Waarom media journalisten niet moeten afrekenen op hun populariteit op Twitter

Twitter

Populariteit op sociale media wordt steeds belangrijker voor journalisten. Dit komt mede doordat hun werkgevers graag zien dat ze op Twitter in de smaak vallen bij de doelgroep. Alleen zitten daar nogal wat haken en ogen aan.

Tv-recensent Angela de Jong vertelde onlangs in een interview met de Volkskrant over haar pasverworven bekendheid dat het haar hoofdredacteur bij het AD was die haar stimuleerde om BN’er te worden. Nadat ze in 2017 De Slimste Mens had gewonnen, opperde Hans Nijenhuis dat De Jong vaker zou aanschuiven bij tv-shows, zodat haar populariteit zou afstralen op de krant. En zo geschiedde.

Afgerekend op populariteit

Als we de paper What Determines a Journalist’s Popularity on Twitter? van mediawetenschapper Felix Simon (en eerder onderzoek) mogen geloven, gebeurt het vaker dat journalisten gestimuleerd worden om een mediapersoonlijkheid te worden. Journalisten worden niet alleen aangemoedigd om zich daartoe op sociale media te ontwikkelen,  ze worden ook (stiekem) door hun werkgevers op hun populariteit afgerekend.

Sommige media hebben richtlijnen opgesteld voor het twittergedrag van journalisten

Om journalisten te helpen een bekende Twitteraar te worden, hebben sommige media richtlijnen opgesteld. Journalisten dienen bijvoorbeeld voornamelijk verhalen van hun eigen organisatie te plaatsen, of ze mogen zich niet mengen in discussies die het imago van hun merk kunnen schaden. Het probleem van zulke voorschriften, stelt Simon, is dat ze journalisten beperken in wat ze wel en niet kunnen plaatsen op Twitter en dat ze bovendien helemaal geen garantie zijn voor succes.

Aan de hand van een kwantitatieve analyse van Twittergegevens en profielen van 300 Britse journalisten, onderzocht Simon de invloed van verschillende gebruikswijzen van Twitter op de populariteit van journalisten op het sociale medium. Hij keek naar naar het effect van het gebruik van originele video’s en foto’s, linkjes naar artikelen, de hoeveelheid retweets, de hoeveelheid hashtags, de hoeveelheid conversaties en de mate waarin een journalist professionaliteit uitstraalt.

Van de meeste van deze factoren werd geen invloed op de populariteit gemeten. Voor het gebruik van originele foto’s en video’s was dit wel het geval. Deze bleken echter juist een negatief effect te hebben, wat in tegenspraak was met de verwachtingen van Simon en veel richtlijnen van nieuwsorganisaties.

Geen gouden formule

Simon beweert daarom dat er helemaal geen gouden formule bestaat om de populariteit van journalisten op Twitter te vergroten. Hij suggereert dat de populariteit van journalisten op Twitter grotendeels buiten hun directe controle ligt. Dit roept volgens hem belangrijke vragen op over de betekenis en het gebruik van populariteitsmetrics op sociale media in nieuwsorganisaties.

Het zou bijvoorbeeld best kunnen dat sommige journalisten die gebruik maken van de richtlijnen wél populair worden, zonder dat de voorschriften hier de daadwerkelijke oorzaak van zijn. In zo’n geval bereikt een nieuwsorganisatie wel haar doel (een aantal populaire journalisten in huis hebben) en blijft het model gehandhaafd, terwijl in de tussentijd capabele journalisten mogelijk onterecht worden afgeschreven omdat ze niet populair genoeg zijn.

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkte voor onder meer Blendle en Vrij Nederland. Tegenwoordig is hij freelance redacteur/onderzoeker.