logoJaarverslag 2018

Het jaar 2018 stond voor het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (hierna het Fonds) vooral in het teken van de toekenning door het ministerie van OCW van EUR 5 miljoen voor onderzoeksjournalistiek. Daarvan wordt EUR 3,3 miljoen door het Fonds verdeeld, het Fonds Bijzondere Journalistiek Projecten verdeelt EUR 1,6 miljoen en EUR 0.1 miljoen is bestemd voor uitvoeringskosten door het ministerie. Het Fonds verdeelt voornoemde EUR 3.3 miljoen over onderzoeksjournalistiek (EUR 2,9 miljoen), Talentontwikkeling (EUR 300.000) en EUR
100.000 ten behoeve van weerbaarheid van journalisten.

Voor het Fonds heeft het betekend, dat – naast de reguliere activiteiten – veel tijd en energie is besteed aan het vorm geven aan een regeling die is bedoeld om de structuur van onderzoeksjournalistiek te versterken en een impuls te geven aan journalistiek in het algemeen en journalistiek in de regio in het bijzonder. Dat is niet onopgemerkt gebleven. We kregen maar liefst 96 aanvragen voor de nieuwe subsidieregeling (verdeeld over EUR 2,7 miljoen subsidie en EUR 200.000 aanvullend beleid). Uiteindelijk konden we 24 projecten subsidiëren, wat betekent dat er op 24 plekken in het land nieuwe of uitgebreide
onderzoeksredacties zijn ontstaan. Aan het eind van 2018 kwamen ook de aanwijzingen voor de regeling Talentontwikkeling (EUR 300.000) en EUR 100.000 voor Weerbaarheid van journalisten. De regelingen zijn vooralsnog bedoeld als pilot, maar de intentie is om genoemde EUR 5 miljoen structureel ter beschikking te stellen.

In een wat breder perspectief was 2018 het jaar waarin het begrip ‘fakenews’ nadrukkelijk in de belangstelling bleef staan. Na alle commotie over deze merkwaardige vondst (die vooral lijkt bedoeld om onwelgevallig nieuws verdacht te maken) staat inmiddels wel vast dat het in Nederland met desinformatie vooralsnog nogal mee valt. De simpele verklaring zou kunnen zijn dat ons land te klein is om daar met allerlei acties invloed te willen uitoefenen op bijvoorbeeld verkiezingen. Er is overigens alle aanleiding om waakzaam te blijven op dit terrein. Desinformatie heeft effect op de waardering en het vertrouwen van het publiek. Steeds vaker zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een al lang sluimerende onvrede onder een grote bevolkingsgroep; boos op bedrijven, boos op de politiek, boos op wetsdragers, boos op buitenlanders, boos op media. Het is in zekere mate geruststellend dat daar waar die boosheid zich op ‘mainstream’ media richt, dit in elk geval laat zien dat deze in het leven van mensen een belangrijke rol spelen. Opvallend is ook de eerder ingezette trend, waarbij de scheidslijn tussen ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalistiek scherper lijkt te worden. Ook in 2018 werden de tegenstellingen vooral zichtbaar bij grote thema’s als migratie en klimaatverandering. Maar ook kleinigheden kunnen tot scherpe journalistieke debatten leiden (die zich overigens voor een belangrijk deel voltrekken op social media).

2018 was ook het jaar waarin op allerlei plaatsen in het land de discussie over de oprichting van lokale of provinciale mediafondsen werd gevoerd. Uit zorg over de verschraling van de journalistiek in de regio, overwegen beleidsmakers op allerlei niveaus om geld beschikbaar te stellen om in de eigen gemeente of provincie journalistiek te stimuleren. Bij het afsluiten van 2018 was de stand van zaken dat er volop over wordt gediscussieerd, dat er hier en daar al feitelijk fondsen zijn opgericht, maar dat er van enige samenhang nauwelijks sprake is en van samenhangend beleid al helemaal niet.

In algemene zin is het beeld in 2018 wellicht iets veranderd: traditionele uitgevers lijken meer greep te krijgen op de digitale wereld. De trend verandert niet: print-oplages blijven dalen, lineair televisie kijken neemt af. De bereidheid echter om te betalen voor een digitaal abonnement neemt toe, omroepbedrijven zien steeds meer belangstelling voor uitgesteld kijken, leren de spelregels van social media in het algemeen en YouTube in het bijzonder beter te begrijpen en de podcast lijkt aan een opmars begonnen. En ondertussen levert het Fonds jaarlijks bijna twintig nieuwe bedrijfjes en jonge ondernemingen af, die in hoekjes van redacties, op zolderkamers en in bedrijfsverzamelgebouwen grondstof leveren voor een digitale toekomst van media. Ook dat laatste biedt aanleiding tot optimisme.

Het Fonds kijkt terug op een succesvol 2018. Naast de nieuwe regelingen stonden de nieuwe vormen van onze innovatieprogramma’s centraal. De Challenge maakte plaats voor de Denktank, de innovatieregeling kreeg een totaal andere invulling met de Accelerator. De Denktank werd aan het eind van 2018 gepresenteerd en moet in 2019 aantonen dat ze een belangrijke factor wordt in het debat en het nadenken over de media van de toekomst. Zowel de leden van de Denktank als de projecten uit de Accelerator presenteerden zich tijdens ons congres ‘Media van Morgen’ in Amsterdam. Waar we in 2017 met 400 bezoekers spraken van het best bezochte congres in de geschiedenis van het Fonds werd dit aantal in 2018 met zo’n 150 bezoekers overtroffen. De oprichter van Bellingcat en de directeur van het Amerikaanse Nieman Lab maakten indruk als keynote sprekers. Er was interessante randprogrammering, er waren mooie debatten, maar bovenal werd tijdens het congres opnieuw bewezen dat we langs deze weg startups in contact kunnen brengen met mediapartijen en potentiele financiers.

Opvallend was in 2018 dat een ongewoon groot aantal deelnemers in de Accelerator al ‘tijdens de race’ mediapartners of launching customers wisten te vinden. Dat kan betekenen dat we zó veel druk zetten op de deelnemers om potentiële klanten te vinden, dat ze die ook al meteen aan zich weten te binden. Het kan ook betekenen, dat mediapartijen steeds meer inzien dat ze baat kunnen hebben bij het inschakelen van of samenwerken met startups met nieuwe, frisse
ideeën en oplossingen.

Het Fonds zal in 2019 de resultaten van onderzoek naar de nieuws-ecosystemen van de vier grote steden presenteren. Een deel van het onderzoek en de analyses zijn uitgevoerd in 2018. Eerder al werden deelonderzoeken gepresenteerd naar de nieuws ecosystemen in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. De presentatie begin 2019 laat al het voorgaande onderzoek naar aanbod en gebruik, in ‘en buiten de grote steden, in alle samenhang zien. Een deel van de onderzoeksagenda betrof de ‘Stand van de Nieuwsmedia’. In samenwerking met de oud-lector van de HU, Piet Bakker, verzamelen en analyseren we cijfers over media; kijkcijfers, oplages, kosten etc. We publiceren die cijfers op de site van het Fonds, niet alleen om een aantal kerncijfers rond journalistiek opvallend en in samenhang te laten zien. Om daarvoor extra aandacht extra te genereren, kiest het Fonds al een aantal jaren voor de vorm van een nieuwsquiz, ‘de Slimste Journalist van Nederland’. Een andere belangrijke activiteit was de monitoring van ‘onze’ regionale samenwerkingsverbanden in Twente, Limburg, Brabant en Zuid-Holland. Met enige trots constateren we, dat de vier projecten nog springlevend zijn. Het eerste (Twente) wordt zelfs in 2019 afgerond. Het blijft lastig om effectiviteit en impact van deze samenwerkingsvormen te meten. Dat blijft een aandachtspunt.