logoJaarverslag 2015

Het jaar 2015 lijkt binnen de mediasector vooral gekenmerkt door een vorm van – relatieve – rust. Het woord relatief is dan wel op zijn plaats en gebruikt in het perspectief van de turbulente ontwikkelingen in de voorgaande jaren. In 2015 wist een aantal (landelijke) dagbladuitgevers de oplagecijfers (soms zelfs in print) te stabiliseren ofin een enkel geval zelfs te verhogen. De publieke omroepen, zowel landelijk als regionaal, hebben vooral geworsteld met en tegen de stelselwijzigingen die het kabinet had aangekondigd, maar nog niet in de volle breedte zijn geëffectueerd. Voeg daarbij dat zich in 2015 geen ontwrichtende nieuwe spelers in de sector hebben aangediend (zoals de jaren daarvoor B1endle en de Correspondent) en je zou bijna van een rustig jaar kunnen spreken.

Dat betekent geenszins het einde van een heftige transitieperiode, daar zitten we nog middenin. De publieke omroep zal zich in meer of mindere mate op de één of andere manier moeten schikken naar de kabinetsvoornemens. Zoals het er nu uitziet zal dat een zwaar bevochten compromis zijn, maar er zál van alles gaan veranderen. Zoals ook de regionale dagbladwereld – na alle overnames en consolidatieslagen – blijvend op zoek moet naar nieuwe modellen, waar het effect van bezuinigingen op de organisatie en prijsverhogingen natuurlijke grenzen gaan naderen.

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek kende daarentegen een veelbewogen jaar. Een belangrijk moment was de presentatie van ons rapport over de nieuwsvoorziening in de regio. Een drieslag, waar het aanbod van regionaal nieuws in een groot aantal steden werd gewogen, maar ook afgezet tegen de behoeftes van gebruikers en beleidsmakers. In een volgepakte Nieuwspoort werden de resultaten van de (gebundelde) onderzoeken gepresenteerd.

Een tweede belangrijk moment vormde de publicatie van het scenario-onderzoek. Het Fonds, daarin ondersteund door Bureau Van de Bunt, presenteerde viel’ scenario’s, waarin op beredeneerde wijze een beeld wordt geschetst van de mogelijke situaties waarin de media zich in het jaar 2025 bevinden. De studie won niet alleen drie prestigieuze mondiale prijzen, maar trok ook veel aandacht in binnen- en buitenland. De scenario’s zijn (en worden) gepresenteerd op congressen en bijeenkomsten in Nederland en ver daarbuiten.

Een derde belangrijk moment voor het Fonds was de presentatie van ‘de Stand van de Nieuwsmedia’ aan het eind van het jaar. Die presentatie is niet alleen bedoeld om een aantal kerncijfers rond journalistiek opvallend en in samenhang te laten zien, maar zeker ook om aandacht te vragen voor de stand van zaken in het veld. Daarbij wordt het beeld steeds scherper dat landelijk opererende mediabedrijven zich redelijk tot goed weten te h,andhaven en de druk in de regio steeds meel’ toeneemt.

Uiteraard leverden de innovatieve programma’s van het fonds ook in 2015 weel’ projecten op van welke mag worden verwacht dat ze in positieve zin sporen gaan trekken in de mediawereld. Zowel projecten die werden gesubsidieerd op basis van de innovatie-regeling als winnaars van the Challenge. Voor het eerst werd bij de innovatieregeling de Pressure Cooker ingezet als methodiek om aanvragers ertoe te bewegen hun ideeën beter te doordenken. Wat past in de algehele strategie van het fonds, zijnde de overtuiging dat het toekennen van subsidie alleen niet genoeg is om – met name jonge – bedrijven een eerlijke kans te geven.

Een andere belangrijke activiteit was het voorbereiden van een regeling, waarbinnen regionale partijen op basis van samenwerking nieuwe wegen kunnen gaan verkennen. Een eerste pilot is eind 2015 gekozen; deze pilot is richtinggevend voor de vraag of het de moeite waard is om nog drie van deze centra voor regionale samenwerking op te richten.

Zo kunnen we ook over 2015 vaststellen, dat het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek met beperkte middelen in slaagt om meer dan relevant te zijn voor ontwikkelingen in de journalistiek. Onze meerjarenbegroting laat zien, dat daarbij over enkele jaren een natuurlijke grens wordt bereikt. De materiële vertaling van de ambities van het Fonds overstijgen de jaarlijkse dotatie van het ministerie van OCW. Nu is dat nog op te vangen uit reserves, over een paar jaar is dat op. De vraag aan ‘de politiek’ is dan, of die ons werk belangrijk genoeg vindt om het jaarlijkse budget te verhogen, óf meent dat het fonds zijn ambities naar beneden dient bij te stellen.

Vast staat, dat de storm die is opgestoken binnen de wereld van de journalistiek nog lang niet is gaan liggen. Intensivering van de zoektocht ligt meer voor de hand dan consolidatie. Het goede nieuws is dat het besef dat er ‘iets’ moet gebeuren sterker is dan ooit. Het slechte nieuws is dat de meeste partijen echter pas laat in beweging zijn gekomen en nu dikwijls vanuit een achterstand positie aan de slag zijn gegaan. En als je op achterstand staat is het fijn om hulp te krijgen. Die bieden we graag.