Onderzoeksjournalist Joop Bouma neemt afscheid: ‘We moeten goed kijken naar Oost-Europa. Ondermijning is een sluipend proces’

Joop Bouma

In de 45 jaar dat hij werkte als (onderzoeks)journalist zette Joop Bouma zijn tanden in dossiers over implantaten, tabak en geneesmiddelen. Zijn verhalen waren meer dan ‘leuke stukjes’, ze veranderden het imago van grote industrieën als de farmacie en de tabak. Toch kent hij zijn beperkingen: je hebt goede onderzoekers en ‘mooischrijvers’, en zichzelf plaatst hij in de eerste categorie. ‘Volgens mij is dat de toekomst: dat je een heel groot en complex onderwerp hebt, dat heel goed uitzoekt en dan uit handen geeft aan een verhalenschrijver.’

‘Ik voel me niet echt een onderzoeksjournalist. Ik ben gewoon een aantal dossiers gaan volgen.’ De Journalist van het Jaar 2018 is geen snoever. Joop Bouma kreeg deze onderscheiding samen met AVROTROS-journalist Jet Schouten voor hun onderzoek naar de Implant Files. Ook de tabaksindustrie en farmaceutische industrie onderzocht hij, decennialang. Nu staat hij op het punt zijn laatste spulletjes in te leveren bij Trouw, de krant waar hij de afgelopen 33 jaar heeft gewerkt. Vanaf augustus is Bouma officieel met pensioen. Tijd om terug te blikken, al is hij nog lang niet klaar.

De randen van de wet

Bouma is de onderzoeksjournalistiek ingerold. Hij begon zijn loopbaan bij de Leeuwarder Courant, maar stapte al snel over naar Trouw. Al vroeg in zijn carrière ontwikkelde hij een fascinatie voor sectoren die de randen van de wet opzoeken. ‘Hoe sectoren die sterk gereguleerd zijn, zoals de farmaceutische industrie of de tabaksindustrie, telkens proberen om net over de grens te gaan. Dat grensvlak beschrijven, dat is altijd mijn drijfveer geweest. Daarom heb ik die ook structureel gevolgd.’ De dossiers lagen altijd binnen handbereik en zodra er iets gebeurde, pakte hij ze weer op.

In de loop der jaren zag hij de onderzoeksjournalistiek veranderen. ‘Data is steeds belangrijker geworden. Dat belemmerde me bijvoorbeeld bij de Panama Papers. Ik had moeite met al die spreadsheets.’ Los van zijn eigen onkunde op dat gebied, plaatst hij ook een inhoudelijke kanttekening bij de huidige focus op data. ‘Data zijn de basis van het werk, maar soms wordt vergeten dat je journalistieke projecten ook goed moet presenteren. Niet alleen in visuals, maar in een verhaal.’

Verhalen die iets veranderen

Bij elk onderzoeksverhaal zou daarom ook een ‘mooischrijver’ betrokken moeten zijn, zo iemand die ervoor zorgt dat lezers het verhaal ook uitlezen. ‘Volgens mij is dat de toekomst: dat je een heel groot en complex onderwerp hebt, dat heel goed uitzoekt en dan uit handen geeft aan een verhalenschrijver. Ik heb ooit drie weken in Drenthe gezeten voor een verhaal over windmolens en kwam terug met 40.000 woorden. Een collega bij Trouw heeft er een prachtig verhaal van 5000 woorden van gemaakt. Dat had ik nooit zo gekund.’

Impact is ook: het imago rechtzetten van een industrie die over lijken gaat

Pas dan krijgt een verhaal impact en dat vindt Bouma belangrijk. ‘Het zou wel lullig zijn als je op je carrière terugkijkt en denkt, het zijn wel leuke stukjes geweest, maar er is niks veranderd in Nederland.’ Hij is dan ook het meest trots op zijn onderzoeken naar tabak en geneesmiddelen, want die hebben iets bewerkstelligd. ‘Het is allemaal niet groots en meeslepend, maar impact is ook: het imago van een industrie die over lijken gaat rechtzetten.’ 

Samen sterker staan

Ook op een ander vlak zag Bouma de onderzoeksjournalistiek veranderen: de opkomst van internationale samenwerkingsverbanden. Volgens hem was dit pure noodzaak: ‘De samenleving werd complexer en het bedrijfsleven ging steeds verder internationaliseren. Voor journalisten werd het ingewikkelder de vinger ergens achter te krijgen.’ Tegelijkertijd liepen journalisten in allerlei landen tegen dezelfde problemen aan. Samenwerken lag daarom voor de hand. En het had een belangrijk bijeffect: ‘De veiligheid van journalisten die aangesloten zijn bij internationale organisaties als ICIJ is een stuk groter. Collega’s die werken in landen waar persvrijheid niet zo vanzelfsprekend is weten dat ze een internationaal netwerk achter zich hebben. Ze kunnen tegen kwaadwilligen zeggen: als je mij uit de weg ruimt, zijn er nog tientallen anderen.’

Het tot zwijgen brengen van media begint met ondermijning. Het is een sluipend proces

Dat vakgenoten risico lopen, gold een tijdlang vooral voor journalisten uit Azië en Zuid-Amerika, maar inmiddels speelt het ook dichter bij huis. Journalisten uit Oost-Europa berichten over stelselmatige bedreigingen, intimidatie en uitholling van de persvrijheid. Bouma ziet het klimaat ook in Nederland veranderen. De bedreigingen van NOS-verslaggevers bij boerenprotesten zijn maar één voorbeeld. ‘Je zou goed moeten kijken naar het Oost-Europese voorbeeld. Bijvoorbeeld het ondermijnen van de publieke omroep. Daar begint het mee. Het tot zwijgen brengen. Het is een sluipend proces.’

Zelf is hij nooit bedreigd, maar hij voelt wel de verharding. Hij stopte een tijdje met Twitter, omdat hij de reacties op verhalen over boeren te persoonlijk vond worden. ‘Dan ga je dus merken dat de agressie je gedrag beïnvloedt. Dat je je niet meer vrij voelt om op Twitter te schrijven, dat is al een vorm van zelfcensuur, daar begint het mee. Op een gegeven moment worden ook verhalen niet meer gemaakt. Dat is voor mij de meest zorgelijke ontwikkeling op dit moment.’

Stokpaardjes loslaten

Wat dat betreft is hij er niet rouwig om nu te stoppen bij de krant. ‘Het geeft een heleboel rust. Je leeft 33 jaar in een ritme waarin de krant voorop staat. Je hebt voortdurend verhalen in je hoofd en die druk is nu in een keer weg.’ Maar het werk is nog niet gedaan. Er liggen twee boeken te wachten om geschreven te worden. ‘Het onderzoek is al klaar, ik moet het alleen nog optikken.’ Toevallig gaan beide boeken over onderwerpen waar Bouma al in het begin van zijn loopbaan over schreef, de pogingen om de ANWB van binnenuit te vergroenen en de doodstraf. De cirkel lijkt daarmee mooi rond.

Bouma heeft er vrede mee zijn andere stokpaardjes los te laten, omdat hij weet dat inmiddels andere journalisten ermee bezig zijn. Zijn archief over de tabaksindustrie is zelfs ondergebracht bij de universiteit van San Francisco. Tot vreugde van zijn vrouw, want de garage staat vol. Bouma kan een onderwerp dan wel loslaten, papieren weggooien vindt hij moeilijk. ‘Dat is een klus die nog op mij staat te wachten.’

Fotografie: Werry Crone 

Lees ook:

Oost-Europese journalisten bezoeken Nederlandse redacties: ‘Koester wat je hebt’

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer Follow the Money, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.