Nieuws

Vallen en weer opstaan bij de Accelerator Light: ‘We hebben drie stappen terug moeten zetten om vooruit te komen’

Nieuws | Innovatie

Niet verliefd worden op je idee en al je onbewuste aannames toetsen: dat zijn misschien wel de belangrijkste adviezen voor iedereen die een innovatief project van de grond wil krijgen. De deelnemers van de Accelerator Light weten na drie bijeenkomsten wat hun valkuilen zijn.

‘Don’t stop me now!’ klinkt Queen uit de speakers via Teams. Omdat de laatste bijeenkomst van de Accelerator Light vanwege de coronamaatregelen online moet plaatsvinden, heeft SVDJ-projectleider Willemijn Dekker een afspeellijst met opbeurende nummers gemaakt. Maar ook online lijkt geen van de deelnemers aan de accelerator aan stoppen te denken.

Aan het programma doet een diverse groep mensen mee: van individuele studenten tot teams die niet afkomstig zijn uit de traditionele journalistiek. Een volwaardig draaiende startup hebben de meeste deelnemers nog niet. Dat hoeft ook niet, want het programma van de Accelerator Light is juist bedoeld om in drie bijeenkomsten op een laagdrempelige manier kennis te maken met innovatie. Wel hebben ze allemaal een innovatief journalistiek idee. De afgelopen twee maanden hebben ze zich beziggehouden met het uitwerken daarvan, prototypes bouwen en het testen van hun ideeën.

Op die laatste stap ligt vandaag de nadruk: welke aannames hebben de teams? Klopt wat zij denken over hun doelgroep wel? Mentor Devid Illievski vindt het belangrijk om aan die vraag extra aandacht te besteden, vertelt hij aan het begin van de bijeenkomst. ‘Ik zie dat vaak fout gaan bij innovatieprojecten. Er wordt een kanon opgetuigd, maar op het moment dat het lontje afgestoken moet worden, werkt het niet, omdat er geen geïnteresseerd publiek blijkt te zijn. Je moet goed weten wie je doelgroep is: zijn dat nieuwsconsumenten, of journalisten die zelf met een tool aan de slag moeten gaan?’

13 januari 2022
1122 woorden 5 min. lezen
microsoftteams-image-13
microsoftteams-image-15

In gesprek gaan

Deelnemer Mark de Lange van contentbureau Beklijf begrijpt het belang van de vraag die Illievski stelt. Bij de Accelerator werkte De Lange met zijn team aan een ‘doelgroepbehoeftenmodel’, vertelt hij later aan de telefoon. Hoewel zijn contentbureau geen journalistiek medium is, maakt het wel veel gebruik van journalistieke technieken in de verhalen die het voor klanten maakt. ‘Wij wilden de behoefte van de mensen die onze content uiteindelijk te zien krijgen centraal stellen. Wat willen die weten? Willen ze op de hoogte gehouden worden, weten hoe iets werkt of juist verrast worden? Om daar achter te komen willen we met hen in gesprek gaan, en zo begrijpen aan welke informatie zij het meest behoefte hebben.’

Maar ook bij Beklijf moesten de afgelopen weken eerst een paar ideeën worden bijgesteld. Zo bleken de beoogde gebruikers van hun product een andere groep dan ze eerst voor ogen hadden. ‘Aan het begin dachten we dat we echt een tool gingen maken voor de eindgebruiker, onze kijker of lezer dus. Maar door gesprekken met de mentoren kwamen we erachter dat we eigenlijk toch iets ontwerpen dat bedoeld is voor de contentmaker of de nieuwsredactie. Dat was anders dan we eerst voor ogen hadden. We hebben gemerkt dat je drie stappen terug moet zetten om vooruit te komen.’

Checklist

Steeds weer terugkeren naar wie je doelgroep is en wat je aannames daarover zijn, is een belangrijk onderdeel van de Accelerator, licht projectleider Dekker toe. ‘We proberen de deelnemers bij te brengen dat innovatie een iteratief proces is, waarbij je elke keer op basis van voortschrijdend inzicht weer verder gaat. Maar dat proces kan soms ook best pijnlijk zijn. Het kan lastig zijn om erachter te komen dat iets eigenlijk helemaal niet werkt. Vaak manoeuvreer je daar dan maar een beetje om heen, terwijl dat ervoor zorgt dat je doel weer verder weg komt te liggen.’

Ook deelnemer Aimée Kniese – net afgestudeerd aan de School voor Journalistiek op het onderwerp toegankelijkheid van media voor mensen met een beperking – begon met een ‘vaag idee’, maar dat groeide in drie zaterdagen toch uit naar een heel concreet plan. ‘Ik wilde journalisten helpen om hun werk toegankelijker te maken voor mensen met een beperking, maar wist nog niet hoe. Uiteindelijk is het een checklist geworden die journalisten naast hun werk kunnen houden. Er staan bijvoorbeeld punten op over het gebruik van begrijpelijke taal, maar ook over het gebruik van hashtags. Voor iemand die blind of slechtziend is kunnen die best irritant zijn.’

Soms lijken het probleem en de oplossing al helemaal duidelijk. Maar ook dan moeten teams vaak terug naar de tekentafel, weet Cyril Snijders, mentor bij de Accelerator. ‘Een team dat ik tijdens de Accelerator coachte had al een website gemaakt. Maar hoe vinden mensen die? Ook tegen hen heb ik gezegd: ga interviews doen, kijk naar soortgelijke projecten die er al zijn. Het is mijn taak om ze dan los te wrikken uit hun idee en terug te halen naar het moment dat er nog niks bestond.’

Netwerk

Tijdens de laatste bijeenkomst moeten de deelnemers nog één keer aan de slag: wat zijn de meest riskante aannames die ze doen en hoe test je vervolgens op een zo klein mogelijke manier of die kloppen? De bedachte experimenten pitchen ze vervolgens aan de groep.

Bedrijfskundestudent Laurens van den Berg heeft de opdracht goed begrepen. Hij wil teksten voor laaggeletterden versimpelen met behulp van kunstmatige intelligentie. ‘Maar daarvoor moet ik weten of die groep wel zit te wachten op die teksten. Een heel technisch programma bouwen is duur, daarom gaan we eerst twee weken lang één artikel per dag handmatig aanpassen, voor een testgroep van vijftien geïnteresseerde laaggeletterden.’ Het idee slaat aan bij de jury: Van den Berg wint een klein budget om zijn experiment daadwerkelijk uit te voeren.

‘Dat ik me nu richt op kunstmatige intelligentie heb ik te danken aan het netwerk van de Accelerator, anders zou het er nu heel anders uitzien,’ vertelt Van den Berg later aan de telefoon. ‘Ik twijfelde eerst of ik zelf begrijpelijke teksten wilde produceren of bestaande teksten wilde versimpelen. Tijdens de eerste bijeenkomst bleek dat Daniëlle Arets, een van de mentoren, met de Fontys Hogeschool al gestart was met een project dat de Taalversterker heet, waar teksten met behulp van technologie worden vereenvoudigd. Daar heb ik me nu bij aangesloten: vorige week hebben we koffie gedronken en gepraat over onze volgende stappen. We gaan ons nu ook aanmelden voor de reguliere Accelerator.’

 

Foto’s: Deelnemers van de Accelerator Light tijdens een bijeenkomst in de Social Impact Factory, door Willemijn Dekker