Edwin de Kort (Omroep Zeeland): ‘We worden constructiever in onze journalistiek’

Omroep Zeeland

Ongeloof, teleurstelling en boosheid onder de Zeeuwen leidde tijdens de coronacrisis tot een veelbezocht interactief platform waar alle Zeeuwen terecht konden. In een interview met Bart Jan Cune vertelt hoofdredacteur Edwin de Kort van Omroep Zeeland hoe dat platform er kwam, en waarom hij vindt dat journalistiek constructiever mag. Het laatste deel van een serie over hoofdredacteuren in crisistijd.

Zitten jullie eigenlijk alweer op de redactie?

We doen het in voorzichtige stappen. Nu moeten we eerst de redactie veilig inrichten met stickers en looproutes, dan natuurlijk kijken of dat allemaal helder is en werkt, en of iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt en zich aan de regels houdt. Eerst komt de kern van de nieuwsredactie. Vanaf 15 juni zijn ook de deelredacties politiek, sport, justitie en veiligheid, lifestyle en economie bij toerbeurt welkom. Maar ik wil echt niet te snel, ik kan met inachtneming van de anderhalve meter niet veel mensen kwijt. En laten we eerlijk zijn, we hebben voor elkaar gekregen wat we tot voor kort niet voor mogelijk hielden, iedereen kan op afstand werken en eigenlijk gaat het gewoon hartstikke goed zo.

Dus dit bevalt eigenlijk wel?

Tijdens een overleg met zo’n 40 collega’s een paar weken geleden zei een deel dat ze graag op deze manier blijven werken. Ik vermoed dat we uiteindelijk naar een mix gaan tussen thuis, op de interviewlocatie en op de redactie werken. En dat moet ook, want er is ook een groep die last heeft van deze manier van werken, omdat ze bijvoorbeeld werk en privé zo niet goed gescheiden kunnen houden.

In de toekomst vind ik het nog belangrijker om bij het werven van nieuwe collega’s te kijken naar arbeidsethos

Daar komt bij dat het collectief dat een redactie is, normaal gesproken allerlei dingen bewaakt: de identiteit van het medium, de toon, de onderwerpkeuze. Hoe doe je dat als iedereen vanuit huis werkt? Dat is op afstand moeilijker, en daarom is het belangrijk dat we uiteindelijk weer samenkomen. Videobellen is daar te beperkt voor.

Wat heb je over je organisatie geleerd in deze periode?

Ik heb gezien hoeveel veerkracht en flexibiliteit we hebben. De wereld zag er van de ene op de andere dag anders uit. Het vergde van iedereen veel energie om te schakelen, niet in het minst van onze technische afdeling. Maar we hebben de ‘knip’ gewoon gemaakt, we hebben de berichtgeving overeind kunnen houden. De complete sportredactie is voor nieuws gaan werken. Die gasten kunnen alles! En ik had gedacht een hogere prijs te betalen, in de vorm van meer ziekteverzuim, maar het verzuim is veel lager dan verwacht, ook nu we al enige tijd in deze situatie zitten. Een diepe buiging voor ons hele team.

Je bent ook voorzitter van het hoofdredacteurenoverleg van de regionale omroepen. Hoe hebben de andere 12 omroepen het op dit vlak gedaan?

Wat ik hier over Omroep Zeeland vertel geldt voor iedereen. Wist je dat in deze crisistijd de regionale nieuwsmedia 60 procent meer worden gebruikt, en dat in deze periode voor bijna 40 procent van de Nederlanders de regionale omroep de belangrijkste bron voor informatie is? (bron: Motivaction, BJC) We hebben elkaar ook geholpen. In het begin hadden we als hoofdredacteuren wekelijks videocalls om van elkaar te leren, tot plopkappenniveau aan toe. En nu er een ‘nieuw normaal’ ontstaat, waarin we langzaam weer teruggaan naar de redactie, hebben we meer overleg over hoe we dat moeten aanpakken.

Elke hoofdredacteur die ik tot dusver sprak voor deze serie vertelt over de flexibiliteit van de eigen organisatie. Wat zegt dat?

Dat we er iets van kunnen leren. In de toekomst vind ik het nog belangrijker om bij het werven van nieuwe collega’s te kijken naar arbeidsethos. Het moeten mensen zijn die mee willen doen in plaats van aan de kar gaan hangen, want misschien moeten ze iets anders gaan doen dan waar ze aanvankelijk voor aangenomen zijn. De rol van de journalist verandert in het algemeen overduidelijk. Natuurlijk zijn online skills superbelangrijk, maar we hebben niet alleen verhalenvertellers nodig, maar ook verhalenvinders. Dat moeten we niet vergeten.

In het begin van de crisis sprongen we van incident naar incident. We hadden meer tegels kunnen lichten

Ik vind eigenlijk dat de nieuwsgaring de laatste jaren relatief te weinig aandacht heeft gekregen in de journalistiek. Natuurlijk is de digitale revolutie relevant voor de hele beroepsgroep, maar zonder research, zonder feiten, zijn de platformen lege hulzen. Als ik kritisch naar mijn eigen organisatie kijk, zijn we in het begin van deze crisis terecht van incident naar incident gesprongen, omdat er zoveel nieuws op ons afkwam. Tegelijkertijd hadden we sneller de slag naar voren kunnen maken en meer tegels kunnen lichten door dieper te graven. Want wat betekent corona nu echt op de lange termijn? Binnen welke sectoren zien we problemen of juist kansen ontstaan?

Waar ligt organisatorisch gezien je focus de komende tijd?

Bij het behouden van de veerkracht, de flexibiliteit. Hoe we met z’n allen voor Zeeland zijn gaan staan en hoe we dus de impact van deze crisis verder inzichtelijk kunnen maken Iedereen voelde meteen: we zijn belangrijk, nu zeker. Maar ik hoop dat we toch meer met elkáár verder kunnen, minder individueel. Sociaal contact is in een journalistieke samenwerking heel belangrijk. In deze bubbel moet je geen jaar blijven hangen.

Wat betekent de coronacrisis voor het merk Omroep Zeeland?

Onze sociale functie is belangrijker dan ooit tevoren. Dat zien we ook terug in onze onlinecijfers waar we een ongekend bereik halen. De Zeeuwen zoeken een soort anker, willen samen door deze periode heen. Dat is overigens de kracht van alle regionale omroepen denk ik, dat ze een gevoel van eenheid versterken. We zijn nog meer gaan inzien dat we er niet alleen voor nieuws en actualiteit zijn. Een deel van onze radio- en tv-productie is weliswaar stil komen te vallen, zoals programma’s rond evenementen en sport. Maar we hebben onze programmering wel overeind gehouden door vanuit een sociale functie te programmeren.

Wat betekent dat?

We hebben meer redacteuren vrijgemaakt voor het platform ‘Trots op Zeeland’.  Dat gebeurde al voor de coronacrisis, vanwege alle woede die er heerste rondom het wegblijven van de marinierskazerne in Vlissingen. Voor veel Zeeuwen gaat dit besluit niet alleen over de marinierskazerne, maar ook over hoe dit kabinet naar Zeeland kijkt. Ze voelen ongeloof, teleurstelling en ook boosheid. En tegelijkertijd gaan ze voor Zeeland staan. Dat gevoel, dat geluid, die trots wilden we alle ruimte geven op de Facebookpagina Trots op Zeeland.

Tijdens de crisis groeide Trots op Zeeland uit tot een online platform in combinatie met een dagelijks tv-programma. Hierin zie je Zeeuwen die op een positieve manier omgaan met corona; omdat ze iets doen om anderen te helpen, op een creatieve manier de crisis overleven of anderen inspireren. Het zit vol met ideeën om dingen thuis te doen en hulpinitiatieven, vooral nice to know-informatie. Mensen kunnen er vanuit huis hun ouders in het verpleeghuis toespreken. We lieten zien hoe het er in de Zeeuwse ziekenhuizen aan toe ging en een bekende chefkok deelde zijn recepten.

Blijft jullie ‘sociale’, faciliterende rol overeind nu we langzamerhand wat meer naar buiten mogen?

We willen deze functie graag meer uitdiepen. Op het platform lieten we veel video’s zien die gemaakt waren door ons publiek, waarin ze deelden hoe zij deze periode ervaren. Die vorm laten we ook terugkeren in onze uitzendingen. Ik denk dat we met het uitzenden van deze video’s laagdrempeliger en toegankelijker zijn geworden voor de Zeeuwen.

Constructieve journalistiek wordt al snel als een soort feelgood-berichtgeving weggezet

Heb je nog meer nieuwe vormen van storytelling voorbij zien komen?

Absoluut. Neem het programma Geloof in Zeeland. We zagen dat er behoefte was aan bemoediging. Vooral onder de gelovigen in onze provincie die geen diensten meer konden bijwonen. Daarom hebben we zendtijd gegeven aan verschillende religieuze stromingen in onze provincie, van moslims tot streng christelijke gemeenschappen, onder de voorwaarde dat het programma voor mensen van elke geloofsovertuiging relevant was. Al die stromingen sloegen de handen ineen en konden zingeving bieden.

Waar ligt de komende tijd je inhoudelijke focus – als hoofdredacteur van Omroep Zeeland én als voorzitter van het regionaal hoofdredacteurenoverleg?

Bij Omroep Zeeland gaan we de impact van de crisis verder in beeld brengen. Niet alleen de problemen, maar ook de kansen. We worden namelijk constructiever in onze journalistiek. Constructieve journalistiek wordt al snel als een soort feelgood-berichtgeving weggezet, maar voor mij is dat ook gewoon keiharde journalistiek. Er valt veel te vieren en te leren in deze nieuwe werkelijkheid en die lessen moeten we delen met ons publiek.

Voor de regionale omroepen is de crisis tot nu toe een periode geweest die het belang van samenwerken extra benadrukte. Er moeten antwoorden komen op vragen die regio-overstijgend zijn, neem alleen al de economie. Samen met de NOS hebben we een research-samenwerking, maar het zou goed zijn als we die samenwerking verbreden en verdiepen om post-corona goede journalistieke producties te kunnen maken. Verhalen die juist in de regio geboren worden en dan naar een landelijk perspectief kunnen worden vertaald of andersom. Deze week gaan we daar met alle hoofdredacteuren al verder over praten.

Lees alle interviews in deze serie:

Marcel Gelauff (NOS): ‘Ik ben me meer bewust van onze verantwoordelijkheid dan voorheen’

Hans Nijenhuis (AD): ‘We hebben twee nieuwe taken: omarmen en troosten

Mireille van Ark (BNR): ‘BNR krijgt steeds meer de rol van kennisplatform

Marc Veeningen (Hart van Nederland): ‘In iedere nieuwsrubriek wordt gespeculeerd

Sander Warmerdam (Leeuwarder Courant): ‘We bieden adverteerders gratis advertentieruimte

Bas Booister (Streekomroep Westland): ‘Iedereen is nu bereid om harder te lopen

Gert-Jaap Hoekman (NU.nl): ‘We gaan dagelijks positief nieuws brengen

Freek Staps (ANP): ‘Geen enkel verhaal is de gezondheid van een collega waard

Over Bart Jan Cune

Bart Jan Cune (38) is naast zijn werk als presentator ook journalistiek strateeg, adviseur en media- en presentatietrainer bij NewsMakers dat hij in 2009 oprichtte. Hij werkt voor zowel publieke als commerciële media. Hij werd voornamelijk bekend als NOS nieuwslezer op 3FM bij de Coen en Sander Show, maar werkte achter de schermen mee aan de totstandkoming van de formats van NOS Headlines, NOS Kort en NOS op 3. Bij 538 Groep creëerde hij een nieuwsdienst voor Slam! en Radio 538. Bij Talpa Network realiseerde hij vervolgens in korte tijd als hoofdredacteur de nieuwsredactie voor alle zenders van Talpa Radio. Begin 2020 besloot hij volledig als zelfstandig adviseur, trainer en presentator te gaan werken.