‘Ik zou op een Nederlandse krantenredactie misschien niet meer overleven’

BasKurstjens2

In deze rubriek spreken we wekelijks met een Nederlandse journalist die op een buitenlandse redactie werkt. In deel 6 (en tevens slot): Bas Kurstjens is ‘newsmanager’ bij het Vlaamse dagblad De Tijd.

De in Leuven wonende Bas Kurstjens werkt al sinds 1999 bij zakenkrant De Tijd, maar volgt de Nederlandse media nog altijd op de voet. Daardoor kan hij de journalistieke verschillen mooi met elkaar vergelijken. Neem het arbeidsethos.

“Niets ten nadele van mijn Nederlandse collega’s, maar ik heb het idee dat hier langer gewerkt wordt.” Kurstjens en zijn collega’s zijn al gauw tot acht uur ‘s avonds bezig. “En zo nodig tot tien of elf uur. Ik ben weleens op de redactie van het Financieele Dagblad geweest, en die is om half zeven grotendeels leeg. De scheiding tussen werk en privé is in Vlaanderen ook minder strikt.”

Belgische politici zijn veel toegankelijker

Iets heel anders: een Belgische politicus krijg je als journalist sneller te spreken dan een Nederlandse. “Onze politieke redactie wil al heel lang een interview met Mark Rutte en begrijpt er niets van dat dat niet lukt. Belgische ministers zijn heel toegankelijk: ze willen vaak zelf ook graag hun verhaal vertellen. De krant speelt in hun communicatie een grote rol.”

De Vlamingen zijn dan ook echte krantenmakers, zegt Kurstjens; onderstreept door het feit dat uitgevers De Persgroep (Volkskrant, AD, Parool, Trouw, regiokranten) en Mediahuis (NRC en binnenkort TMG’s De Telegraaf en Metro) zowat alle dagbladen in Nederland bestieren. Hoe is dat zo gekomen, denkt hij? “Vlaanderen is een competitieve markt: zes miljoen inwoners, maak daar maar eens een rendabele krant voor. Als het daar lukt, kan het in de drie keer zo grote Nederlandse markt zeker.”

Door de kleine markt in Vlaanderen zijn de uitgevers daar van oudsher kostenbewust en weten ze hoe ze zich kunnen onderscheiden van de concurrentie, legt hij uit. Voor de Nederlandse kranten, die het de laatste tien jaar moeilijk hebben, kwam en komt die ervaring goed van pas.

Voortvarendheid

De 43-jarige Kurstjens studeerde Journalistiek in Tilburg. Toen hij in 1999 stage liep bij NRC Handelsblad gooide hij een lijntje uit bij De Tijd. “Ik had een stuk uit De Tijd geknipt, maar toen ik het nodig had kon ik het niet meer vinden. Toen heb ik de redactie gemaild of ze me het artikel konden sturen. In dat mailtje heb ik gezet dat ik de zomer nog vrij had, dus als ze me nodig hadden: graag.”

Zijn voortvarendheid werd beloond. De Tijd gaf hem een plek op de buitenlandredactie; zijn opleiding maakte hij in zijn vrije tijd af. Drie jaar later werd hij correspondent in Parijs (2002 – 2007), gevolgd door een periode op de redactie Ondernemen. Die redactie is de grootste van De Tijd, een krant die net als het Nederlandse FD een zakelijke inslag heeft, maar ook gericht is op lezers buiten de financiële sector.

Sinds 2015 is hij newsmanager voor de hele krant. “De newsmanagers letten op de invalshoeken en de hiërarchie van het nieuws, kijken naar de samenstelling van de eerste pagina’s van de krant die wij de ‘voortrein’ noemen, en zorgen dat de juiste onderwerpen op het juiste moment op de website worden gezet.”

Scherp schrijven

Zijn er ook dingen die Vlaamse journalisten van hun Nederlandse collega’s kunnen leren? “Gevat en scherp schrijven”, zegt Kurstjens. “Als je de Volkskrant op zaterdag leest, staat die bol van de stukjes waar de lol vanaf spat. Dat missen we in Vlaanderen een beetje: we kunnen het misschien wel, maar durven het niet.”

Vlamingen durven niet zo gevat te schrijven als Nederlanders

Kurstjens zal niet gauw naar zijn thuisland remigreren. De bourgondische levensstijl in Vlaanderen, waar men al in de middag op café gaat, is hem te lief. Net als de gemoedelijkheid op zijn redactie. “Misschien overschat ik het, maar ik weet niet of ik vandaag de dag op een redactie als de Volkskrant zou overleven. De Nederlandse scherpte en directheid ben ik een beetje ontwend.”

Meer uit deze serie

Maggy van Eijk: ‘Het gaat bij BuzzFeed non-stop door’
Rosanne Roobeek:‘Bij CNN willen we écht de waarheid naar boven brengen’
Yarno Ritzen: ‘Nederlandse journalistiek gaat vooral over Nederland’
Leander Schaerlaeckens: ‘In Amerika kun je een stuk beter van de journalistiek leven’
Meike Wijers: ‘In Australië zijn media nog navelstaarderiger dan in Nederland’

 

Deel dit artikel:

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en antropoloog. Hij schrijft over van alles, maar het meest over media.

Reageer