Henk van Ess: ‘Journalistiek wordt links en rechts ingehaald door data-onderzoekers van buiten’

Henk van Ess

Toen de van grootschalig misbruik verdachte Ghislaine Maxwell onlangs werd opgepakt, maakte onderzoeksspecialist en voormalig journalist Henk van Ess bekend dat hij haar door opendataonderzoek al veel eerder op het spoor was geweest. Dergelijk onderzoekswerk wordt naar zijn mening te weinig door journalisten verricht – zijn oude vakgebied wordt volgens hem voorbijgestreefd door onderzoekers van buiten de media. Maar behalve kritiek op zijn voormalige vakgebied heeft hij ook tips voor de journalistiek. ‘Hier is het laaghangende fruit, pluk het maar.’

‘We hadden haar bijna. Het was echt heel close. Als we wat losse eindjes aan elkaar hadden geknoopt waren we de FBI vóór geweest.’ ‘Haar’, dat is Ghislaine Maxwell, vriendin en assistente van ‘misbruikmiljardair’ Jeffrey Epstein, die onlangs in New Hampshire werd gearresteerd.

Henk van Ess, specialist in openbaar dataonderzoek, zat haar digitaal op de hielen voor het Engelse ITV. Het onderwerp interesseerde hem weinig, hij had nooit eerder van Maxwell gehoord, maar het opendataspeurwerk lag precies in zijn straatje. Na een carrière als onderzoeksjournalist verdient hij nu al vijftien jaar de kost met trainingen in deze onderzoeksmethodes bij onder meer NBC News, Wall Street Journal, DPG Media en Axel Springer.

Reflex

Voor die trainingen reist hij normaal gesproken de wereld over, maar vanwege corona zit hij nu even vast in Nederland. Vanuit zijn werkkamer in Amsterdam vertelt hij over de staat van de journalistieke online research. ‘De vraag is: hoe goed gebruikt de pers openbare bronnen op het web? Het is een teken aan de wand dat belangrijke journalistieke prijzen de afgelopen jaren zijn gewonnen door niet-journalistieke organisaties als Bellingcat en factcheckers van universiteiten. Best wel pijnlijk.’

Media hebben een voorkeur voor bronnen met een reputatie. Laat je niet misleiden door de obscuriteit van een bron

De journalistiek wordt ‘links en rechts ingehaald’, gelooft hij, maar toch beschouwt hij de situatie niet als hopeloos. Dat er naar zijn zin te weinig met open data wordt gedaan komt doordat media verkeerde prioriteiten stellen, ‘niet door desinteresse van individuele journalisten. Media moeten domweg steeds meer produceren, met minder mensen.  Die reflex staat een andere mindset in de weg.’

Terwijl die manier van denken volgens Van Ess essentieel is. Journalisten moeten anders naar bronnen leren kijken.  ‘Media hebben een voorkeur voor bronnen met een gezaghebbende reputatie.  Op het web zijn er juist experts te vinden die geen gezag hebben, maar wier waarneming er wel toe doet. Laat je niet misleiden door de obscuriteit van de bron, maar concentreer je op wat deze zegt en valideer dat vervolgens.’

Subtiele patronen

Hoe vind je nieuws in eindeloze data? ‘Niet door iedereen tegelijk te volgen. Dan overschreeuwen alle deskundigen elkaar.Het is beter om dat apart te doen, per onderwerp. Dan vallen je veel sneller subtiele patronen op, zoals mensen die omfloerst over ontslagen of fraude praten.’

Mijn eigen angst is tunnelvisie. Hoe vind ik wat ik niet op mijn radar heb?

Journalisten moeten daarvoor een gerichte duik in het diepe te durven nemen. ‘Mijn eigen angst is tunnelvisie.  Hoe vind ik wat ik niet weet, wat ik niet op mijn radar heb? Je moet bij elk belangwekkend onderwerp eerst een half uurtje grasduinen in openbare informatie. Dat lijkt blind grazen, maar doe je het gericht, dan vind je meestal net een andere invalshoek dan je had bedacht.’

Transparantie of privacy

Omdat kennis en informatie versnipperd is, roept hij graag de hulp in van het publiek. De zoektocht vindt dan plaats en plein publique, op Twitter. Wie iets weet, kan bijdragen. Van Ess is ervan overtuigd dat hij sommige zaken niet op een andere manier had kunnen oplossen. Tegelijkertijd is hij zich ervan bewust dat met zo’n openbare zoektocht de privacy van mensen in het geding kan komen.

‘Ik ga alleen man en paard noemen als het om mensen gaat die zelf de openbaarheid kiezen. Ik heb ook wel eens tweets verwijderd als het een dood spoor bleek. Het is iets waar ik mee worstel, want mijn transparantie verdwijnt als ik iets verwijder en ook van een dwaalspoor kun je iets leren. Maar soms weegt de privacy dan toch zwaarder.’

Onderzoek door bedrijven

Van Ess geeft zijn trainingen niet alleen aan journalisten, maar ook aan juristen, NGO’s en bedrijven met maatschappelijke doelen. ‘Het valt me daardoor op dat het onderzoeken van openbare bronnen buiten de journalistiek meer aandacht krijgt dan daarbinnen.’

Een studie naar nieuwsconsumptie door Google wijst op een mogelijke reden voor dat laatste.  Mensen die voor hun werk nieuws nodig hebben, hebben het idee dat de pers wereldwijd steeds vaker gaten laat vallen. ‘Journalisten focussen allemaal op dezelfde incidenten. Daardoor missen professionele nieuwsgebruikers informatie. Ze huren daarom zelf specialisten in die alsnog in hun nieuwsbehoefte voorzien. Greenpeace heeft een onderzoeksteam, de Deutsche Bank heeft een eigen nieuwsroom ingericht en de FNV leidt mensen op in bronnenonderzoek.’

Bedrijven en overheden zorgen er soms geraffineerd voor dat een schandaal de pers niet haalt

De journalistiek moet daardoor opboksen tegen steeds professionelere partijen. Bedrijven en overheden die de pers wil controleren, maken steeds slimmer gebruik van online mogelijkheden. Van Ess: ‘Geraffineerd is hoe ze er soms voor zorgen dat een geheid schandaal de pers niet haalt. Het bedrijf ontkent niet, maar diept een social-media-post op over dezelfde zaak en zegt: dit is oud nieuws. Dat schrikt journalisten meestal af. Je hebt als journalist dan doorzettingsvermogen nodig om te bewijzen dat het verhaal nog steeds nieuwswaarde heeft. Juist doordat de hoeveelheid informatie exponentieel groeit is het cruciaal dat de journalistiek dezelfde filtertechnieken kent als de buitenwacht.’

Foefjes als startschot

Tegelijkertijd moeten journalisten niet denken dat digitale informatie het eindpunt is, waarschuwt Van Ess: ‘Dat is een misvatting. Een online uittreksel uit de KvK is soms bijvoorbeeld maar de halve waarheid. Ik wil nog steeds naar het archief en het echte document zien, misschien staat er wel iets in de kantlijn gekrabbeld. Dat wordt helaas steeds moeilijker. Maar goede internetresearch betekent dus niet dat je de deur niet meer uit hoeft. Het is geen vervanging, maar extra informatie. De technische foefjes zijn het startschot, niet het eindpunt.’

Van Ess zegt dat hij in het verleden wel eens uit de hoogte deed tegen zijn oud-collega’s in de journalistiek. ‘Af en toe was ik veroordelend en dacht ik ‘dit moet toch elke journalist weten’.  Inmiddels heb ik een neutralere houding en zeg ik: hier is het laaghangende fruit, pluk het maar.’

Lees ook:

Christiaan Triebert (Bellingcat): ‘Open source is een beetje een buzzword geworden

Hoe regionale onderzoeksredacties in deze tijd dichter naar elkaar toe groeien

Vijf tips om de herkomst van foto’s en video’s te checken

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer Follow the Money, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.