De hoofdredacteur van de belangrijkste site over journalistiek heeft moeite een optimist te zijn

Journalist Joshua Benton richtte in 2008 NiemanLab op, de belangrijkste internationale nieuwssite over journalistiek. Tien machtig fascinerende jaren volgden – waarvan hij het lastig vindt om er veel hoop uit te destilleren. ‘Er is bezorgdheid dat mensen hun nieuws van Facebook zouden halen. Was het maar waar!’

Een gesprek met Joshua Benton over media is geen goednieuwsshow. Onderkoeld analyseert hij hoe het Amerikaanse publiek minder geïnformeerd is geraakt, de lokale journalistiek is verschrompeld en veelbelovende nieuwe verdienmodellen zijn leeggelopen als te haastig opgeblazen ballonnen. Je zou het cynisch kunnen noemen.

‘Ik noem het zelf liever realistisch’, zegt hij met een glimlachje. ‘Ik heb in de afgelopen tien jaar geleerd dat er niet zo veel mensen zijn met evenveel interesse in het consumeren van nieuws als ikzelf. En dat is oké. Dat kun je niet veranderen.’

De 43-jarige voormalig onderwijsverslaggever en onderzoeksjournalist is oprichter en hoofdredacteur van NiemanLab, dat hij omschrijft als ‘85 procent nieuwssite, 15 procent denktank’. De site, die verbonden is aan de Nieman Foundation aan Harvard, geldt als het summum van journalistiek over journalistiek; vijftigduizend mensen ontvangen de dagelijkse nieuwsbrief.

‘We willen een gids zijn. Als een medium een vergissing maakt, schrijven wij daarover, zodat andere media die vergissing niet maken. Omgekeerd is het zinvol om het te delen als een medium iets heeft ontdekt dat goed werkt’, zegt Benton. ‘Ik wil niet als een arrogant asshole klinken, maar ik vind dat iedereen die zich bezighoudt met digitale journalistiek, ons moet lezen.’

Internetgebeuren

NiemanLab publiceert geen mediakritiek, maar behandelt non-ideologische thema’s als innovatie, uitgeven en verdienmodellen. De redacteuren nemen nieuwe vormen als virtual reality onder de loep en onderzoeken waarom digitale nieuwssites wel/niet slagen. Benton begon de site in opdracht van Harvard toen hij in 2008 het Nieman Fellowship doorliep (waar ook Nederlandse journalisten aan deelnamen en -nemen). ‘Het werd de universiteit destijds duidelijk dat ze misschien ‘iets moesten’ met het internetgebeuren.’

Niet misinformatie, maar een gebrek aan saai, kloppend nieuws is het probleem

No shit, moet Benton hebben gedacht. Hoewel hij vooral heeft gewerkt voor klassieke dagbladen als The Dallas Morning News, bouwde hij als student websites en was hij een vroege blogger. Die digitale vaardigheden kon hij bij zijn werkgevers niet praktiseren, want kranten moesten in de jaren negentig en de jaren nul nog weinig van het internet hebben.

Rond de tijd dat hij NiemanLab begon, sloeg dat om. ‘Uitgevers vestigden hun hoop op digitaal adverteren. Die hoop is min of meer in rook opgegaan. Ze beseften destijds niet dat hun publiek ze online niet zomaar zou volgen. Ze laafden zich aan grootse statistieken van miljoenen bezoekers per maand en schatten ze hun publiek groter in dan het daadwerkelijk was; een van de grootste vergissingen van de laatste tien jaar.’

De andere grote verschuivingen die hij ontwaart laten zich raden: sociale media gingen domineren en de smartphone maakte dat online journalistiek primair een mobiel product werd.

Basisniveau

Maar dat is allemaal niet wat Joshua Benton bezorgd maakt. Zijn grote zorg is het stilletjes afbrokkelen van een basispeil aan nieuws in het leven van Amerikanen. De tijd waarin het nieuws hen als vanzelf bereikte, is namelijk voorbij. ‘Ooit kocht men ‘s ochtends de krant voor de kruiswoordpuzzel en keek tijdens het avondeten televisie voor het weerbericht en de sportuitslagen. Maar al die dingen zijn nu online te vinden.’

Deze ontwikkeling begon strikt genomen een halve eeuw geleden, zegt hij, met de introductie van kabeltelevisie. ‘Vóór die tijd konden de meeste Amerikanen alleen maar naar hun lokale nieuwsstation kijken. Je moest het nieuws actief mijden om het niet mee te krijgen. Sinds de kabel kun je in plaats daarvan naar entertainment- en sportzenders kijken.’

Fotografie: Paul Sijm

Volgens Benton is niet misinformatie, maar een gebrek aan kloppende informatie het probleem. ‘Als er genoeg saai, kloppend nieuws je leven indruppelt, ben je ook wel beschermd tegen onzinnieuws. Er is bezorgdheid over het feit dat mensen hun nieuws nu van Facebook zouden halen. Was het maar waar! Slechts 4 procent van de Facebook-content is nieuws, en dat is inclusief entertainmentnieuws.’

Geen compensatie

Toch is het gesprek over de toekomst van de journalistiek in de voorbije jaren optimistischer geworden. Met reden: kwaliteitskranten als The Washington Post en The New York Times zijn herrezen dankzij digitale-abonnementengroei. Maar Benton plaatst daar kanttekeningen bij.

De Trump Bump was gunstig voor The Washington Post, maar de Lafayette Daily Advertiser en de Baton Rouge Advocate hebben er niets van gemerkt.

‘Fantastisch dat The New York Times ongeveer tweeënhalf miljoen betalende gebruikers in de VS heeft – maar dat is 0,66 procent van de bevolking’, zegt hij. Het succesverhaal van de Times is bovendien niet representatief, zegt hij. ‘Er zijn dertienhonderd lokale en regionale dagbladen in de VS, en maar drie met een duurzaam verdienmodel: The New York Times, The Washington Post en The Wall Street Journal. Ooit waren er ook in plaatsen als Toledo, Ohio (287.000 inwoners, red.) tachtig à honderd journalisten. Die zijn daar nu grotendeels weg.’

En de Trump bump dan, de hernieuwde steun aan de journalistiek sinds er een journalisten hatende president in het Witte Huis zit? ‘Trump heeft ons doen inzien waarom het belangrijk is dat er journalisten zijn die geven om feiten’, zegt Benton. ‘En dat was gunstig voor The Washington Post, maar de Lafayette Daily Advertiser en de Baton Rouge Advocate hebben er niets van gemerkt.’

Diversiteit

De crisis in de lokale journalistiek veroorzaakt wat Benton de ‘nationalization of news’ noemt, waarbij de media die het nog goed redden vooral aan de (rijkere en linksere) kust zitten. ‘Voorheen bestond er een grote geografische diversiteit onder journalisten, en daardoor ook een diversiteit in sociale klasse. Journalisten waren niet alleen maar alumni van Harvard of Yale.’

Journalistiek wordt steeds meer een beroep dat mensen zich kunnen veroorloven: jonge freelancers, met ouders die rijk genoeg zijn om ze in hun levensonderhoud in Brooklyn te kunnen onderhouden. ‘Dat heeft een significante impact op wat voor journalistiek er bedreven wordt.’

Joshua Benton op Media van Morgen

Veel nieuwe, innovatieve journalistieke vormen zijn geen remedie voor de sociale kloof, zegt Benton, omdat ze vooral een hoogopgeleide, progressieve bevolkingslaag aanspreken. Neem Quartz: een start-up die, al zijn innovaties ten spijt, vooral mensen bereikt die toch al goed geïnformeerd waren. Hij refereert ook aan The Correspondent. ‘Ze hebben veel goede ideeën en ik ben direct lid geworden. Maar hun lot is dat van een nicheproduct voor een beperkte groep hoogopgeleiden. En als je publiek lijkt op jouzelf, is community engagement opeens niet zo revolutionair meer.’

Benton is zelf ook onderdeel van de bovenmatig geïnformeerde ‘bovenlaag’. Wat heet: zijn twittertijdlijn is een zichzelf continu verversende sliert linkjes naar artikelen over media en politiek. Het type dat een tien voor mediawijsheid haalt en het nog leuk vindt ook.

Ik wil niet preken dat iedereen The New York Times moet lezen.

Toen hij in december een lezing gaf op Media van Morgen, het congres van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, hield hij zijn toehoorders voor: ‘Jullie zijn allemaal super weird.’ Het overgrote deel van de consumenten heeft een compleet ander informatiedieet dan hoogopgeleide journalisten. ‘Ik wil niet preken dat iedereen The New York Times moet lezen. Een realistischer doel is om mensen die niet bovenmatig geïnteresseerd zijn in nieuws, er net genoeg van te bezorgen dat ze niet stupid worden.’

Misdaad tegen de menselijkheid

Maar hoe moet het dan wel? ‘Er is geen systematische oplossing’, zegt Benton. Een mogelijkheid die hij oppert is dat journalisten samen met het publiek nieuwe vormen gaan bedenken. ‘In plaats van dat we maken wat we zelf leuk vinden en anderen proberen te overtuigen dat ze het ook leuk moeten vinden.’

Verder heeft Amerika volgens Benton een rechts medium nodig dat goed én populair is. ‘Momenteel zijn er conservatieve media aan de intellectuele kant (zoals The New Republic, MvdB) en aan de andere kant van het spectrum heb je Fox News: heel populair, maar ook een aanhoudende misdaad tegen de menselijkheid.’

Misère of niet, Benton en NiemanLab blijven fanatiek over de journalistiek publiceren. ‘Onze rol blijft belangrijk. Geen enkele nieuwsorganisatie draait volgens hetzelfde model als tien jaar geleden. Het is fijn om over daarover na te denken, zeker als je een vaste baan hebt’, zegt hij. Met een wrang glimlachje: ‘Die hebben niet veel journalisten meer.’

Fotografie: Paul Sijm

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, NRC, VICE en SVDJ.nl.