logoJaarverslag 2017

Het jaar 2017 is een jaar dat op gebied van media vooral werd gedomineerd door de strijd om de overname van TMG. Bovendien een jaar waarin de uitgangspunten van journalistiek nadrukkelijk aan de orde kwamen en op de proef zijn gesteld. Een jaar tenslotte waarin op basis van de verkiezingen voor de Tweede Kamer en na een record periode van formeren een nieuw kabinet werd samengesteld dat al snel blijk gaf van zorg over en interesse in media, getuige het voorstel om structureel geld beschikbaar te stellen (€ 5 miljoen per jaar) voor onderzoeksjournalistiek.

Zoals inmiddels bekend wist het Vlaamse Mediahuis TMG over te nemen, waarmee het overgrote deel van de in Nederland verschijnende dag- en huis aan huis-bladen in handen zijn gekomen van Vlaamse uitgevers. Het is en blijft opmerkelijk dat er niet of nauwelijks is gereageerd – noch binnen de sector, noch binnen de politiek – op het feit dat alle dagbladtitels (met uitzondering van de NDP en de kleine BDU) de facto in buitenlandse handen zijn gevallen. De snelheid en het schijnbare gemak waarmee zo’n 90% van al die dagbladtitels van eigenaar zijn gewisseld, blijven opvallend.

Het jaar 2017 zal de geschiedenis ingaan als een jaar waarin de journalistiek noodgedwongen aan een merkwaardige strijd is begonnen. De term ‘nepnieuws’ heeft niet alleen in negatieve zin iets betekend voor de waardering en het vertrouwen van het publiek, maar lijkt ook binnen de journalistiek zelf tot strijd te hebben geleid. Het is alsof er plotseling weer in alle hevigheid wordt gesproken over ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalistiek. Daarbij worden de scheidslijnen bepaald door grote thema’s als migratie en klimaatverandering. Maar met vergelijkbare verbetenheid worden de degens gekruist als het gaat om kleinigheden.

Steeds vaker zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een al lang sluimerende onvrede onder een grote bevolkingsgroep; boos op bedrijven, boos op de politiek, boos op wetsdragers, boos op buitenlanders, boos op media. Een foeterende president Trump en naargeestige discussies over Zwarte Piet lijken eerder symptomen dan op zichzelf staande fenomenen. Waar de journalistiek al langere tijd was uitgedaagd om zijn economische bestaansrecht aan te tonen, ligt er nu een taak om het metier ook inhoudelijk op een hoger plan te krijgen.

In algemene zin is het beeld in 2017 niet veranderd. Uitgevers blijven last houden van terug lopende advertentieomzetten, oplagecijfers zijn lastig te volgen door gecompliceerde combinaties tussen print en online, maar zeker is dat die in print – waar nog het meeste geld wordt verdiend – nog altijd terug lopen, hooguit, zeker bij een aantal landelijke dagbladen, iets zijn afgevlakt. Er zijn nog geen opvallende doorbraken op het terrein van digitale verdienmodellen. Dat er over het algemeen nog hele behoorlijke rendementen worden behaald met dagbladen, heeft alles te maken met schaalvergrotingen en reorganisaties. Dat betekent dat ook de trend dat de regio in toenemende mate journalistiek verschraalt niet is gekeerd. Lichtpuntjes zijn onder meer de door het Stimuleringsfonds geïnitieerde vormen van regionale samenwerking. Op vier plaatsen in het land wordt, in uiteenlopende samenstellingen – samengewerkt op het gebied van regionale journalistiek. De resultaten (en impact) van die samenwerking worden door het fonds gevolgd en geanalyseerd.

Op het gebied van lokale en publieke omroep hebben zich in 2017 geen opvallende nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. De verandering lijkt eerder te komen van de vele tientallen nieuwe mediabedrijfjes en -ondernemers die in hoekjes van redacties, op zolderkamers en in bedrijfsverzamelgebouwen grondstof leveren voor een digitale toekomst van media. Het Fonds speelt daarbij in veel gevallen een belangrijke rol. Met name programma’s op gebied van innovatie krijgen, door een andere manier van organiseren, steeds meer weerklank en effect.Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek kijkt ook al om die reden terug op een succesvol jaar. Een spannend jaar ook. Op basis van de opgedane ervaringen in de jaren ervoor, werden de regelingen rond innovatie en Challenge in 2017 voor het eerst op een andere wijze uitgevoerd. Voor de innovatieregeling betekende dit, dat we geselecteerde teams helpen om een project ‘bouwklaar’ te krijgen. Waar we in voorgaande jaren subsidie gaven om een project af te ronden, stuurden we in 2017 op projecten die tezelfdertijd een fase moeten bereiken die hen in staat stelden om zichzelf aan een breed publiek te ‘verkopen’.

Dat laatste gebeurde tijdens het congres ‘Media van Morgen’ in De nieuwe Liefde in Amsterdam. Met zo’n 400 bezoekers, was dit het best bezochte congres in de geschiedenis van het Fonds. Er was interessante randprogrammering, er waren mooie debatten, maar er was vooral een manier gevonden om startups in contact te brengen met mediapartijen en potentiele financiers. Twintig startups hebben zich gepresenteerd, op de dag zelf werden 32 ‘matches’ gemaakt. Dat er belangstelling was voor deze nieuwe aanpak, bleek onder meer uit het record aantal aanvragen (144).

Voor wat The Challenge betreft werd voor de eerste keer een Summerschool ingericht. Anders dan in voorgaande jaren werden niet tien wekelijkse workshops ingericht (waarin ook telkens van projecten afscheid werd genomen) maar werd het programma samen gebald in een vijfdaagse bijeenkomst in een sober ingericht vakantiekamp. De deelnemers waren zeer enthousiast, getuige hun evaluaties en het filmverslag dat van de bijeenkomst is gemaakt. Het aantal aanvragen viel tegen, wat opnieuw heeft duidelijk gemaakt dat er extra inspanningen moeten worden gedaan om jonge mensen ertoe te bewegen zich op te geven voor het programma.

Het Fonds hoopt in 2018 de resultaten van onderzoek naar de nieuws ecosystemen van de vier grote steden te kunnen presenteren. In 2017 werden, tijdens goed bezocht bijeenkomsten, telkens op locatie de afzonderlijke resultaten van het onderzoek naar resp. Amsterdam, Den Haag en Rotterdam gepresenteerd. Eind 2016 al was Utrecht gepresenteerd. Het eindrapport biedt de resultaten in hun samenhang en de vergelijking met ‘de regio’.

Het Fonds presenteerde – net als een jaar eerder – de ‘Stand van de Nieuwsmedia’ aan het eind van het jaar. Die presentatie is niet alleen bedoeld om een aantal kerncijfers rond journalistiek opvallend en in samenhang te laten zien, maar zeker ook om aandacht te vragen voor de stand van zaken in het veld. Op basis van het grote succes in 2016 was opnieuw gekozen voor de vorm van een quiz ‘ de Slimste Journalist van Nederland’.

Een andere belangrijke activiteit was de monitoring van ‘onze’ regionale samenwerkingsverbanden in Twente, Limburg, Brabant en Zuid-Holland. Het Fonds heeft een projectmanager aangesteld (1 dag in de week) die de centra volgt, voorziet van raad en daad, rapporteert aan het Fonds en mee denkt over een methodiek om de effectiviteit en impact van deze samenwerking te kunnen meten.

Als altijd, probeert het Fonds ook in te spelen op de actualiteit. In het voorjaar werd in samenwerking met iMMovator een bijeenkomst georganiseerd rond ‘nep-journalistiek’ en in september was er een vervolgbijeenkomst over het thema Vlaanderen-Nederland, dit keer in Brussel. Laatstgenoemde bijeenkomst heeft veel teweeg gebracht in Vlaanderen, tot vragen in het Vlaamse parlement.

Zo kunnen we ook over 2017 vaststellen, dat het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek met beperkte middelen erin slaagt om van betekenis te zijn voor de ontwikkelingen binnen de journalistiek. Juist nu de eerste schrik van de veranderingen in het medialandschap is verwerkt, is er in toenemende mate thermiek voor initiatieven die ruimte geven aan vernieuwing.

Het Fonds heeft laten zien door de sector te worden beschouwd als een betrouwbare en relevante partner in de zoektocht naar nieuwe vormen van journalistiek en nieuwe verdienmodellen, nieuwe organisatievormen, de rol van social media.
Twee evaluatierapporten die in 2017 zijn verschenen, bevestigen dat beeld. In juli 2017 verscheen de evaluatie van onze innovatieregelingen, uitgevoerd door Bart Brouwers, hoogleraar aan de RUG. Hij concludeert onder meer, dat dankzij de voortdurende bijstellingen, de innovatieregelingen van het Fonds inmiddels een niveau hebben bereikt dat de moeite waard is om op bredere schaal (internationaal) bekend te maken.

De tweede evaluatie (uitgevoerd door bureau Dialogic in opdracht van het ministerie van OCW) concludeert onder meer:

Het Fonds is er in de afgelopen evaluatieperiode (2011–2016) in geslaagd om op professionele en effectieve wijze uitvoering te geven aan zijn wettelijke taken inzake subsidieverlening en onderzoek. Het is daarbij tevens gelukt om de sector meer en beter te betrekken (ook de kleine en nieuwe spelers) en zijn zichtbaarheid te vergroten. Het lukt het Fonds ook om middels de ruimte die de formele doelstelling geeft en de mogelijkheid om ‘overige taken’ uit te voeren in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in en vragen uit de sector. De aandacht voor coaching en begeleiding van startende ondernemers in de journalistiek en de signaleringsfunctie richting de politiek illustreren deze verbrede en proactieve taakinvulling in praktische zin. Meer strategisch ontwikkelt het Fonds zich van een subsidieverstrekker naar een katalysator voor innovatie. De meerwaarde van het Fonds komt ook tot uitdrukking in het gegeven dat veel van de door het Fonds gesteunde projecten geen doorgang zouden vinden zonder deze steun, en dat gesteunde projecten resulteren in spil overs en cross-sectorale samenwerking.

Het kabinet Rutte-III heeft al snel na zijn aantreden laten zien aandacht te hebben voor de media. Dat stemt vanzelfsprekend tot grote vreugde. Ook in materiële zin leverde het nieuwe kabinet boter bij de vis met de aankondiging dat er structureel 5 miljoen Euro per jaar beschikbaar komt voor onderzoeksjournalistiek. Op de valreep van 2017 werd duidelijk dat de overheid het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek wil betrekken bij de verdeling van die subsidiegelden. Bij het ter perse gaan van dit verslag waren daarover nog geen details bekend. Zeker is wel, dat het bureau van het Fonds al de nodige voorbereidingen treft om, mocht er een beroep op ons worden gedaan, zo snel mogelijk te kunnen helpen.