Meer bereik via digitale kanalen: dit was De Stand van de Nieuwsmedia in 2017

vuurwerk

Hoe staat de journalistiek ervoor? In de loop van 2017 werden er allerlei cijfers en onderzoeken gepubliceerd. Wij zetten de belangrijkste ontwikkelingen op een rijtje.

On demand televisie kijken en radio luisteren wordt steeds populairder

De afgelopen zeven jaar gingen Nederlanders steeds minder lineair televisiekijken, een trend die zich in 2016 voortzet. De daling is het grootst bij kijkers onder de 34 jaar, mensen tussen de 13 en 19 jaar gingen zelfs 19 procent minder lineair televisie kijken. Dat betekent echter niet dat Nederlanders minder interesse hebben in bewegende beelden. Het zogenaamde ‘on demand’ kijken neemt juist toe. Mensen kiezen er steeds vaker voor gebruik te maken van video on demand services zoals NPO Start, of online platforms zoals YouTube en Dumpert. Dit doen kijkers met name via hun laptops en tablets.

Bron: SKO Jaarrapport TV 2016

Ook op het gebied van audio en radio gebeurt er een hoop. Zo is er een groeiend aanbod aan digitale podcasts en neemt de populariteit van webradiozenders en streamingsdiensten zoals Spotify toe. Deze veranderingen hebben echter weinig invloed op de luistercijfers van de nieuwsradiozenders. Radio 1 en BNR blijven stabiel. Dit geldt zowel voor de marktaandelen van beide zenders als voor de absolute luistertijd.

Informatieve programma’s online populair

Het best bekeken online televisieprogramma is Emma wil leven, een special van NPO 3 over anorexia. Ook andere programma’s van de NPO doen het goed via internet, met name informatieve programma’s zijn populair. Voor RTL ligt dat net even anders. Mensen die televisieprogramma’s van RTL online of via een uitzending gemist-platform bekijken, kiezen vaker voor entertainmentprogramma’s.

Welke programma’s werden het meeste via on demand diensten bekeken?

Tegengestelde trend bij regionale omroepen

Voor regionale omroepen ziet het beeld er een stuk anders uit dan voor nationale omroepen. Deze zenders zagen juist een stijging in het aantal mensen dat televisieprogramma’s lineair bekijkt. Ook qua kijkcijfers vallen de resultaten niet tegen. In de laatste drie jaar keek zo’n 45 procent van de Nederlanders minstens een keer per week naar een regionale omroep. Bij meer dan de helft van de zenders stegen de kijkersaantallen, bij de rest bleven deze ongeveer gelijk. Ook de verschillen tussen bepaalde regio’s zijn opvallend. Buiten de Randstad bereiken regionale omroepen een groter percentage van hun potentiële regionale publiek. L1 TV en TV Noord hebben bijvoorbeeld allebei een wekelijks bereik van 55 procent binnen hun eigen regio. Qua absolute kijkcijfers doet Omroep Brabant het het beste. Deze zender bereikt maar liefst 960.000 mensen per week.

Bron: RPO jaarverslag 2016

Naast de productie van hun televisie- en radioprogramma’s richten de regionale omroepen zich ook op de verspreiding van regionale nieuwsverhalen via internet. In 2006 werden de websites van deze zenders door nog geen 100 miljoen mensen bezocht. In 2016 is dat aantal gestegen tot 1,1 miljard.

De macht van Google en Facebook

Ondanks het stijgende aantal online bezoekers, staan de websites van de regionale omroepen niet in het lijstje met meest bezochte websites en meest gebruikte online diensten. Die lijst wordt gedomineerd door Amerikaanse tech-bedrijven, bedrijven waarvan het onduidelijk is hoe ze zich tot de journalistiek verhouden.

Welke Nederlandse nieuwssites worden het meeste bezocht?

Het marktaandeel van Google en Facebook is gigantisch. Ze bereiken mensen niet alleen via hun originele platforms, maar ook via andere websites en applicaties die ze bezitten. Denk bijvoorbeeld aan WhatsApp, de meest gebruikte berichten app van Nederland én eigendom van Facebook. Nu.nl en NOS.nl zijn de populairste Nederlandse nieuwswebsites.

Bron: Vinex NOBO top 50 september 2017

Smartphone dominant op online gebied

Online televisie kijken doen Nederlanders het liefst via hun laptops en tablets. Voor andere online activiteiten is de smartphone echter verreweg het meest gebruikte apparaat. Bovendien blijft de populariteit van de smartphone groeien. Wat opvalt, is dat sommige merken het beduidend slechter doen op mobiele devices. Zo wordt Buienradar bijvoorbeeld vaak bekeken op laptops en desktops, maar heeft de online weerdienst via de smartphone minder bereik. De grote Amerikaanse tech-bedrijven lijken geen last te hebben van dit soort verschillen. Google en Facebook scoren op ieder apparaat goed.

De gevolgen van de dominante positie van Google en Facebook zijn onder andere merkbaar op de advertentiemarkt. Vroeger haalden Nederlandse dagbladen ongeveer 60 procent van hun inkomsten uit advertentie-opbrengsten. Dat is gedaald naar 25%, en daarmee daalt ook de winst. Volgens schattingen zouden de buitenlandse tech-giganten op dit moment de helft van de Nederlandse advertentiemarkt in handen hebben. In het buitenland is het beeld niet heel anders. In de Verenigde Staten ontvangen de tech-bedrijven naar schatting 80 procent van al het advertentiegeld. De Britse krant The Guardian moest vanwege tegenvallende online advertentie-inkomsten 40 van haar 140 werknemers ontslaan. Initiatieven zoals het Nederlandse Publicism zagen onder andere in deze verschuiving een aanleiding voor hun oprichting.

Bron: NDP Nieuwsmedia, jaarverslagen 2010 tot en met 2016. *NDP Nieuwsmedia maakt pas sinds 2011 onderscheid tussen inkomsten uit digitale advertenties en inkomsten uit print advertenties.

Digitale replica’s doen het goed

De dalende advertentie-inkomsten kunnen in de krantensector deels gecompenseerd worden met de verkoop van zogenaamde replica’s; een digitale versie van de papieren krant. Tussen 2015 en 2016 steeg de digitale krantenoplage met meer dan een kwart. NRC Handelsblad en Volkskrant hebben de grootste digitale oplage. Voor hoeveel extra opbrengsten de digitale replica’s precies zorgen, is helaas niet bekend, omdat veel mensen die al een krantenabonnement hadden de digitale replica gratis ontvangen. Daarnaast is het ook onduidelijk of de digitale replica’s door deze abonnees gelezen worden.

De oplages van de papieren dagbladen dalen al jaren, sinds 2009 met gemiddeld 7 procent per jaar. Die daling zet zich in 2016 door.

Bron: OCW in cijfers. **Onder ‘overig’ vallen onder andere betaalde dagbladen die ter promotie gratis uitgedeeld worden en dagbladen die standaard gratis verspreid worden zoals Dagblad de Pers (dat niet meer bestaat).

De Telegraaf is de grote verliezer in krantenland. Vanaf het jaar 2000 verloor dit landelijke dagblad meer dan de helft van zijn abonnees. Het dalende aantal betalende lezers zorgt ervoor dat De Telegraaf sinds 2017 niet langer het grootste bereik heeft van Nederland. De koppositie werd overgenomen door AD.

De Telegraaf wordt ook expliciet genoemd in een stuk van Piet Bakker over het aantal lezers per krant-exemplaar. Bij De Telegraaf groeide het aantal lezers per exemplaar tot 2014 gestaag. Uiteindelijk werd de krant op zijn hoogtepunt door 3,4 personen per krant gelezen. Na 2014, het jaar waarin De Telegraaf overging op tabloid formaat, begon het aantal lezers per krant te dalen. Tijdens de laatste meting werd dit landelijke dagblad door gemiddeld 3 mensen per exemplaar gelezen. Andere kranten die opvallen zijn NRC en FD. Deze kranten hebben relatief weinig lezers per exemplaar. NRC.next, AD en Nederlands Dagblad worden het vaakst met andere lezers gedeeld.

Welke dagbladen hadden de hoogste oplage?

Nog maar twee opinieweekbladen

Sinds eind 2016 heeft Nederland nog maar twee opinieweekbladen; Elsevier en de Groene Amsterdammer. De Groene Amsterdammer is het enige opinieblad dat een stijgende oplage laat zien. Ruim tien jaar geleden had dit blad een oplage van 13.000. Op dit moment ligt de printoplage op ruim 20.000. De andere opinieweek-, maand- en kwartaalbladen bleven stabiel of zagen een lichte daling.

Bij de andere publieksbladen is de daling groter. Zij zagen hun gezamenlijke oplage sinds de eeuwwisseling halveren. De omroepbladen en vrouwenbladen zijn de grootste subcategorieën binnen de publieksbladen-sector. De omroepbladen hadden aan het begin van de eeuw samen een betaalde oplage van ongeveer 4,5 miljoen exemplaren. In 2016 was de gezamenlijke oplage gedaald naar ongeveer 2 miljoen exemplaren. De grootste daler is Veronica Magazine, dit blad verloor maar liefst 72 procent van zijn oplage. Gelukkig is er ook goed nieuws. Een aantal nieuwkomers op de markt leveren uitzonderlijk positieve resultaten. Max Magazine is een prachtig voorbeeld. Toen het in 2013 werd opgericht, had dit omroepblad een oplage van 42.000. Tegenwoordig ligt de oplage boven de 100.000.

Bron: NOM. Ga met uw muis over de grafiek heen voor meer gedetailleerde informatie.

LINDA. ziet voor het eerst een daling

Niemand weet precies hoeveel tijdschriften er in Nederland worden uitgegeven, volgens schattingen ligt het aantal boven de duizend. Bovendien zijn er tijdschriften die hun oplagecijfers niet openbaar maken. Binnen de categorie glossy’s en vrouwenbladen kiest Gooisch er bijvoorbeeld voor geen informatie over resultaten te verspreiden. Aan de hand van de cijfers die wél openbaar zijn, kan geconstateerd worden dat het de laatste jaren minder goed gaat met de vrouwenbladen. Na de economische crisis zag deze categorie tijdschriften een mooie oplagestijging. De afgelopen drie jaar is die stijgende lijn echter voor de meeste tijdschriften veranderd in een dalende. Zelfs LINDA. moest in 2016 voor het eerst sinds haar oprichting een daling in de oplage rapporteren.

Welke publieksbladen hebben de grootste verspreide oplage?

Er is de afgelopen tijd een hoop veranderd in de journalistiek. Landelijke omroepen merkten dat ze jongere kijkers minder goed bereiken met lineaire televisieprogramma’s. Dagbladen en tijdschriften zien hun oplages al jaren teruglopen. Hier kwam het afgelopen jaar weinig verandering in. Toch zijn er ook een aantal positieve ontwikkelingen. Veel media slagen erin hun publiek beter via digitale kanalen te bereiken. Digitale replica’s van kranten kunnen de tegenvallende advertentie-inkomsten deels compenseren en het on demand televisie kijken neemt toe. Tijdschriften zoals Max Magazine en de Groene Amsterdammer presteren opvallend goed. Bovendien wordt er op allerlei plekken nagedacht over de toekomst van de journalistiek. Zo vindt Slaven Mandic dat we ons minder afhankelijk moeten maken van Facebook en Google, een idee dat aansluit op de visie van Sanne Walvisch. Ook Nienke Venema denkt na over de financiële toekomst en de onafhankelijkheid van de journalistiek. Wat er in 2018 precies gaat gebeuren is moeilijk te voorspellen. Als de ontwikkelingen van 2016 en 2017 een voorbode waren, wordt het vast een interessant jaar.

Alle informatie in dit artikel werd afgeleid uit stukken die eerder op De Stand van de Nieuwsmedia door Piet Bakker werden gepubliceerd.

Foto door Alex Holyoake via Unsplash

Deel dit artikel:

Over Inge Beekmans

Inge Beekmans geeft les over online journalistiek en innovatie aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Naast haar baan als docent werkt ze als freelance journalist, tekstschrijver, vormgever en bouwt ze websites | Twitter: @ingebeekmans

Reageer

Geef een reactie

*