritische bubbel, maar ik volg ook wel weer de meer hyperige podcasts of artikelen.
Hoe meer ik erover schrijf, hoe sceptischer word en hoe meer nadelen ik zie
Ik heb vorig jaar Michiel Bakker geïnterviewd, een Nederlandse onderzoeker aan het Masachusetts Institute of Technology (MIT), die ook bij Google werkt. Hij is een Silicon Valley-stem die de onvermijdelijkheid van AI onderstreept en zegt dat het gigantisch gaat zijn. Dan zijn er mensen die vragen: moet je dit wel aandacht geven? Zelf vind ik het wel interessant om ook die botsende wereldbeelden te beschrijven.
Hoe meer ik erover schrijf, hoe sceptischer ik word en hoe meer nadelen ik zie. Ik gebruik AI zelf eigenlijk alleen om nieuwe toepassingen uit te proberen zodat ik erover kan schrijven, en voor research. Met Notebook LLM kun je gericht in specifieke documenten zoeken en ermee praten. AI mag mijn schrijfproces zo min mogelijk raken. Niet alleen omdat dat de regel is bij de Volkskrant, maar ook omdat ik me steeds meer erger aan de AI-slop, die lelijke teksten waar je de hele dag mee geconfronteerd wordt, via LinkedIn, via mails, via alles eigenlijk.
Ik heb meegedacht over de AI-regels op de redactie en ben een soort vraagbaak voor collega’s. We zijn denk ik bij de Volkskrant het strengst, vergeleken met de DPG-titels. We hebben wel een koppenmaker in het interne systeem.’
Joost Schellevis schrijft al over tech sinds zijn tijd bij Tweakers, vijftien jaar geleden. Op dit moment werkt hij als data- en techredacteur bij de NOS. AI is voor hem revolutionair.
‘Toen ik hier kwam werken, was de rol van technologie nog minder groot. Maar vanmorgen in de redactievergadering raakten bijna alle onderwerpen aan tech: een brand in een datacentrum, protesten tegen azc’s die zich voor een belangrijk deel online afspelen, de hack van Odido en nu Canvas. Bizar eigenlijk.

Vroeger werd nieuwe technologie nog gezien als iets inherent positiefs. Gaandeweg is de rol ervan groter geworden en merken we ook meer de nadelen. De afhankelijkheid van het buitenland, de hacks en de rol van grote techbedrijven. Tien jaar geleden waren dat veel minder grote onderwerpen.
Ik heb ooit, voordat ik bij de NOS kwam werken, bij een andere redactie gesolliciteerd. Daar werd me aangeraden om mijn focus te verbreden, omdat tech toch een beetje te klein was. Toen was het nog echt een niche, nu zou je dat niet meer zeggen. Ik denk dat het goed is dat ik daar niet naar heb geluisterd.
Je kunt als journalist nu krankzinnige dingen doen, dat vind ik hartstikke positief
De laatste jaren doe ik veel OSINT en data-onderzoek. Dat gaat nu met AI zoveel sneller. Zonder overdrijven: ik heb nu vier onderzoeken tegelijk lopen, waarbij een groot deel van het werk op de achtergrond gebeurt. Ik ben zelf een matige programmeur, maar heb wel veel ideeën. Voorheen werd ik belemmerd in de uitvoering. Nu is mijn enige belemmering mijn eigen creativiteit. Ik vind het fantastisch wat ik nu allemaal kan doen. Voorheen dachten we vaak: leuk, maar dit is niet realistisch. Nu kun je als journalist krankzinnige dingen doen. Dat vind ik hartstikke positief.
Ik heb onlangs geschreven over de kindermisbruik-website Motherless, over kalfjes die worden geïmporteerd uit Ierland en onder erbarmelijke omstandigheden worden vervoerd, en over volmachtstemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Bij alle drie de onderwerpen kon ik met AI de research veel sneller rondkrijgen dan vroeger. Een paar jaar geleden kostte het bijvoorbeeld heel veel tijd om verkiezingsdata te analyseren. Nu kon dat in een paar dagen. En we hebben in open data de gegevens van tienduizenden kalfjes verzameld.
Er moet altijd menselijke controle zijn en de conclusies moet je zelf trekken, maar de simpele taken kan ik nu uit handen geven. Begin dit jaar heb ik drie dagen besteed aan een scraper voor een onderzoek waar een collega mee bezig was. Nu kost me dat misschien tien minuten actieve aandacht. Ik moet nadenken over hoe het wordt opgebouwd, hoe het wordt opgeslagen, en dat het reproduceerbaar is. Maar de rest van het programmeerwerk doet AI.’
Wouter van Dijke is sinds vorige zomer techredacteur op de redactie van RTL Nieuws. Eerder was hij onder andere datajournalist bij de NOS en docent op de School voor Journalistiek in Utrecht.
‘Ik ben nog niet zo lang techredacteur, maar volg de techjournalistiek wel al heel lang. Het ging vroeger meer over de nieuwste game of een nieuwe elektrische step. Maar de afgelopen jaren is het duidelijk geworden dat tech verweven is met alles wat we doen, en ieders leven raakt. Tech is ook: hoe log je in bij de overheid, en wie krijgt die gegevens te zien? Of een datalek waar miljoenen mensen bij betrokken zijn. Ik werk eigenlijk met elke deelredactie samen. Soms is het politiek, soms buitenland – als het over cyberoorlogvoering gaat – of binnenland als het gaat over hoe je als ouder omgaat met de social media van je kinderen. En soms is het heel economisch, over hoe bedrijven omgaan met nieuwe technologieën.

En natuurlijk gaat het vaak over AI. Het is belangrijk om daarbij te bepalen wat echt relevant is. Er zijn grote bedrijven met grote belangen die er miljarden in investeren. Die komen de hele tijd met nieuwe dingen. De uitdaging is om in te schatten wat onze lezers echt willen weten, en wat marketingpraat is die we links kunnen laten liggen. Ik denk dat we daar kritischer op zijn dan sommige andere media, omdat het bij ons wel relevant moet zijn voor een heel breed publiek. We proberen nieuwe AI-tools ook zelf uit. Soms merk je na tien minuten al dat zo’n tool toch niet zo speciaal is.
AI zou helemaal fantastisch zijn, of helemaal verschrikkelijk. Ik denk dat het allebei onzin is
Ik blijf graag weg van grote voorspellingen over AI. We kijken liever naar de effecten die je nu al ziet, zoals de vakbond die aan de bel trekt over de baanzekerheid van mensen. Je hebt soms het gevoel dat mensen roepen dat AI óf helemaal fantastisch is, of helemaal verschrikkelijk. Ik denk dat dat allebei onzin is. Voor sommige mensen gaat er veel veranderen, voor anderen minder. De banen die over content gaan zullen wel hard geraakt worden, zoals journalisten en televisie.
Zelf gebruiken we bij RTL Nieuws AI om bijvoorbeeld automatisch interviews te transcriberen, dan is het echt een hulpmiddel. Tegelijkertijd is er discussie over: waarvoor gebruiken we het wel en waarvoor niet? Ik denk dat de meeste journalisten het erover eens zijn dat je geen artikelen moet laten genereren. Maar wat veel collega’s wel doen, en ik ook, is een chatbot even tien koppen laten bedenken. Dan zit de perfecte kop er meestal niet tussen, maar krijg je wel weer wat inspiratie. Journalisten moeten veel klusjes doen die je prima door AI kan laten doen. Als dat ervoor zorgt dat journalisten meer tijd hebben om mensen te spreken en op pad te gaan, lijkt me dat een positieve ontwikkeling.’
