© hannahinchicagophoto

Van traditioneel journalist naar een eigen community: Liz Kelly Nelson pleit voor meer journalistieke creators

Nieuws | Vernieuwing

Wereldwijd zijn er steeds meer creators en influencers die nieuws brengen, maar in Nederland zien we die nog nauwelijks. Dat blijkt uit het Digital News Report van het Reuters Institute. Als het aan voormalig Vice President van Vox.com en creator-expert Liz Kelly Nelson ligt, neemt het aantal journalistieke creators toe. Ze begeleidt met haar Project C journalisten die een eigen publiek willen bereiken. ‘Ik breng journalisten het zelfvertrouwen bij om onafhankelijk te zijn.’ 

Na de coronapandemie zag Liz Kelly Nelson, toen nog Vice President bij nieuws- en opiniesite Vox.com, steeds meer medewerkers vertrekken. Ze werden niet gerekruteerd door The New York TimesThe New Yorker of The Atlantic, maar verlieten de organisatie om hun eigen mediabedrijf te starten. ‘Ik wilde van ze weten  waarom ze weggingen. Maar door die gesprekken realiseerde ik me uiteindelijk dat ik zelf ook weg wilde,’ vertelt Nelson lachend via videoverbinding.  

Tijdens een Sulzberger Fellowship aan Columbia University in 2024 kreeg Nelson de kans om zich zes maanden lang te verdiepen in onafhankelijke journalistieke contentmakers. In juni 2024 richtte ze Project C op, een organisatie die journalisten helpt om hun weg te vinden als creator-journalist. Inmiddels zijn er meer dan 200 leden.

Ook biedt ze de achtweekse workshop ‘Going solo’ aan, waar zij en haar collega’s journalisten met creator-ambities begeleiden van idee tot product, zoals een eigen nieuwsbrief of YouTubekanaal. En ze deed onderzoek naar het huidige ‘nieuwsecosysteem’, waarin ze alle types media in kaart bracht. Van traditionele krant tot nieuwsinfluencer.

Nelson definieert creator-journalisten als onafhankelijk journalisten die origineel werk produceren waarbij ze zich houden aan journalistieke principes, terwijl ze een persoonlijk merk en directe relatie met publiek opbouwen, vaak door nieuwsbrieven, podcasts, TikTok en Youtube-kanalen. Daarmee onderscheiden ze zich dus van freelance journalisten, die (ook onafhankelijk) voor verschillende mediabedrijven werken.

Deze groep is volgens Nelson ook anders dan ‘nieuwsinfluencers’, persoonlijkheden die geen eigen onderzoek doen, maar alleen hun mening geven over het nieuws. Nelson noemt wat zij doen ‘de opiniesectie van het internet’, waar mis- en desinformatie zich snel kan verspreiden.

Het Reuters Institute definieert news creators als ‘inidividuen of groepen van individuen die primair content creëren en distribueren via social- en videonetwerken en daarmee enige invloed hebben op publieke debatten’ – dit zijn dus niet alleen journalistieke creators waarop Project C focust, maar ook mensen die commentaar geven op gebeurtenissen, zelf onderzoek doen, uitlegvideo’s maken en specialistische kennis verspreiden.

Ik wil traditionele journalisten het zelfvertrouwen bijbrengen om iets onafhankelijks op te richten en daar geld voor te vragen

Nelsons initiatief maakt deel uit van een bredere ontwikkeling binnen de journalistiek. Nieuwsmakers en influencers die actief zijn op sociale media en videonetwerken zijn de afgelopen jaren een belangrijke nieuwsbron geworden.  Volgens het Reuters Institute for the Study of Journalism is  het ‘een rumoerige, moeilijk te definiëren en snel veranderende wereld’. Sommige makers, zoals de Franse Hugo Travers (HugoDécrypte), transformeren zich tot volwaardige mediabedrijven met medewerkers in dienst, terwijl het anderen niet lukt om van hun werk te leven. Het Reuters Institute stelt dat de mediasector ‘nog maar aan het begin van deze verschuiving naar online mediamakers staat’ en dat de manier waarop dit zich verder ontwikkelt, onder meer zal afhangen van de rol van platforms, de verdere ontwikkeling van bedrijfsmodellen van makers en de interesse van het publiek. 

Welke redenen noemden journalisten tegen jou voor hun vertrek bij traditionele mediabedrijven? 

‘Deze journalisten zagen dat het publiek zich afkeerde van gevestigde journalistieke merken en direct contact zocht met individuele makers. En ze wilden zelf vaak meer autonomie, meer redactionele controle en meer inkomsten. Makers zoals Johnny Harris droegen flink bij aan verkeer naar het YouTubekanaal van Vox, maar kregen daar geen bonussen of andere incentives voor. Zij zagen een mogelijkheid om zelfstandig inkomsten te genereren en een onafhankelijke carrière op te bouwen.’

Voormalig maker voor Vox die nu onderzoeksjournalistieke video’s maakt op YouTube

Een massa-ontslag kan ook aanleiding zijn om een eigen platform op te richten, zegt Nelson. ‘Toen de Washington Post in februari dit jaar 300 mensen ontsloeg, lanceerden 90 van hen de volgende dag een eigen nieuwsbrief op Substack. Ze wilden graag het werk blijven doen dat ze al deden, maar werden gedwongen om voor zichzelf te beginnen.’

Je maakt in jouw werk als begeleider van creators, en in je onderzoek naar het nieuwsecosysteem, een onderscheid tussen ‘creator-journalisten’ en ‘nieuwsinfluencers’. Op die eerste groep focus je met Project C.  Waarom kies je daarvoor?  

‘Het verschil tussen creator-journalisten en nieuwsinfluencers is dat creator-journalisten journalistiek werk verrichten. Ze doen dat alleen in dezelfde omgeving als tradwives en Andrew Tate. Daarnaast is een grotere groep mensen – nieuwsinfluencers – die nieuwscontent produceert, maar die geen journalist is, bijvoorbeeld Joe Rogan. En dan heb je nog creators die zich betrokken voelen bij hun lokale stad of dorp: en zelf een nieuwsbrief of TikTokkanaal starten omdat niemand anders meer over hun woonplaats bericht. Bijvoorbeeld over eten in Houston of de prijs van boodschappen in Portland. Ik vermoed dat de meeste nieuwsinfluencers niet opgeleid zijn als journalist, want iedereen kan een nieuwsbrief of YouTube-kanaal starten. Je kunt in de VS op een willekeurige plek een dartpijl gooien, en waarschijnlijk wel vijf mensen raken die ‘iets’ gelanceerd hebben. Dat is ook geweldig, maar ik wilde graag bijdragen aan feitelijke journalistiek en hoe we die bij toekomstige doelgroepen kunnen krijgen. Ik wil traditionele journalisten het zelfvertrouwen bijbrengen om iets onafhankelijks op te richten en daar geld voor te vragen.’

Soms wordt het werk van niet-journalistieke creators overigens toch nieuwswaardig, vertelt Nelson. Project C bracht in 2025 het media-ecosysteem van Chicago in kaart. ‘We hebben daarbij niet alleen traditionele nieuwsbronnen meegenomen, maar ook niet-journalistieke makers, bijvoorbeeld lifestyle-creators die content maken over eten. Maar tijdens de ICE-invallen vorig jaar zagen we dat veel lifestyle-creators ineens ook verslag daarvan gingen doen. Dat is waar de grenzen tussen journalistiek en andere contentmakers vervagen.’ 

 ¬ Liz Kelly Nelson

Een online community opbouwen kost tijd. Denk je dat iemand die zoiets nog nooit heeft gedaan echt een levensvatbaar bedrijf kan opbouwen als journalistieke maker?  

‘Ja, dat denk ik zeker. Maar het is wel belangrijk dat je weet hoeveel inkomsten je maandelijks nodig hebt, en hoeveel geld je gespaard moet hebben als buffer. Want het is goed mogelijk dat je het eerste jaar, anderhalf jaar, nog geen inkomsten zult hebben.  

Daarom is het belangrijk dat mensen leren hoe ze een publiek kunnen opbouwen en hoe ze dat converteren – bijvoorbeeld van nieuwsbrieflezers naar betalende abonnees. Of als je video’s maakt op YouTube: hoe stel je een mediakit samen en hoe benader je sponsors? Wat bied je aan?  

Het is dus zeker mogelijk om dit te bereiken, maar het vergt wel veel inzet. En het is niet voor iedereen weggelegd. Je moet in jezelf geloven en anderen ervan overtuigen dat ze in jou moeten geloven. Tegelijkertijd zie ik nu ook andere modellen ontstaan, bijvoorbeeld collectieven van zelfstandige nieuwsmakers. Dat is een oplossing voor mensen die het niet alleen willen doen.

Bijvoorbeeld The 51st in Washington DC, dat zichzelf een ‘worker-led nonprofit’ noemt.

Het is gevaarlijk om op één platform te vertrouwen, want de mensen die de platforms leiden zijn geen vrienden van journalisten

Daarnaast zie ik ook veel mensen die deels voor opdrachtgevers en deels voor een eigen publiek werken:. Neem bijvoorbeeld Joanna Stern, een techjournalist die dit jaar na twaalf jaar de Wall Street Journal verliet . Ze lanceerde een nieuwsbrief en een podcast, maar ze sloot ook een deal met NBC om als techcommentator te werken. Zo heeft ze een hybride rol voor zichzelf gecreëerd.’ 

Journalisten die zelfstandig creator worden en een eigen publiek opbouwen, werken daardoor autonomer. Tegelijkertijd zijn ze wel afhankelijk van platformen zoals Instagram en TikTok. Hoe kijk jij naar hun positie ten opzichte van Big Tech? 

 ‘Mijn advies is  om actief te zijn op meerdere platforms en altijd te zorgen dat je zelf in het bezit bent van je publieksdata, zodat je altijd via een andere weg weer contact met hen kunt opnemen. Uiteindelijk zijn de CEO’s, de mensen die de platforms leiden, geen vrienden van journalisten. Ze dienen de aandeelhouders, hebben andere ambities en prioriteiten. Het is dus erg gevaarlijk om op één platform te vertrouwen. 

Het is ook interessant voor creator-journalisten om te kijken naar nieuwe platforms binnen federatieve ecosystemen, zoals Ghost of Bluesky. Ik zou graag zien dat die sector zich verder ontwikkelt, zodat journalisten hun content echt in eigen hand hebben. Ik zou het geweldig vinden als elke journalist uiteindelijk eigenaar is van zijn of haar intellectuele eigendom. Natuurlijk hebben mensen die nu een nieuwsbrief beheren wel intellectueel eigendom, maar bijvoorbeeld Ezra Klein van The New York Times is geen eigenaar van de content die hij voor de krant maakt. Ik wil graag naar een toekomst waarin dat wel zo is.’

In Nederland zijn er nog weinig news creators, maar gezien het feit dat ze in andere landen zo in opkomst zijn, zou dat best eens kunnen veranderen.  Hoe moeten Nederlandse redacties en journalisten zich tot die ontwikkelingen verhouden?   

‘Alle nieuwsorganisaties, dus ook Nederlandse, moeten allereerst goed opletten waar hun publiek zich bevindt, en op die plekken beschikbaar zijn. Ik weet uit ervaring dat dit voor veel nieuwsorganisaties moeilijk is, omdat je op die manier veel controle uit handen geeft. Veel uitgevers en hoofdredacteuren denken dat ze, om succesvol te zijn, intern talent moeten stimuleren om een soort creator te worden. Maar dat is niet de juiste reden om het te doen. Je zou het alleen moeten doen omdat je als nieuwsorganisatie je publiek wilt bereiken op de plekken waar het zich bevindt, met geloofwaardige, op feiten gebaseerde informatie, om de wereld een betere plek te maken. Ik weet dat dit een erg idealistisch antwoord is en dat het de vraag is hoe we dat gaan financieren. 

Ik denk dat Nederland het punt zal bereiken waar de VS nu is, want steeds meer publiek verplaatst zich naar de platforms

Nieuwsorganisaties zullen in ieder geval nog meer moeten focussen op een specifieke niche. De keuze voor zo’n niche kan betekenen dat ze met minder personeel moeten gaan werken en minder content kunnen produceren, maar dat ze kwalitatief beter en meer onderscheidend werk leveren. Een voorbeeld? ProPublica. Zij doen onderzoeksjournalistiek en proberen niet elke dag verslag te doen van de Knicks-wedstrijd of de Trump-regering. Als je zulke keuzes maakt, heb je een kans om te overleven. 

Voor individuele journalisten in Nederland denk ik dat het toch heel belangrijk is om de eerste stappen te zetten binnen het creator-ecosysteem, zelfs als er geen duidelijke weg is om er je brood mee te verdienen. Bijvoorbeeld door een nieuwsbrief of een kanaal te starten. Want uiteindelijk denk ik dat Nederland ook het punt bereikt waar de VS zich nu bevindt, omdat steeds meer publiek zich uiteindelijk naar platforms verplaatst. Dus tegen individuele journalisten zou ik zeggen: begin alvast een nieuwsbrief, ga experimenteren met videobewerking, want de enige manier om er goed in te worden is door te oefenen.’ 

Verschillen tussen landen

Meer dan een kwart van het publiek dat het Reuters Institute for the Study of Journalism bevroeg voor het Digital News Report 2026 neemt iedere week informatie van news creators tot zich (27%).  

In Kenia is het aantal mensen dat aangaf in de afgelopen week nieuws te hebben geconsumeerd van creators of influencers die zich richten op nieuws relatief het hoogst (58% van de respondenten, hierbij moet wel rekening worden gehouden met een oververtegenwoordiging van jongere, stedelijke, Engelssprekenden in de enquête). In de VS gaat het om 32% van de respondenten, in Nederland om 9%, het laagste percentage van alle landen die het Reuters Institute onderzocht.  

Respondenten uit landen als de Verenigde Staten, Brazilië en Mexico – waar weinig vertrouwen in journalistiek, een zwakkere publieke omroep en sterkere afhankelijkheid van social media is – noemen het vaakst creators die ‘luide commentatoren van de ene of de andere kant van het politieke spectrum’ zijn. In Nederland (en andere Noord- en Oost-Europese landen) is het relatief kleine aantal personen dat door respondenten als contentmaker wordt aangewezen juist vaker een journalist of presentator van een traditionele mediaorganisatie die zich online manifesteert.  

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier