Groene Amsterdammer onderzoekt online debat: ‘Complotdenkers zijn niet dom’

MH17 is neergehaald door straaljagers, Bill Gates zit achter de coronacrisis en de Joden bepalen achter de schermen de wereldpolitiek. Dit soort complottheorieën zijn niet meer weg te denken uit het publieke debat. Maar waar komen ze vandaan? Wie bedenkt ze? En hoe vinden ze hun weg naar het alledaagse gesprek? Dit zijn vragen die weekblad De Groene Amsterdammer in data-onderzoeken wil beantwoorden. Deze week lanceerde het tijdschrift hiervoor het dossier Data&Debat.

De bedenker van het dossier, Coen van de Ven, vertelt enthousiast over ‘zijn kindje’. Het zaadje voor onderzoek naar de data achter het debat werd geplant in 2017. Van de Ven was in Litouwen voor een verhaal over Navo-soldaten in Kaliningrad: ‘De Litouwse minister van Defensie vertelde toen over de angst voor Russisch nepnieuws en hoe de regering probeerde de desinformatie te bestrijden met een soort counterpropaganda. En ik vroeg me af, als je counterpropaganda inzet, verspreid je dan niet zelf ook gewoon propaganda? Wat is eigenlijk de grens van het publieke debat?’

Behoefte aan feiten

De Groene Amsterdammer staat vooral bekend om zijn beschouwende stukken, maar Van de Ven vond dat dit onderwerp vroeg om grondig onderzoek. ‘Ik had behoefte aan feiten in het debat.’ Samen met verschillende wetenschappers van de UvA en de Universiteit Utrecht zette hij twee jaar geleden data-onderzoeken op naar het publieke debat. Dit wordt in Data&Debat uitgebreid naar een team van twee onderzoeksredacteuren, een aantal ervaren freelance-datajournalisten en vaste samenwerkingsverbanden met wetenschappers, die de grote data-analyses kunnen uitvoeren.

Steeds staat de vraag centraal: hoe bewegen obscure ideeën zich naar het centrum van het debat?

Dat alt-right groot is op internet was bekend en ook dat antisemitisme welig tiert op social media is voor de meesten geen nieuws. Daar gaat het de onderzoeksjournalisten van De Groene Amsterdammer ook niet om: ‘We kijken naar de structuren van het online debat. Wat daarbij altijd centraal staat is de vraag: hoe bewegen obscure ideeën van de rand naar het centrum van het debat?’ Dat levert soms wereldnieuws op: het onderzoek naar MH17-complotten waarin de Groene aantoonde dat Rusland een gerichte desinformatiecampagne had gevoerd, haalde de wereldpers.

Algoritmen bepalen debat

Coen van de Ven

Juist door naar de achterliggende data te kijken, begrijp je hoe het debat ontstaat, stelt Van de Ven. ‘Het is een discoursanalyse. De algoritmen bepalen de vorm van het debat, of anders gezegd: het design van het medium beïnvloedt de inhoud op dat medium en daarmee ook het denken van mensen.’ Een goed voorbeeld is het onderzoek naar rechtse alternatieve media. Daaruit bleek dat de blogs steeds rechtser waren geworden, omdat dat rechtse geluid aansloeg bij het publiek. ‘Daarmee hebben we aangetoond dat het algoritme tegen de schrijvers is gaan werken.’

Twitter, Gab en Facebook zijn natuurlijk geen representatieve weergave van de werkelijkheid, daarvan is de redactie zich zeer bewust. Van de Ven: ‘We zetten dat ook altijd in de stukken. Twitter is geen spiegel voor de samenleving en ook geen perfecte thermometer. Het heeft een eigen demografie, uitgesprokener vaak. Data-onderzoeker Thomas Boeschoten noemde de mensen op Twitter eens de ‘mondige minderheid’, dat vond ik een hele mooie.’

De onlinewereld staat echter ook niet helemaal los van de werkelijkheid. Veel mensen doen er wel ideeën op. ‘Het gaat juist om die dynamiek. Daarom kijken we altijd: hoe manifesteert wat we online zien zich in de offline wereld?’

Complotdenkers opzoeken

Vandaar dat het ook niet blijft bij het data-onderzoek, zegt Van de Ven: ‘We gaan ook de verspreiders en complotdenkers opzoeken. Dat vind ik altijd heel interessant: hoe komen mensen tot die ideeën? Mijn conclusie is: ze zijn niet dom. Het zijn vaak slimme mensen die ingewikkelde theorieën bedenken om grip te krijgen op de werkelijkheid, of om eigen falen of ellende te maskeren.’

We komen niet altijd bij de oude, boze witte man uit. In de coronacrisis spelen antroposofische yoga-dames een rol

De samenwerking met wetenschappers is uitdagend en inspirerend, vindt Van de Ven: ‘Er komen echt twee werelden samen. De onderzoekers doen de kwantitatieve analyses, wij journalisten het kwalitatieve werk, maar we bepalen samen hoe we tot een stuk komen.’ Bij elk verhaal wordt een uitgebreide verantwoording geplaatst. Aan welke dataknoppen je draait, beïnvloedt immers ook de uitkomsten van het onderzoek. ‘Voor wetenschappers is zo’n verantwoording heel gebruikelijk. We willen data ontdoen van mystiek en vaagheid, dus moeten we ook duidelijk zijn over hoe we zelf met data omgaan. Anders val je in je eigen zwaard.’

Van de Ven is blij dat er in het nieuwe dossier Data&Debat structureel ruimte is voor dit soort data-onderzoek, met steun van het Stimuleringsfonds. Van de Ven: ‘Dit zijn kostbare onderzoeken. Ze duren altijd een aantal maanden en er zijn drie mensen mee bezig. Dit jaar wil ik nog drie onderzoeken doen, al hebben we nog een hele lijst met onderwerpen.’

Niet altijd de boze witte man

Het zou een trucje kunnen worden: je kiest een onderwerp, pakt wat tweets of andere online posts en gooit ze in een data-analyse en klaar is het verhaal. Maar bang dat de formule sleets wordt, is hij niet. Tot nu toe hebben de onderzoeken altijd nieuwe inzichten opgeleverd: ‘Alle debatten kennen hun eigen dynamiek en andere complotdenkers. Het is niet zo dat we altijd bij die oude, boze witte man uitkomen. Nu in de coronacrisis spelen bijvoorbeeld jonge Instagram-influencers, van die antroposofische yoga-dames, een rol in de complottheorieën. Ook van hen wil ik dan weten, hoe komen ze erbij? Dit blijft me fascineren.’

Foto boven: George Pagan III

Lees ook:

Rasit Elibol (De Groene Amsterdammer): ‘Ik hoop dat de journalistiek ophoudt te ‘objectief’ te willen zijn

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer Follow the Money, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.