Hoe kan publiek-private samenwerking lokale journalistiek versterken, en wat staat zulke samenwerking momenteel nog in de weg? In opdracht van het ministerie van OCW onderzocht het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek tussen 2024 en 2025 zeven lokale samenwerkingscasussen tussen publieke en private mediaorganisaties in de Pilot publiek-private samenwerking. De pilot brengt in kaart onder welke voorwaarden samenwerking journalistiek en organisatorisch werkt, welke knelpunten de huidige Mediawet oplevert en welke mogelijkheden er zijn voor de toekomst. Op deze pagina vind je de belangrijkste onderzoeksresultaten, inzichten uit de praktijk en praktische hulpmiddelen voor organisaties die zelf een publiek-private samenwerking willen opzetten.
Over de pilot
Met de naderende stelselwijziging in 2028 en de investeringen van de overheid in lokale publieke media, groeit de wens bij publieke en private media om de handen ineen te slaan. Maar er leeft veel onduidelijkheid bij lokale journalistieke organisaties over wat wel en niet mag binnen de Mediawet. Dit staat samenwerkingsplannen vaak in de weg. Voor de Pilot publiek-private samenwerking in opdracht van het Ministerie van OCW heeft het Stimuleringsfonds vier nieuwe lokale samenwerkingstrajecten van dichtbij gevolgd en drie bestaande samenwerkingen onderzocht.
Dit om een antwoord te geven op de volgende vraag:
Onder welke voorwaarden kan publiek-private samenwerking journalistiek en organisatorisch werken, en waar liggen knelpunten en mogelijkheden voor publiek-private samenwerking in de Mediawet?
Voor deze pilot heeft het Stimuleringsfonds opdracht gegeven aan onderzoeker en coach Jesse Beentjes. Tussen 2024 en 2025 onderzocht en begeleidde hij vier nieuwe lokale samenwerkingstrajecten. Daarnaast analyseerde hij drie al bestaande publiek-private samenwerkingen. Bij de analyse van in totaal zeven casussen lette Beentjes op de aanleiding en aard van de samenwerking, het procesverloop, juridische en organisatorische knelpunten en de uiteindelijke uitkomst van het traject. Tot slot overlegde hij op casusniveau met het Commissariaat voor de Media.
De pilot levert duidelijke handvatten op voor publiek-private samenwerking met een organisatorische en journalistieke meerwaarde. Daarnaast zijn in het pilotonderzoek juridische knelpunten binnen de huidige Mediawet in kaart gebracht.
Deelnemende organisaties
In opdracht van het SVDJ zijn er in de periode van 2024 tot 2025 in totaal zeven lokale publiek-private samenwerkingstrajecten gevolgd. Daarvan zijn er vier samenwerkingsverbanden voor de pilot nieuw opgezet. Daarnaast zijn er drie bestaande samenwerkingen onderzocht. Niet alle samenwerkingstrajecten zijn doorgegaan na afloop van de pilot.
Nieuwe samenwerkingen
- Enter Media (GooiseMerenNieuws) en GooiTV
- GrootMedia en Omrop Súdwest / Omroep Heerenveen
- Eilanden-Nieuws en Omroep Archipel
- Rodi Media en RTV Purmerend
Bestaande samenwerkingen
- Regio8 en Achterhoek Nieuws
- Vers Beton en OPEN Rotterdam
- Nu.nl en AT5
Redenen om publiek-privaat samen te werken
Lokale publieke omroepen en private nieuwsmedia hebben de wens om samen te werken. De afgelopen jaren melden steeds meer partijen zich bij het SVDJ met de vraag hoe ze dit kunnen doen. Hun wens komt niet zelden voort uit een gedeelde realiteit: de lokale journalistiek kampt met teruglopende middelen, veranderende publieksbehoeften en een tekort aan journalisten. De Regeling Professionalisering Lokale Publieke Omroepen en de naderende stelselwijziging geven omroepen de mogelijkheid te investeren in personeel en professionalisering. Aan de andere kant vragen private lokale uitgevers zich af hoe zij zich staande kunnen houden, wanneer publieke omroepen wel journalisten kunnen betalen door toegang tot subsidies en adverteerders. Publiek-private samenwerking wordt gezien als een mogelijke oplossing voor deze gedeelde uitdagingen.
Op veel plekken in het land ontstaat hierdoor een prikkel om de handen ineen te slaan. Daarbij kunnen publieke en private media elkaar versterken. Private nieuwsmedia hebben een sterkere merkherkenning in de regio, een betrokken lezerspubliek en jarenlang opgebouwde kennis van schrijvende journalistiek. Publieke omroepen beschikken op hun beurt over een groot vrijwilligersnetwerk, bijvoorbeeld bij verenigingen en dorpshuizen, wat helpt om op de hoogte te blijven van de maatschappelijke thema’s die lokaal leven. Ook kunnen zij met audio en video een hele andere vorm leveren en veel bereik genereren.
Hoewel partijen dus wel willen samenwerken, heerst er angst dat het niet mag binnen de Mediawet en specifiek: het bijbehorende dienstbaarheidsverbod. Dat stelt immers dat publieke omroepen niet dienstbaar mogen zijn aan de winst van derden. De juridische onduidelijkheid staat de uitvoering van samenwerkingsplannen vaak in de weg.

Als publiek-private samenwerking wel doorgang vindt, is de potentie groot: partijen kunnen inhoudelijk sterker staan en verschillende publieksgroepen bedienen. Onderzoeker en begeleider Beentjes licht toe: ‘Het is best logisch om daarin samen op te trekken. Maar het ontbreekt vaak aan praktische kennis over hoe je dat dan kunt doen. Het is jammer dat daardoor bepaalde creativiteit misschien al in de kiem gesmoord wordt.’ Daarnaast kost het opzetten van een samenwerking nu eenmaal tijd, personeelsuren en geld. En die zijn er vaak niet genoeg.
‘Die hele harde concurrentie tussen privaat en publiek speelt in een paar gemeenten, maar op heel veel plekken ook niet. Veel organisaties op lokaal niveau kennen elkaar goed en weten elkaar te vinden.’
Zijn publieke omroepen en private uitgevers en nieuwsmedia daarbij niet vooral elkaars concurrenten? Dit beeld stelt Beentjes graag bij: ‘Die hele harde concurrentie tussen privaat en publiek speelt in een paar gemeenten, maar op heel veel plekken ook niet. De realiteit is dat veel organisaties op lokaal niveau elkaar goed kennen en weten te vinden.’
Vijf principes voor waardevolle publiek-private samenwerking
Uit de analyse van in totaal zeven samenwerkingstrajecten blijkt: publiek-privaat samenwerken is mogelijk. Maar er zijn wel een paar randvoorwaarden nodig om te zorgen dat de samenwerking voor beide partijen journalistieke en organisatorische meerwaarde oplevert. Uit de pilot komen vijf principes voor publiek-private samenwerking naar voren:
Beide organisaties moeten het willen én kunnen
Het startpunt van succesvolle samenwerking is dat beide partijen het graag willen en intrinsiek gemotiveerd zijn. Vervolgens is het belangrijk om er ook organisatorisch klaar voor te zijn, voordat een externe partij wordt aangehaakt. Het is essentieel dat de twee organisaties professioneel aan elkaar gewaagd zijn, zodat ze gelijkwaardig kunnen samenwerken.
Intrinsieke motivatie is zo belangrijk, omdat een samenwerking niet werkt als noodgreep om de begroting te dichten of wanneer die voortkomt uit de wens ‘mee te liften’ op een andere partij, aldus Beentjes: ‘Je moet wel kunnen uitgaan van de goede beweegredenen van de ander en andersom.’
Een veelvoorkomende valkuil volgens Beentjes, is dat een organisatie de zaken intern niet op orde heeft, zoals een redactie die onderbezet is. Daarnaast kan de werkwijze van organisaties te ver uit elkaar liggen: ‘Bijvoorbeeld als je vooral met freelancers werkt die een heel groot gebied verslaan. Of: dat er heel veel geproduceerd moet worden met strakke deadlines. Dan kan je je afvragen: is er eigenlijk wel tijd om op een andere manier te werken? Dat is een inschatting die je moet maken.’
Vertrek vanuit journalistieke inhoud
De meest voorkomende fout bij publiek-privaat samenwerken is te snel gaan. Neem daarom genoeg aanlooptijd voor de kennismaking en relatieopbouw met de samenwerkingspartner. Volgens de inzichten uit de pilot is een periode van één tot vier maanden ideaal. Dat is voldoende tijd om meerdere gesprekken te voeren en te experimenteren met samenwerken, voordat beide partijen de samenwerking formaliseren in een overeenkomst.
Kijk in deze fase goed naar de onderlinge drijfveren, verschillen én raakvlakken als organisaties. Wees daarbij open over de eigen verwachtingen en voorwaarden. Als het geen match is, kom je daar liever nu achter dan later in het proces.
Een ander onmisbaar onderdeel van de kennismaking is: wat voor aannames doe je misschien van de ander? Pilotonderzoeker Beentjes licht toe: ‘Die aannames moeten echt benoemd worden om goed samen te kunnen werken. Als je blijft denken dat de ander geen kwaliteit levert of op jouw subsidie uit is, dan is dat onoverbrugbaar. Dan is het vertrouwen er niet.’
Neem genoeg aanlooptijd
De meest voorkomende fout bij publiek-privaat samenwerken is te snel gaan. Neem daarom genoeg aanlooptijd voor de kennismaking en relatieopbouw met de samenwerkingspartner. Volgens de inzichten uit de pilot is een periode van één tot vier maanden ideaal. Dat is voldoende tijd om meerdere gesprekken te voeren en te experimenteren met samenwerken, voordat beide partijen de samenwerking formaliseren in een overeenkomst.
Kijk in deze fase goed naar de onderlinge drijfveren, verschillen én raakvlakken als organisaties. Wees daarbij open over de eigen verwachtingen en voorwaarden. Als het geen match is, kom je daar liever nu achter dan later in het proces.
Een ander onmisbaar onderdeel van de kennismaking is: wat voor aannames doe je misschien van de ander? Pilotonderzoeker Beentjes licht toe: ‘Die aannames moeten echt benoemd worden om goed samen te kunnen werken. Als je blijft denken dat de ander geen kwaliteit levert of op jouw subsidie uit is, dan is dat onoverbrugbaar. Dan is het vertrouwen er niet.’
Houd het klein en concreet
Als je wilt starten met samenwerken, is het gunstig om te beginnen met een kleinschalige overeenkomst van bijvoorbeeld twee maanden. Zo kun je het partnerschap in de praktijk toetsen en waar nodig bijstellen, zonder het al vast te leggen in een langdurige overeenkomst.
Onderzoeker Beentjes noemt een paar voorbeelden van zaken die je in zo’n overeenkomst kunt vastleggen: ‘Stel dat ergens groot nieuws in zit, is het dan van jullie gezamenlijk? Misschien wil één van de twee er eerder mee de boer op, wat doe je daarmee?’ Naast verschillen in tempo, wijst hij op mogelijke verschillen in stijl en doelgroepbenadering.
Ook voor de uiteindelijke samenwerking geldt: houd het zo klein en concreet mogelijk. Een doelgericht project is vaak leuker en effectiever dan een te algemene samenwerking, legt de begeleider uit. ‘Zorg dat je iets vindt waar je allebei invested in bent en met een concreet doel. ’ Beentjes noemt dit ‘structureel incidenteel samenwerken’: concrete projecten die elkaar kunnen opvolgen, waar je elke keer een stukje wijzer van wordt.
Zorg voor een kartrekker
Een laatste randvoorwaarde voor een vruchtbare samenwerking: wijs een kartrekker aan die de processen bewaakt, afspraken vastlegt en contact met beide partijen onderhoudt. Veel samenwerkingen worden ad hoc opgestart en verwateren zonder langetermijnvisie snel . Ad hoc werken past in de journalistieke werkcultuur, maar het maakt samenwerkingen kwetsbaar.
Een coördinator kan tussentijdse evaluaties begeleiden en waar nodig een mediator zijn. Ook kan een tussenpersoon helpen om de culturele en organisatorische verschillen tussen publieke en private organisaties die er nu eenmaal zijn te overbruggen.
Beentjes legt uit: ‘Zelf nemen partijen vaak niet de tijd om te evalueren. Maar als je dat wel doet, voorkom je dat je te lang blijft investeren in iets dat niet werkt.’ Als begeleidend onderzoeker nam hij waar nodig de rol van mediator op zich. ‘Het kon helpen als ik de zorgen van een ander uitsprak, dan haal je de emotie eruit.’

Op Goeree-Overflakkee werken publiek en privaat samen: ‘We laten niks in het midden’
De krant Eilanden-Nieuws en streekomroep Omroep Archipel trekken samen op bij het verslaan van nieuws op Goeree-Overflakkee. Hun belangrijkste wapenfeit: een gezamenlijk opiniepanel. Hoe verloopt dit publiek-private experiment?
Mogelijkheden voor samenwerken binnen de Mediawet
Veel publiek-private samenwerkingen zien nooit het licht omdat de betrokken partijen zich zorgen maken over het dienstbaarheidsverbod binnen de Mediawet. Daarnaast is het onduidelijk voor organisaties of samenwerkingen onder de publieke hoofdtaak vallen of gelden als nevenactiviteit. In het geval van een nevenactiviteit hoort die niet alleen kortlopend te zijn, maar is het project ook onderhevig aan strengere regels.
Om het zekere voor het onzekere te nemen, kiezen veel partijen ervoor hun samenwerking als nevenactiviteit aan te merken. Dit staat een mogelijke samenwerking op de lange termijn in de weg. Bovendien creëert dit nieuwe onduidelijkheden: zo is een nevenactiviteit verplicht om marktconforme tarieven te hanteren en moet deze ten minste kostendekkend zijn. Hierdoor moet de samenwerking dus marktconform ‘ingeprijsd’ worden, maar: wat kost het maken van een video een omroep, en de inzet van uren van redacteuren over en weer? In een enkel geval kunnen samenwerkingen een aparte stichting optuigen als tussenpersoon. Dit kan juridisch helpen, maar is organisatorisch erg zwaar.
‘Om het zekere voor het onzekere te nemen, kiezen veel partijen ervoor hun samenwerking als nevenactiviteit aan te merken. Dit staat een mogelijke samenwerking op de lange termijn in de weg.’
Omdat handhaving altijd achteraf gebeurt, adviseert begeleider en onderzoeker Beentjes om het Commissariaat voor de Media in een vroeg stadium bij de samenwerkingsplannen te betrekken: ‘Wees daar transparant in. Als je het niet durft en er al een beetje buikpijn van krijgt, moet je er misschien niet aan beginnen. Het Commissariaat zal niet zeggen: dit mag en je bent sowieso veilig. Wel kunnen ze je adviseren om nog eens aandacht aan bepaalde punten te besteden.’
Voorbeeld samenwerkingsovereenkomst
Heb je plannen om lokaal publiek-privaat samen te werken en wil je een samenwerkingsovereenkomst opstellen? Gebruik deze voorbeeld-samenwerkingsovereenkomst als hulpmiddel.
Disclaimer: dit hulpmiddel is uitsluitend bedoeld ter ondersteuning en geeft geen juridisch advies. Voor juridische beoordeling en goedkeuring dienen organisaties zich te wenden tot het Commissariaat voor de Media.
Downloads
Meer weten over publiek-private samenwerking?
Meer weten over juridische mogelijkheden voor publiek-private samenwerking? Het Commissariaat voor de Media geeft op de pagina Publiek-private samenwerking op hun website omroepen en hun samenwerkingspartners inzicht in de kaders waarbinnen samenwerkingen kunnen plaatsvinden en beantwoorden ze een aantal veel gestelde vragen.
